Ezequiel 12

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1 O Senhor falou comigo assim:
2 Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.
2 — Homem mortal , você está vivendo no meio de um povo desobediente. Eles têm olhos, mas não veem nada; têm ouvidos, mas não ouvem nada, pois são rebeldes.
3 Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.
3 — Agora, homem mortal, arrume uma trouxa como se você fosse um refugiado e saia antes do cair da noite. Deixe que todos vejam que você está saindo para ir a algum lugar. Pode ser que aqueles rebeldes o vejam.
4 Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
4 Para que eles possam vê-lo, arrume durante o dia a sua bagagem de refugiado; e então faça com que eles vejam você partir à noitinha, como quem está indo para o cativeiro .
5 Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.
5 Enquanto eles estiverem olhando, abra um buraco na parede da sua casa e saia por ele com a sua trouxa.
6 Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.
6 Deixe que eles o vejam pôr a trouxa nas costas e saia no escuro, com o rosto coberto, para que você não possa ver aonde vai. O que você fizer será um aviso para os israelitas.
7 En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.
7 Eu fiz o que o Senhor mandou. Naquele dia, arrumei uma bagagem como se fosse um refugiado. E naquela tarde, quando estava escurecendo, fiz com as minhas próprias mãos um buraco na parede e saí. E eles me viram quando coloquei a trouxa nas costas e fui embora.
8 En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
8 Na manhã seguinte, o Senhor me disse:
9 Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?
9 — Homem mortal, esses israelitas rebeldes estão lhe perguntando o que você está fazendo.
10 Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
10 Agora, diga-lhes aquilo que eu, o Senhor Deus, estou dizendo a eles. Esta mensagem é para o príncipe que governa em Jerusalém e para todo o povo que mora ali.
11 Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.
11 Diga-lhes que o que você fez é um sinal daquilo que vai acontecer com eles. Serão refugiados, serão levados para o cativeiro.
12 En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.
12 O príncipe que os está governando porá a sua trouxa nas costas no escuro e escapará por um buraco aberto no muro para ele. Ele cobrirá o rosto e não verá para onde estará indo.
13 Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.
13 Mas eu prepararei a minha armadilha e o apanharei nela. Depois, eu o levarei para a cidade de Babilônia, onde ele morrerá sem chegar a vê-la.
14 En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
14 Espalharei em todas as direções todos os que vivem em volta dele, os seus conselheiros e os seus guardas; e haverá gente procurando matá-los.
15 Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
15 — Quando eu os espalhar entre as outras nações e por países estrangeiros, eles ficarão sabendo que eu sou o Senhor .
16 Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
16 Deixarei alguns escaparem da guerra, da fome e das doenças, de modo que, lá no meio das nações, eles compreenderão o quanto as suas ações foram vergonhosas e reconhecerão que eu sou o Senhor .
17 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
17 O Senhor falou assim comigo:
18 Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.
18 — Homem mortal , trema de medo quando você comer e estremeça quando beber.
19 En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;
19 Diga ao povo deste país que esta é a mensagem do Senhor Deus para a gente de Jerusalém que ainda está vivendo na sua terra. Quando eles comerem, estremecerão; e, quando beberem, tremerão de medo. Tudo o que existe na terra deles será tirado, pois todos os que vivem ali são gente violenta.
20 En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
20 As cidades que agora estão cheias de gente serão destruídas, e o país vai virar um deserto. Aí eles ficarão sabendo que eu sou o Senhor .
21 Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
21 O Senhor falou comigo assim:
22 Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?
22 — Homem mortal , por que é que o povo de Israel repete este provérbio: “O tempo passa, e as profecias dão em nada”?
23 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.
23 Agora, diga a essa gente aquilo que eu, o Senhor Deus, penso a respeito disso. Eu vou acabar com esse provérbio; ele nunca mais será repetido em Israel. Diga isto: “O tempo chegou, e o que foi dito está se cumprindo.”
24 Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.
24 — Não haverá mais visões falsas nem profecias enganadoras no meio do povo de Israel.
25 Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.
25 Eu, o Senhor , falarei, e o que eu disser acontecerá. Não haverá mais demoras. Povo rebelde, vocês ainda estarão vivos quando eu fizer o que prometi. Eu, o Senhor Deus, falei.
26 Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
26 O Senhor me disse:
27 Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
27 — Homem mortal, os israelitas pensam que as visões que você tem e as suas profecias são a respeito de um futuro que está longe.
28 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.
28 Por isso, diga a eles o que eu, o Senhor Deus, estou dizendo: “Não haverá mais demoras. O que eu disse vai acontecer.” Eu, o Senhor Deus, falei.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Ezequiel 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.