1 Samuel 23

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En men boodschapte David, zeggende: Zie, de Filistijnen strijden tegen Kehila, en zij beroven de schuren.
1 Davi soube que os filisteus estavam atacando a cidade de Queila e roubando o trigo que havia sido colhido há pouco.
2 En David vraagde den HEERE, zeggende: Zal ik heengaan en deze Filistijnen slaan? En de HEERE zeide tot David: Ga heen, en gij zult de Filistijnen slaan en Kehila verlossen.
2 Então perguntou a Deus, o Senhor : — Devo ir e atacar os filisteus? — Sim! — respondeu o
3 Doch de mannen Davids zeiden tot hem: Zie, wij vrezen hier in Juda; hoeveel te meer, als wij naar Kehila tegen der Filistijnen slagorden gaan zullen.
3 Mas os homens de Davi disseram: — Nós já estamos com medo de ficar aqui em Judá. Quanto mais de ir a Queila para atacar o exército dos filisteus!
4 Toen vraagde David den HEERE nog verder; en de HEERE antwoordde hem en zeide: Maak u op, trek af naar Kehila; want Ik geef de Filistijnen in uw hand.
4 Então Davi consultou novamente a Deus, o Senhor , e ele respondeu: — Vá a Queila e ataque porque eu lhe darei a vitória sobre os filisteus.
5 Alzo toog David en zijn mannen naar Kehila, en hij streed tegen de Filistijnen, en dreef hun vee weg, en hij sloeg onder hen een groten slag; alzo verloste David de inwoners van Kehila.
5 Então Davi e os seus homens foram a Queila e atacaram os filisteus. Mataram muitos deles e tomaram os seus rebanhos. E assim Davi salvou os moradores de Queila.
6 En het geschiedde, toen Abjathar, de zoon van Achimelech, tot David vluchtte naar Kehila, dat hij afkwam met den efod in zijn hand.
6 Na ocasião em que Abiatar, filho de Aimeleque, escapou e foi se juntar a Davi em Queila, ele levou o manto sacerdotal .
7 Als aan Saul te kennen gegeven werd, dat David te Kehila gekomen was, zo zeide Saul: God heeft hem in mijn hand overgegeven, want hij is besloten, komende in een stad met poorten en grendelen.
7 Quando Saul foi avisado de que Davi tinha ido para Queila, disse: — Deus entregou Davi nas minhas mãos. Ele foi para uma cidade cercada de muralhas, com portões reforçados, e assim caiu numa armadilha.
8 Toen liet Saul al het volk ten strijde roepen, dat zij aftogen naar Kehila, om David en zijn mannen te belegeren.
8 Então Saul chamou todos os soldados para a batalha a fim de marchar contra Queila e cercar Davi e os seus homens.
9 Als nu David verstond, dat Saul dit kwaad tegen hem heimelijk voorhad, zeide hij tot den priester Abjathar: Breng den efod herwaarts.
9 Quando Davi soube que Saul estava planejando atacá-lo, disse ao sacerdote Abiatar: — Traga aqui o manto sacerdotal para que possamos consultar a Deus.
10 En David zeide: HEERE, God van Israel! Uw knecht heeft zekerlijk gehoord, dat Saul zoekt naar Kehila te komen, en de stad te verderven om mijnentwil.
10 Então Davi disse: — Ó
11 Zullen mij ook de burgers van Kehila in zijn hand overgeven? Zal Saul afkomen, gelijk als Uw knecht gehoord heeft? O HEERE, God van Israel, geef het toch Uw knecht te kennen! De HEERE nu zeide: Hij zal afkomen.
11 Será que os moradores de Queila vão me entregar nas mãos de Saul? Será que Saul virá mesmo, como ouvi dizer? Ó Senhor , Deus de Israel, peço-te que me respondas! — Saul virá! — respondeu o
12 Daarna zeide David: Zouden de burgers van Kehila mij en mijn mannen overgeven in de hand van Saul? En de HEERE zeide: Zij zouden u overgeven.
12 — E será que os moradores de Queila vão entregar a mim e também os meus homens a Saul? — perguntou Davi. — Sim, vão! — respondeu o
13 Toen maakte zich David en zijn mannen op, omtrent zeshonderd man, en zij gingen uit Kehila, en zij gingen heen, waar zij konden gaan. Toen aan Saul geboodschapt werd, dat David uit Kehila ontkomen was, zo hield hij op uit te trekken.
13 Então Davi e os seus homens — mais ou menos seiscentos — saíram imediatamente de Queila e seguiram sem rumo certo. Quando Saul ficou sabendo que Davi tinha fugido de Queila, abandonou o seu plano.
14 David nu bleef in de woestijn in de vestingen, en hij bleef op den berg in de woestijn Zif; en Saul zocht hem alle dagen, doch God gaf hem niet over in zijn hand.
