Êxodo 35

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
1 Tendo Moisés convocado toda a congregação dos filhos de Israel, disse-lhes: São estas as palavras que o Senhor ordenou que se cumprissem:
2 Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
2 Trabalhareis seis dias, mas o sétimo dia vos será santo, o sábado do repouso solene ao Senhor ; quem nele trabalhar morrerá.
3 Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
3 Não acendereis fogo em nenhuma das vossas moradas no dia do sábado.
4 Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
4 Disse mais Moisés a toda a congregação dos filhos de Israel: Esta é a palavra que o Senhor ordenou, dizendo:
5 Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
5 Tomai, do que tendes, uma oferta para o Senhor ; cada um, de coração disposto, voluntariamente a trará por oferta ao Senhor : ouro, prata, bronze,
6 Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;
6 estofo azul, púrpura, carmesim, linho fino, pelos de cabra,
7 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
7 peles de carneiro tintas de vermelho, peles finas, madeira de acácia,
8 En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
8 azeite para a iluminação, especiarias para o óleo da unção e para o incenso aromático,
9 En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
9 pedras de ônix e pedras de engaste para a estola sacerdotal e para o peitoral.
10 En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
10 Venham todos os homens hábeis entre vós e façam tudo o que o Senhor ordenou:
11 De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;
11 o tabernáculo com sua tenda e a sua coberta, os seus ganchos, as suas tábuas, as suas vergas, as suas colunas e as suas bases;
12 De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
12 a arca e os seus varais, o propiciatório e o véu do reposteiro;
13 De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
13 a mesa e os seus varais, e todos os seus utensílios, e os pães da proposição;
14 En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
14 o candelabro da iluminação, e os seus utensílios, e as suas lâmpadas, e o azeite para a iluminação;
15 En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
15 o altar do incenso e os seus varais, e o óleo da unção, e o incenso aromático, e o reposteiro da porta à entrada do tabernáculo;
16 Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.
16 o altar do holocausto e a sua grelha de bronze, os seus varais e todos os seus utensílios, a bacia e o seu suporte;
17 De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort des voorhofs;
17 as cortinas do átrio, e as suas colunas, e as suas bases, e o reposteiro da porta do átrio;
18 De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
18 as estacas do tabernáculo, e as estacas do átrio, e as suas cordas;
19 De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
19 as vestes do ministério para ministrar no santuário, as vestes santas do sacerdote Arão e as vestes de seus filhos, para oficiarem como sacerdotes.
20 Toen ging de ganse vergadering der kinderen Israels uit van voor het aangezicht van Mozes.
20 Então, toda a congregação dos filhos de Israel saiu da presença de Moisés,
21 En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
21 e veio todo homem cujo coração o moveu e cujo espírito o impeliu e trouxe a oferta ao Senhor para a obra da tenda da congregação, e para todo o seu serviço, e para as vestes sagradas.
22 Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
22 Vieram homens e mulheres, todos dispostos de coração; trouxeram fivelas, pendentes, anéis, braceletes, todos os objetos de ouro; todo homem fazia oferta de ouro ao Senhor ;
23 En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
23 e todo homem possuidor de estofo azul, púrpura, carmesim, linho fino, pelos de cabra, peles de carneiro tintas de vermelho e peles de animais marinhos os trazia.
24 Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.
24 Todo aquele que fazia oferta de prata ou de bronze por oferta ao Senhor a trazia; e todo possuidor de madeira de acácia para toda obra do serviço a trazia.
25 En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.
25 Todas as mulheres hábeis traziam o que, por suas próprias mãos, tinham fiado: estofo azul, púrpura, carmesim e linho fino.
26 En alle vrouwen, welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geiten haar.
26 E todas as mulheres cujo coração as moveu em habilidade fiavam os pelos de cabra.
27 De oversten nu brachten sardonixstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap;
27 Os príncipes traziam pedras de ônix, e pedras de engaste para a estola sacerdotal e para o peitoral,
28 En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
28 e os arômatas, e o azeite para a iluminação, e para o óleo da unção, e para o incenso aromático.
29 Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.
29 Os filhos de Israel trouxeram oferta voluntária ao Senhor , a saber, todo homem e mulher cujo coração os dispôs para trazerem uma oferta para toda a obra que o Senhor tinha ordenado se fizesse por intermédio de Moisés.
30 Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
30 Disse Moisés aos filhos de Israel: Eis que o Senhor chamou pelo nome a Bezalel, filho de Uri, filho de Hur, da tribo de Judá,
31 En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
31 e o Espírito de Deus o encheu de habilidade, inteligência e conhecimento em todo artifício,
32 En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,
32 e para elaborar desenhos e trabalhar em ouro, em prata, em bronze,
33 En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding; om te werken in alle vernuftige handwerk.
33 e para lapidação de pedras de engaste, e para entalho de madeira, e para toda sorte de lavores.
34 Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.
34 Também lhe dispôs o coração para ensinar a outrem, a ele e a Aoliabe, filho de Aisamaque, da tribo de Dã.
35 Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten handwerkers, en des borduurders en hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk, en bedenkende vernuftigen arbeid.
35 Encheu-os de habilidade para fazer toda obra de mestre, até a mais engenhosa, e a do bordador em estofo azul, em púrpura, em carmesim e em linho fino, e a do tecelão, sim, toda sorte de obra e a elaborar desenhos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Êxodo 35, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.