Deuteronômio 27

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
1 Moisés, junto com as autoridades de Israel, deu ao povo as seguintes ordens: — Obedeçam a todos esses mandamentos que hoje eu estou dando a vocês.
2 Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;
2 Depois de atravessarem o rio Jordão e entrarem na terra que o Senhor , nosso Deus, está dando a vocês, levantem pedras grandes, pintem com cal
3 En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
3 e escrevam nelas todas essas leis e mandamentos. Vocês vão entrar na terra boa e rica que o Senhor , o Deus dos nossos antepassados, está dando a vocês, conforme prometeu.
4 Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;
4 Quando isso acontecer, e vocês estiverem no outro lado do rio Jordão, levantem estas pedras no monte Ebal, como estou mandando hoje, e as pintem com cal.
5 En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
5 Construam ali um altar ao Senhor , nosso Deus, usando pedras que não tenham sido cortadas com ferramentas.
6 Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
6 Escolham pedras brutas para construírem o altar e sobre ele ofereçam ao Senhor sacrifícios que serão completamente queimados
7 Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
7 e ofertas de paz. Comam dos sacrifícios e alegrem-se ali na presença de Deus, o Senhor .
8 En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
8 Nas pedras pintadas escrevam com cuidado todas as palavras da lei de Deus.
9 Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
9 Então Moisés, junto com os sacerdotes levitas , disse a todos os israelitas: — Povo de Israel, fique quieto e preste atenção! Hoje vocês se tornaram o povo do
10 Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
10 Portanto, obedeçam a tudo o que ele mandar e cumpram todos os mandamentos e todas as leis que eu estou dando a vocês hoje.
11 En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
11 Nesse mesmo dia Moisés disse ao povo de Israel:
12 Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
12 — Depois que tiverem atravessado o rio Jordão, vocês serão abençoados do alto do monte Gerizim. Ficarão nesse monte as seguintes tribos : Simeão, Levi, Judá, Issacar, José e Benjamim.
13 En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.
13 As maldições serão ditas do monte Ebal, e ali ficarão as seguintes tribos: Rúben, Gade, Aser, Zebulom, Dã e Naftali.
14 En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:
14 Os levitas falarão bem alto a todo o povo, assim:
15 Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
15 — “Maldito seja aquele que fizer imagens de pedra, de madeira ou de metal, para adorá-las em segredo; o Senhor detesta a idolatria!” E o povo responderá: “ Amém !”
16 Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.
16 — “Maldito seja aquele que desrespeitar o pai ou a mãe!” E o povo responderá: “Amém!”
17 Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! En al het volk zal zeggen: Amen.
17 — “Maldito seja aquele que mudar de lugar os marcos de divisa do terreno do vizinho!” E o povo responderá: “Amém!”
18 Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen! En al het volk zal zeggen: Amen.
18 — “Maldito seja aquele que fizer um cego errar o caminho!” E o povo responderá: “Amém!”
19 Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.
19 — “Maldito seja aquele que não respeitar os direitos dos estrangeiros, dos órfãos e das viúvas!” E o povo responderá: “Amém!”
20 Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.
20 — “Maldito seja aquele que tiver relações com uma das mulheres do pai, pois isso é uma vergonha para o pai!” E o povo responderá: “Amém!”
21 Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
21 — “Maldito seja aquele que tiver relações com um animal!” E o povo responderá: “Amém!”
22 Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.
22 — “Maldito seja aquele que tiver relações com a irmã, seja irmã por parte de pai e mãe ou somente por parte de pai!” E o povo responderá: “Amém!”
23 Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
23 — “Maldito seja aquele que tiver relações com a sogra!” E o povo responderá: “Amém!”
24 Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.
24 — “Maldito seja aquele que matar outro israelita à traição!” E o povo responderá: “Amém!”
25 Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.
25 — “Maldito seja aquele que receber dinheiro para matar uma pessoa inocente!” E o povo responderá: “Amém!”
26 Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.
26 — “Maldito seja aquele que não obedecer a essas leis de Deus!” E o povo responderá: “Amém!”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 27, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.