Deuteronômio 6

Dutch (DUTCH) vs NVT

Sair da comparação
NVT Nova Versão Transformadora
1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
1 “Estes são os mandamentos, os decretos e os estatutos que o S enhor , seu Deus, me encarregou de lhes ensinar. Não deixem de cumpri-los na terra que em breve vocês possuirão.
2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
2 Vocês, seus filhos e netos temerão o S enhor , seu Deus, enquanto viverem. Se obedecerem a todos os seus decretos e mandamentos, desfrutarão de vida longa.
3 Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.
3 Ouça com atenção, Israel, e tenha o cuidado de obedecer. Então tudo irá bem com vocês e terão muitos filhos na terra que produz leite e mel com fartura, exatamente como lhes prometeu o S enhor , o Deus de seus antepassados.
4 Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
4 “Ouça, ó Israel! O S enhor , nosso Deus, o S enhor é único!
5 Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
5 Ame o S enhor , seu Deus, de todo o seu coração, de toda a sua alma e de toda a sua força.
6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
6 Guarde sempre no coração as palavras que hoje eu lhe dou.
7 En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
7 Repita-as com frequência a seus filhos. Converse a respeito delas quando estiver em casa e quando estiver caminhando, quando se deitar e quando se levantar.
8 Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
8 Amarre-as às mãos e prenda-as à testa como lembrança.
9 En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
9 Escreva-as nos batentes das portas de sua casa e em seus portões.
10 Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,
10 “Em breve, o S enhor , seu Deus, os conduzirá à terra que ele jurou dar a seus antepassados Abraão, Isaque e Jacó. É uma terra com cidades grandes e prósperas que vocês não construíram.
11 En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;
11 As casas estarão cheias de bens que vocês não produziram. Vocês tirarão água de cisternas que não cavaram, e comerão os frutos de vinhedos e oliveiras que não plantaram. Quando tiverem comido até se fartarem nessa terra,
12 Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
12 cuidem para não se esquecerem do S enhor , que os libertou da escravidão na terra do Egito.
13 Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
13 Temam o S enhor , seu Deus, e sirvam a ele. Quando fizerem um juramento, jurem somente pelo nome dele.
14 Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.
14 “Não sigam nenhum dos deuses das nações vizinhas,
15 Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
15 pois o S enhor , seu Deus, que vive entre vocês, é Deus zeloso. Se o fizerem, a ira do S enhor , seu Deus, se acenderá contra vocês, e ele os eliminará da face da terra.
16 Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.
16 Não ponham à prova o S enhor , seu Deus, como fizeram quando se queixaram em Massá.
17 Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
17 Obedeçam cuidadosamente aos mandamentos do S enhor , seu Deus, bem como a todos os preceitos e decretos que ele lhes ordenou.
18 En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft;
18 Façam o que é certo e bom aos olhos do S enhor , para que tudo vá bem com vocês e tomem posse da boa terra em que vão entrar, a terra que o S enhor prometeu sob juramento a seus antepassados.
19 Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
19 Vocês expulsarão todos os inimigos que vivem nela, como o S enhor disse que fariam.
20 Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
20 “No futuro, seus filhos lhes perguntarão: ‘O que significam estes preceitos, decretos e estatutos que o S enhor , nosso Deus, lhes deu?’.
21 Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.
21 “Então vocês lhes dirão: ‘Éramos escravos do faraó no Egito, mas o S enhor nos tirou de lá com sua mão forte.
22 En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
22 O S enhor realizou sinais e maravilhas diante de nossos olhos e enviou castigos terríveis sobre o Egito, o faraó e todo o seu povo.
23 En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.
23 Ele nos tirou do Egito para nos dar esta terra que ele havia prometido sob juramento a nossos antepassados.
24 En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.
24 E o S enhor ordenou que cumpramos todos estes decretos e temamos o S enhor , nosso Deus, para que ele sempre nos abençoe e preserve nossa vida, como tem feito até hoje.
25 En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
25 Pois a nossa justiça estará em obedecermos cuidadosamente aos mandamentos que o S enhor , nosso Deus, nos ordenou’.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.