Êxodo 35

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
1 Moisés convocou toda a congregação dos filhos de Israel e lhes disse: — São estas as palavras que o
2 Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
2 Seis dias vocês trabalharão, mas o sétimo dia lhes será santo, o sábado do repouso solene ao Senhor ; quem nele trabalhar morrerá.
3 Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
3 Não acendam fogo em nenhuma das suas moradas no dia do sábado.
4 Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
4 Moisés disse a toda a congregação dos filhos de Israel: — Esta é a palavra que o
5 Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
5 Separem do que vocês têm uma oferta ao Senhor . Cada um, de coração disposto, voluntariamente a trará por oferta ao Senhor : ouro, prata, bronze,
6 Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;
6 pano azul, púrpura, carmesim, linho fino, pelos de cabra,
7 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
7 peles de carneiro tingidas de vermelho, peles finas, madeira de acácia,
8 En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
8 azeite para a iluminação, especiarias para o óleo da unção e para o incenso aromático,
9 En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
9 pedras de ônix e pedras de engaste para a estola sacerdotal e para o peitoral.
10 En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
10 — Venham todos os homens hábeis entre vocês e façam tudo o que o Senhor ordenou:
11 De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;
11 o tabernáculo com a sua tenda e a sua cobertura, os seus ganchos, as suas tábuas, as suas vigas superiores, as suas colunas e as suas bases;
12 De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
12 a arca e os seus cabos, o propiciatório e o véu do cortinado;
13 De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
13 a mesa e os seus cabos, todos os seus utensílios e os pães da proposição;
14 En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
14 o candelabro da iluminação, os seus utensílios, as suas lâmpadas e o azeite para a iluminação;
15 En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
15 o altar do incenso e os seus cabos, o óleo da unção, o incenso aromático e o cortinado da porta à entrada do tabernáculo;
16 Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.
16 o altar do holocausto e a sua grelha de bronze, os seus cabos e todos os seus utensílios, a bacia e o seu suporte;
17 De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort des voorhofs;
17 as cortinas do átrio, as suas colunas, as suas bases e o cortinado da porta do átrio;
18 De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
18 as estacas do tabernáculo, as estacas do átrio e as suas cordas;
19 De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
19 as vestes do ministério para ministrar no santuário, as vestes santas do sacerdote Arão e as vestes de seus filhos, para oficiarem como sacerdotes.
20 Toen ging de ganse vergadering der kinderen Israels uit van voor het aangezicht van Mozes.
20 Então toda a congregação dos filhos de Israel saiu da presença de Moisés.
21 En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
21 Todo aquele cujo coração o moveu e cujo espírito o impeliu veio e trouxe a oferta ao Senhor para a obra da tenda do encontro, para todo o seu serviço e para as vestes sagradas.
22 Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
22 Vieram homens e mulheres, todos dispostos de coração. Trouxeram fivelas, pendentes, anéis, braceletes, todos os objetos de ouro; todo homem fazia oferta de ouro ao Senhor .
23 En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
23 E todos os que tinham pano azul, púrpura, carmesim, linho fino, pelos de cabra, peles de carneiro tingidas de vermelho e peles de animais marinhos trouxeram isso também.
24 Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.
24 Todo aquele que fazia oferta de prata ou de bronze trazia isso como oferta ao Senhor ; e todo aquele que possuía madeira de acácia para toda obra do serviço a trazia também.
25 En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.
25 Todas as mulheres hábeis traziam o que, por suas próprias mãos, tinham fiado: pano azul, púrpura, carmesim e linho fino.
26 En alle vrouwen, welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geiten haar.
26 E todas as mulheres cujo coração as moveu em habilidade fiavam os pelos de cabra.
27 De oversten nu brachten sardonixstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap;
27 Os chefes traziam pedras de ônix, pedras de engaste para a estola sacerdotal e para o peitoral,
28 En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
28 as especiarias e o azeite para a iluminação, para o óleo da unção e para o incenso aromático.
29 Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.
29 Os filhos de Israel trouxeram oferta voluntária ao Senhor , a saber, todo homem e mulher cujo coração os dispôs para trazerem uma oferta para toda a obra que o Senhor havia ordenado que se fizesse por meio de Moisés.
30 Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
30 Moisés disse aos filhos de Israel: — Eis que o
31 En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
31 e o Espírito de Deus o encheu de habilidade, inteligência e conhecimento em todo artifício,
32 En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,
32 para elaborar desenhos e trabalhar em ouro, em prata, em bronze,
33 En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding; om te werken in alle vernuftige handwerk.
33 para lapidação de pedras de engaste, para entalho de madeira e para todo tipo de trabalho artesanal.
34 Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.
34 Também lhe dispôs o coração para ensinar os outros, tanto a ele como a Aoliabe, filho de Aisamaque, da tribo de Dã.
35 Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten handwerkers, en des borduurders en hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk, en bedenkende vernuftigen arbeid.
35 Encheu-os de habilidade para fazer toda obra de mestre, até a mais engenhosa, e a do bordador em pano azul, em púrpura, em carmesim e em linho fino, e a do tecelão, sim, todo tipo de trabalho e a elaborar desenhos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Êxodo 35, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.