14 Davi se escondeu nas fortalezas da região deserta e montanhosa que fica perto de Zife. Saul continuava a procurá-lo todos os dias, mas Deus não entregou Davi a ele.
15 Als David zag, dat Saul uitgetogen was, om zijn ziel te zoeken, zo was David in de woestijn Zif in een woud.
15 E Davi estava com medo porque Saul tinha saído para matá-lo. Davi passou a viver em Horesa, no deserto que fica perto de Zife.
16 Toen maakte zich Jonathan, de zoon van Saul, op, en hij ging tot David in het woud; en hij versterkte zijn hand in God.
16 Jônatas foi encontrar-se com ele ali e lhe deu coragem para confiar na proteção de Deus.
17 En hij zeide tot hem: Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden, maar gij zult koning worden over Israel, en ik zal de tweede bij u zijn; ook weet mijn vader Saul zulks wel.
17 Jônatas disse: — Não tenha medo. Saul, o meu pai, não conseguirá causar-lhe nenhum mal. Você será o rei de Israel, e eu ocuparei o segundo lugar no seu governo. E o meu pai sabe muito bem disso.
18 En die beiden maakten een verbond voor het aangezicht des HEEREN; en David bleef in het woud, maar Jonathan ging naar zijn huis.
18 E ali, na presença de Deus, o Senhor , os dois renovaram a sua promessa de amizade. Davi ficou em Horesa, e Jônatas voltou para casa.
19 Toen togen de Zifieten op tot Saul naar Gibea, zeggende: Heeft zich niet David bij ons verborgen in de vestingen in het woud, op den heuvel van Hachila, die aan de rechterhand der wildernis is?
19 Algumas pessoas de Zife foram a Gibeá e disseram a Saul: — Davi está escondido na nossa terra, em Horesa, no monte Haquila, ao sul de Jesimom.
20 Nu dan, o koning, kom spoedig af naar al de begeerte uwer ziel; en het komt ons toe hem over te geven in de hand des konings.
20 Nós sabemos que o senhor quer muito prendê-lo. Venha com a gente, que nós lhe entregaremos Davi.
21 Toen zeide Saul: Gezegend zijt gijlieden den HEERE, dat gij u over mij ontfermd hebt!
21 Saul respondeu: — Que o
22 Gaat toch heen, en bereidt de zaak nog meer, dat gij weet en beziet zijn plaats, waar zijn gang is, wie hem daar gezien heeft; want hij heeft tot mij gezegd, dat hij zeer listiglijk pleegt te handelen.
22 Vão e se informem novamente. Descubram com certeza onde Davi está e quem o viu ali. Dizem que ele é muito esperto.
23 Daarom ziet toe, en verneemt naar alle schuilplaatsen, in dewelke hij schuilt; komt dan weder tot mij met vast bescheid, zo zal ik met ulieden gaan; en het zal geschieden, zo hij in het land is, zo zal ik hem naspeuren onder alle duizenden van Juda.
23 Descubram exatamente os lugares onde ele se esconde e voltem aqui sem falta. Então irei com vocês e, se ele estiver lá, eu o pegarei ainda que tenha de procurar em toda a terra de Judá.
24 Toen maakten zij zich op, en zij gingen naar Zif voor het aangezicht van Saul. David nu en zijn mannen waren in de woestijn van Maon, in het vlakke veld, aan de rechterhand der wildernis.
24 Então eles voltaram para Zife, adiante de Saul. Davi e os seus homens estavam no deserto de Maom, num vale seco ao sul de Jesimom.
25 Saul en zijn mannen gingen ook om te zoeken. Dat werd David geboodschapt, die van dien rotssteen afgegaan was, en bleef in de woestijn van Maon. Toen Saul dat hoorde, jaagde hij David na in de woestijn van Maon.
25 Saul e os seus soldados foram procurar Davi. Mas Davi ficou sabendo e foi para uma passagem nas rochas do deserto de Maom e ficou ali. Quando Saul soube disso, foi atrás de Davi.
26 En Saul ging aan deze zijde des bergs, en David en zijn mannen aan gene zijde des bergs. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen.
26 Saul e os seus soldados estavam de um lado do monte, e Davi e os seus, do outro. Estes fugiram depressa para escapar de Saul e dos seus soldados, que os estavam cercando para prendê-los.
27 Doch daar kwam een bode tot Saul, zeggende: Haast u, en kom, want de Filistijnen zijn in het land gevallen.
27 Mas justamente nesse momento um mensageiro chegou e disse a Saul: — Volte imediatamente! Os filisteus estão invadindo o país!
28 Toen keerde zich Saul van David na te jagen, en hij toog den Filistijnen tegemoet; daarom noemde men die plaats Sela-Machlekoth.
28 Então Saul parou de perseguir Davi e foi lutar contra os filisteus. É por isso que aquele lugar é chamado de “Rocha da Separação”.
29 — ausente —
29 Davi saiu e foi para os lugares protegidos da região da fonte de Gedi.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 23, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.