Deuteronômio 4

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Nu dan, Israel! hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik ulieden lere te doen; opdat gij leeft, en henen inkomt, en erft het land, dat de HEERE, uwer vaderen God, u geeft.
1 — Agora, pois, ó Israel, ouça os estatutos e os juízos que eu lhes ensino, para que vocês os cumpram, para que vivam, entrem e tomem posse da terra que o Senhor , o Deus de seus pais, está dando a vocês.
2 Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van den HEERE, uw God, die ik u gebiede.
2 Não acrescentem nada à palavra que eu lhes ordeno, nem diminuam nada dela, para que vocês guardem os mandamentos do Senhor , o Deus de vocês, que eu lhes ordeno.
3 Uw ogen hebben gezien, wat God om Baal-Peor gedaan heeft; want alle man, die Baal-Peor navolgde, dien heeft de HEERE, uw God, uit het midden van u verdaan.
3 Com os seus próprios olhos vocês viram o que o Senhor fez por causa de Baal-Peor, pois o Senhor , seu Deus, eliminou do meio de vocês todos os que seguiram Baal-Peor.
4 Gij daarentegen, die den HEERE, uw God, aanhingt, gij zijt heden allen levende.
4 Porém vocês que permaneceram fiéis ao Senhor , seu Deus, todos hoje estão vivos.
5 Ziet, ik heb u geleerd de inzettingen en rechten, gelijk als de HEERE, mijn God, mij geboden heeft; opdat gij alzo doet in het midden des lands, waar gij naar toe gaat, om het te erven.
5 — Eis que eu lhes tenho ensinado estatutos e juízos, como o Senhor , meu Deus, me ordenou, para que vocês os cumpram na terra que passarão a possuir.
6 Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit groot volk alleen is een wijs en verstandig volk!
6 Portanto, guardem e cumpram essas leis, porque isto será a sabedoria e o entendimento de vocês aos olhos dos povos que, ouvindo todos esses estatutos, dirão: “De fato, este grande povo é gente sábia e inteligente.”
7 Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de HEERE, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen?
7 Pois que grande nação há que tenha deuses tão chegados a si como o Senhor , nosso Deus, todas as vezes que o invocamos?
8 En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden voor uw aangezicht geef?
8 E que grande nação há que tenha estatutos e juízos tão justos como toda esta lei que hoje eu lhes proponho?
9 Alleenlijk wacht u, en bewaart uw ziel wel, dat gij niet vergeet de dingen, die uw ogen gezien hebben; en dat zij niet van uw hart wijken, al de dagen uws levens; en gij zult ze aan uw kinderen en uw kindskinderen bekend maken.
9 — Tão somente tenham cuidado e guardem bem a sua alma, para que vocês não se esqueçam daquelas coisas que os seus olhos têm visto, e elas não se afastem do seu coração todos os dias da sua vida. Vocês também contarão isso aos seus filhos e aos filhos dos seus filhos.
10 Ten dage, als gij voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, aan Horeb stondt, als de HEERE tot mij zeide: Vergader Mij dit volk, en Ik zal hun Mijn woorden doen horen, die zij zullen leren, om Mij te vrezen al de dagen, die zij op den aardbodem zullen leven, en zij zullen ze hun kinderen leren;
10 Não se esqueçam do dia em que vocês estiveram diante do Senhor , seu Deus, em Horebe, quando o Senhor me disse: “Reúna este povo, e os farei ouvir as minhas palavras, a fim de que aprendam a temer-me durante todos os dias em que viverem na terra e também as ensinem aos seus filhos.”
11 En gijlieden naderdet en stondt beneden dien berg; (die berg nu brandde van vuur, tot aan het midden des hemels; er was duisternis, wolken en donkerheid).
11 — Então vocês chegaram e ficaram ao pé do monte. E o monte estava em chamas que subiam até o céu, e havia trevas, nuvens e escuridão.
12 Zo sprak de HEERE tot u uit het midden des vuurs; gij hoordet de stem der woorden; maar gij zaagt geen gelijkenis, behalve de stem.
