1 Samuel 3

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
1 Samuel ainda era menino e ajudava Eli na adoração a Deus, o Senhor . Naqueles dias poucas mensagens vinham do Senhor , e as visões também eram muito raras.
2 En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
2 Certa noite Eli, já quase cego, estava dormindo no seu quarto.
3 En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
3 Samuel dormia na Tenda Sagrada , onde ficava a arca da aliança . E a lâmpada de Deus ainda estava acesa.
4 Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
4 Então o Senhor Deus chamou: — Samuel, Samuel! — Estou aqui! — respondeu ele.
5 En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
5 Então correu para onde Eli estava e disse: — O senhor me chamou? Estou aqui. Mas Eli respondeu: — Eu não chamei você. Volte para a cama. E Samuel voltou.
6 Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
6 Então o Senhor Deus tornou a chamar Samuel. O menino se levantou, foi aonde estava Eli e disse: — O senhor me chamou? Estou aqui. Mas Eli tornou a responder: — Eu não chamei você, filho. Volte para a cama.
7 Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
7 Samuel não conhecia o Senhor pois o Senhor ainda não havia falado com ele.
8 Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
8 Aí o Senhor chamou Samuel pela terceira vez. Ele se levantou, foi aonde Eli estava e disse: — O senhor me chamou? Estou aqui. Então Eli compreendeu que era o
9 Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
9 e ordenou: — Volte para a cama e, se ele chamar você outra vez, diga: “Fala, ó E Samuel voltou para a cama.
10 Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
10 Então o Senhor veio e ficou ali. E, como havia feito antes, disse: — Samuel, Samuel! — Fala, pois o teu servo está escutando! — respondeu Samuel.
11 En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
11 E o Senhor disse: — Eu vou fazer com o povo de Israel uma coisa tão terrível, que todos os que ouvirem a respeito disso ficarão apavorados.
12 Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
12 Naquele dia farei contra Eli tudo o que disse a respeito da família dele, do começo até o fim.
13 Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
13 Eu lhe disse que ia castigar a sua família para sempre porque os seus filhos disseram coisas más contra mim. Eli sabia que eu ia fazer isso, mas não os fez parar.
14 Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
14 Por isso, juro à família de Eli que nenhum sacrifício ou oferta poderá apagar o seu terrível pecado.
15 Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
15 Samuel ficou na cama até de manhã. Aí se levantou e abriu os portões da área da Tenda Sagrada. Ele estava com medo de falar com Eli sobre a visão que havia tido.
16 Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.
16 Mas Eli o chamou: — Samuel, meu filho! — Estou aqui! — respondeu ele.
17 En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
17 — O que foi que Deus lhe disse? — perguntou Eli. — Não esconda nada de mim. Deus o castigará severamente se você não me contar tudo o que ele disse.
18 Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
18 Então Samuel contou tudo, sem esconder nada. E Eli disse: — Ele é Deus, o
19 Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
19 E Samuel cresceu. O Senhor estava com ele e fazia tudo o que Samuel dizia que ia acontecer.
20 En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
20 Assim todo o povo de Israel, do Norte ao Sul do país, ficou sabendo que Samuel era, de fato, um profeta do Senhor .
21 En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
21 O Senhor continuou a aparecer em Siló, onde havia se revelado a Samuel e falado com ele. E a palavra de Samuel era respeitada por todo o povo de Israel.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.