1 Samuel 3

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
1 O menino Samuel servia o Senhor , diante de Eli. Naqueles dias, a palavra do Senhor era muito rara; as visões não eram frequentes.
2 En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
2 Certo dia, o sacerdote Eli, cujos olhos já começavam a escurecer-se, a ponto de não poder ver, estava deitado no lugar de costume.
3 En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
3 Também Samuel estava deitado no templo do Senhor , onde estava a arca da aliança. Antes que a lâmpada de Deus se apagasse,
4 Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
4 o Senhor chamou o menino: — Samuel, Samuel! Este respondeu: — Eis-me aqui!
5 En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
5 Então correu para onde estava Eli e disse: — Eis-me aqui, pois você me chamou. Mas Eli respondeu: — Eu não chamei você. Vá deitar. Ele foi e se deitou.
6 Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
6 O Senhor tornou a chamar: — Samuel! Este se levantou, foi até Eli e disse: — Eis-me aqui, pois você me chamou. Mas Eli respondeu: — Meu filho, eu não chamei você. Vá deitar.
7 Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
7 Porém Samuel ainda não conhecia o Senhor , e a palavra do Senhor ainda não havia sido manifestada a ele.
8 Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
8 E o Senhor chamou Samuel pela terceira vez. Ele se levantou, foi até Eli e disse: — Eis-me aqui, pois você me chamou. Então Eli entendeu que era o
9 Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
9 Por isso, Eli disse a Samuel: — Vá deitar. Se alguém chamar, diga: “Fala, E Samuel foi para o seu lugar e se deitou.
10 Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
10 Então o Senhor veio e ali esteve, e chamou como das outras vezes: — Samuel, Samuel! Este respondeu: — Fala, porque o teu servo ouve.
11 En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
11 E o Senhor disse a Samuel: — Eis que vou fazer uma coisa tal em Israel, que todos os que a ouvirem ficarão com os dois ouvidos tinindo.
12 Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
12 Naquele dia farei contra Eli tudo o que eu disse a respeito da casa dele, do começo ao fim.
13 Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
13 Porque eu já disse a ele que julgarei a sua casa para sempre, pela iniquidade que ele bem conhecia, porque os seus filhos trouxeram maldição sobre si, e ele não os repreendeu.
14 Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
14 Portanto, jurei à casa de Eli que a sua iniquidade nunca será expiada, nem com sacrifício, nem com oferta de cereais.
15 Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
15 Samuel ficou deitado até de manhã e, então, abriu os portões da Casa do Senhor . Mas estava com medo de relatar a visão a Eli.
16 Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.
16 Então Eli chamou Samuel e disse: — Samuel, meu filho! Ele respondeu: — Eis-me aqui!
17 En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
17 Então Eli disse: — O que foi que o
18 Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
18 Então Samuel lhe contou tudo, sem esconder nada. E Eli disse: — Ele é o
19 Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
19 Samuel crescia, e o Senhor estava com ele e não deixou que nenhuma de suas palavras caísse por terra.
20 En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
20 Todo o Israel, desde Dã até Berseba, reconheceu que Samuel estava confirmado como profeta do Senhor .
21 En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
21 O Senhor continuou a aparecer em Siló, porque em Siló o Senhor se manifestava a Samuel por meio da palavra do Senhor .

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.