12 Então o Senhor falou a vocês do meio do fogo e vocês ouviram o som das palavras dele. Vocês ouviram a voz, mas não viram aparência nenhuma; só escutaram a voz.
13 Toen verkondigde Hij u Zijn verbond, dat Hij u gebood te doen, de tien woorden, en schreef ze op twee stenen tafelen.
13 Então ele anunciou a sua aliança, que ordenou a vocês, os dez mandamentos, e os escreveu em duas tábuas de pedra.
14 Ook gebood mij de HEERE ter zelver tijd, dat ik u inzettingen en rechten leren zou; opdat gij die deedt in dat land, naar hetwelk gij doortrekt, om dat te erven.
14 Ao mesmo tempo o Senhor ordenou que eu ensinasse a vocês estatutos e juízos, para que os cumprissem na terra que passarão a possuir.
15 Wacht u dan wel voor uw zielen; want gij hebt geen gelijkenis gezien, ten dage als de HEERE op Horeb uit het midden des vuurs tot u sprak;
15 — Tenham cuidado! Guardem bem a sua alma. Porque vocês não viram aparência nenhuma no dia em que o Senhor , o Deus de vocês, lhes falou em Horebe, no meio do fogo.
16 Opdat gij u niet verderft, en maakt u iets gesnedens, de gelijkenis van enig beeld, van mannelijk of vrouwelijk gedaante,
16 Portanto, tenham cuidado para não se corromperem e fazerem para si alguma imagem esculpida na forma de ídolo, semelhança de homem ou de mulher,
17 De gedaante van enig beest, dat op de aarde is; de gedaante van enigen gevleugelden vogel, die door den hemel vliegt;
17 semelhança de algum animal que há na terra, semelhança de alguma ave que voa pelos céus,
18 De gedaante van iets, dat op den aardbodem kruipt; de gedaante van enigen vis, die in het water is onder de aarde;
18 semelhança de algum animal que rasteja sobre a terra, semelhança de algum peixe que há nas águas debaixo da terra.
19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
19 Quando levantarem os olhos para os céus e verem o sol, a lua e as estrelas, a saber, todo o exército dos céus, cuidem para que vocês não sejam seduzidos a inclinar-se diante deles e prestar culto a essas coisas que o Senhor , seu Deus, repartiu a todos os povos debaixo dos céus.
20 Maar ulieden heeft de HEERE aangenomen, en uit den ijzeroven, uit Egypte, uitgevoerd; opdat gij Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te dezen dage is.
20 Mas quanto a vocês, o Senhor os tomou e os tirou da fornalha de ferro do Egito, para que sejam povo da sua herança, como hoje se vê.
21 Ook vertoornde Zich de HEERE over mij, om ulieder woorden; en Hij zwoer, dat ik over de Jordaan niet zou gaan, en dat ik niet zou komen in dat goede land, dat de HEERE, uw God, u ter erfenis geven zal.
21 — Também o Senhor se indignou contra mim, por causa de vocês, e jurou que eu não passaria o Jordão e não entraria na boa terra que o Senhor , seu Deus, lhes dá por herança.
22 Want ik zal in dit land sterven; ik zal over de Jordaan niet gaan; maar gij zult er overgaan, en datzelve goede land erven.
22 Porque eu morrerei neste lugar; não passarei o Jordão. Mas vocês vão passar o Jordão e possuir aquela boa terra.
23 Wacht u, dat gij het verbond des HEEREN, uws Gods, hetwelk Hij met u gemaakt heeft, niet vergeet, dat gij u een gesneden beeld zoudt maken, de gelijkenis van iets, dat de HEERE, uw God, u verboden heeft.
23 Tenham o cuidado de não se esquecer da aliança que o Senhor , seu Deus, fez com vocês. Não façam para si nenhuma imagem esculpida, semelhança de alguma coisa que o Senhor , o Deus de vocês, proibiu.
24 Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een ijverig God.
24 Porque o Senhor , o Deus de vocês, é fogo consumidor, é Deus zeloso.
25 Wanneer gij nu kinderen en kindskinderen gewonnen zult hebben, en in het land oud geworden zult zijn, en u zult verderven, dat gij gesneden beelden maakt, de gelijkenis van enig ding, en doet, wat kwaad is in de ogen des HEEREN, uws Gods, om Hem tot toorn te verwekken;
25 — Quando, pois, gerarem filhos e tiverem netos, e já estiverem muito tempo na terra, e se corromperem, e fizerem alguma imagem esculpida, semelhança de alguma coisa, e praticarem o que é mau aos olhos do Senhor , o Deus de vocês, para o provocar à ira,
26 Zo roep ik heden den hemel en de aarde tot getuige tegen ulieden, dat gij voorzeker haast zult omkomen van dat land, waar gij over de Jordaan naar toe trekt, om dat te erven; gij zult uw dagen daarin niet verlengen, maar ganselijk verdelgd worden.
26 hoje tomo o céu e a terra por testemunhas contra vocês, que vocês serão imediatamente eliminados da terra da qual, passando o Jordão, vocês tomarão posse. Vocês não prolongarão os seus dias nela; pelo contrário, serão totalmente destruídos.
27 En de HEERE zal u verstrooien onder de volken; en gij zult een klein volksken in getal overblijven onder de heidenen, waar de HEERE u henen leiden zal.
27 O Senhor os espalhará entre os povos, e restarão apenas alguns de vocês entre as gentes aonde o Senhor os levará.
28 En aldaar zult gij goden dienen, die des mensen handenwerk zijn, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch rieken.
28 Lá, vocês servirão a deuses que são obra de mãos humanas, madeira e pedra, que não veem, nem ouvem, nem comem, nem cheiram.
29 Dan zult gij van daar den HEERE, uw God, zoeken, en vinden; als gij Hem zoeken zult met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
29 De lá, vocês buscarão o Senhor , seu Deus, e o acharão, quando o buscarem de todo o coração e de toda a sua alma.
30 Wanneer gij in angst zult zijn, en u al deze dingen zullen treffen; in het laatste der dagen, dan zult gij wederkeren tot den HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn.
30 Quando estiverem em angústia, e todas estas coisas lhes sobrevierem nos últimos dias, e vocês se voltarem para o Senhor , seu Deus, e lhe atenderem a voz,
31 Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet verlaten, noch u verderven; en Hij zal het verbond uwer vaderen, dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten.
31 então o Senhor , o Deus de vocês, não os abandonará, porque é Deus misericordioso, nem os destruirá, nem se esquecerá da aliança que jurou aos pais de vocês.
32 Want, vraag toch naar de vorige dagen, die voor u geweest zijn, van dien dag af, dat God den mens op de aarde geschapen heeft, van het ene einde des hemels tot aan het andere einde des hemels, of zulk een groot ding geschied of gehoord zij, als dit:
32 — Agora, pois, perguntem aos tempos passados, que transcorreram antes de vocês, desde o dia em que Deus criou o ser humano sobre a terra, desde uma extremidade do céu até a outra, se já aconteceu algo tão grandioso como isto ou se em algum momento se ouviu falar de coisa semelhante.
33 Of een volk gehoord hebbe de stem van God, sprekende uit het midden des vuurs, gelijk als gij gehoord hebt, en levend zij gebleven?
33 Perguntem se algum povo ouviu a voz de algum deus falando do meio do fogo, como vocês ouviram, e ficaram vivos;
34 Of: of God verzocht heeft te gaan, om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen, en door strijd, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen de HEERE, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?
34 ou se já houve um deus que tentou ir tomar para si um povo do meio de outro povo, com provas, com sinais, com milagres, com lutas, com mão poderosa, com braço estendido e com feitos espantosos, segundo tudo o que o Senhor , seu Deus, fez por vocês no Egito, como vocês viram com os seus próprios olhos.
35 U is het getoond, opdat gij wetet, dat de HEERE die God is; er is niemand meer dan Hij alleen!
35 Isso foi mostrado a vocês para que soubessem que o Senhor é Deus; nenhum outro há, além dele.
36 Van den hemel heeft Hij u Zijn stem laten horen, om u te onderwijzen; en op de aarde heeft Hij u Zijn groot vuur doen zien; en gij hebt Zijn woorden uit het midden des vuurs gehoord.
36 Dos céus ele fez com que ouvissem a sua voz, para ensiná-los, e sobre a terra lhes mostrou o seu grande fogo, e do meio do fogo vocês ouviram as suas palavras.
37 En omdat Hij uw vaderen liefhad, en hun zaad na hen verkoren had, zo heeft Hij u voor Zijn aangezicht door Zijn grote kracht uit Egypte uitgevoerd;
37 Ele amou os pais de vocês e escolheu os seus descendentes depois deles; por isso o Senhor os tirou do Egito com a sua presença e com a sua grande força,
38 Om volken, die groter en machtiger waren dan gij, voor uw aangezicht uit de bezitting te verdrijven; om u in te brengen, dat Hij u hunlieder land ter erfenis gave, als het te dezen dage is.
38 para expulsar da frente de vocês nações maiores e mais poderosas do que vocês, para fazer com que vocês entrassem na terra deles e dá-la a vocês por herança, como hoje se vê.
39 Zo zult gij heden weten, en in uw hart hervatten, dat de HEERE die God is, boven in den hemel, en onder op de aarde, niemand meer!
39 — Por isso, hoje vocês saberão e refletirão em seu coração que só o Senhor é Deus em cima no céu e embaixo na terra; não há nenhum outro deus.
40 En gij zult houden Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden gebiede, opdat het u en uw kinderen na u welga, en opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de HEERE, uw God, u geeft, voor altoos.
40 Portanto, guardem os seus estatutos e os seus mandamentos que hoje lhes ordeno, para que tudo vá bem com vocês e com os seus filhos depois de vocês e para que vocês prolonguem os seus dias na terra que o Senhor , seu Deus, lhes está dando para todo o sempre.
41 Toen scheidde Mozes drie steden uit, aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang der zon;
41 Então Moisés separou três cidades além do Jordão, para o nascente do sol,
42 Opdat daarheen vlood de doodslager, die zijn naaste onwetende doodslaat, dien hij van gisteren en eergisteren niet haatte; dat hij in een van deze steden vlood en levend bleef;
42 para que ali pudesse se refugiar o homicida que tivesse matado, involuntariamente, o seu próximo, de quem, antes daquilo, não tivesse ódio algum. Esse homicida poderia se refugiar numa destas cidades e salvar a sua vida.
43 Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten.
43 As cidades eram Bezer, no deserto, no planalto, para os rubenitas; Ramote, em Gileade, para os gaditas; e Golã, em Basã, para os manassitas. O segundo discurso de Moisés
44 Dit is nu de wet, die Mozes de kinderen Israels voorstelde:
44 Esta é a lei que Moisés apresentou aos filhos de Israel.
45 Dit zijn de getuigenissen, en de inzettingen, en de rechten, die Mozes sprak tot de kinderen Israels, als zij uit Egypte waren uitgetogen;
45 São estes os testemunhos, os estatutos e os juízos que Moisés falou aos filhos de Israel, quando saíram do Egito,
46 Aan deze zijde van de Jordaan, in het dal tegenover Beth-Peor, in het land van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde; welken Mozes sloeg, en de kinderen Israels, als zij uit Egypte waren uitgetogen,
46 além do Jordão, no vale diante de Bete-Peor, na terra de Seom, rei dos amorreus, que habitava em Hesbom, a quem Moisés e os filhos de Israel derrotaram quando saíram do Egito,
47 En zijn land in bezitting genomen hadden; daartoe het land van Og, koning van Bazan; twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, tegen den opgang der zon;
47 e tomaram posse da terra dele, bem como da terra de Ogue, rei de Basã, dois reis dos amorreus, que estavam além do Jordão, para o nascente do sol.
48 Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, tot aan den berg Sion, welke is Hermon;
48 Essas terras se estendiam desde Aroer, que está à beira do vale de Arnom, até o monte Siom, que é Hermom,
49 En al het vlakke veld, aan deze zijde van de Jordaan, naar het oosten, tot aan de zee des vlakken velds, onder Asdoth-Pisga.
49 e incluíam toda a Arabá, além do Jordão, do lado leste, até o mar da Arabá, pelas encostas do monte Pisga.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.