1 Samuel 23

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En men boodschapte David, zeggende: Zie, de Filistijnen strijden tegen Kehila, en zij beroven de schuren.
1 Então disseram a Davi: — Eis que os filisteus estão atacando a cidade de Queila e saqueando as eiras.
2 En David vraagde den HEERE, zeggende: Zal ik heengaan en deze Filistijnen slaan? En de HEERE zeide tot David: Ga heen, en gij zult de Filistijnen slaan en Kehila verlossen.
2 Davi consultou o Senhor , perguntando: — Devo ir e atacar esses filisteus? O — Vá, ataque os filisteus, e livre a cidade de Queila.
3 Doch de mannen Davids zeiden tot hem: Zie, wij vrezen hier in Juda; hoeveel te meer, als wij naar Kehila tegen der Filistijnen slagorden gaan zullen.
3 Porém os homens de Davi lhe disseram: — Temos medo aqui em Judá, quanto mais indo a Queila lutar contra as tropas dos filisteus.
4 Toen vraagde David den HEERE nog verder; en de HEERE antwoordde hem en zeide: Maak u op, trek af naar Kehila; want Ik geef de Filistijnen in uw hand.
4 Então Davi tornou a consultar o Senhor , e o Senhor lhe respondeu: — Levante-se e vá até Queila, porque estou entregando os filisteus em suas mãos.
5 Alzo toog David en zijn mannen naar Kehila, en hij streed tegen de Filistijnen, en dreef hun vee weg, en hij sloeg onder hen een groten slag; alzo verloste David de inwoners van Kehila.
5 Então Davi e os seus homens foram a Queila, lutaram contra os filisteus e tomaram todo o gado deles. E causaram grande matança entre eles. Assim, Davi salvou os moradores de Queila.
6 En het geschiedde, toen Abjathar, de zoon van Achimelech, tot David vluchtte naar Kehila, dat hij afkwam met den efod in zijn hand.
6 Aconteceu que, quando Abiatar, filho de Aimeleque, fugiu para junto de Davi, em Queila, levou a estola sacerdotal.
7 Als aan Saul te kennen gegeven werd, dat David te Kehila gekomen was, zo zeide Saul: God heeft hem in mijn hand overgegeven, want hij is besloten, komende in een stad met poorten en grendelen.
7 Foi anunciado a Saul que Davi tinha ido a Queila. Então Saul disse: — Deus o entregou nas minhas mãos. Está cercado, pois entrou numa cidade de portões e ferrolhos.
8 Toen liet Saul al het volk ten strijde roepen, dat zij aftogen naar Kehila, om David en zijn mannen te belegeren.
8 Então Saul mandou chamar todo o povo para a batalha, para que descessem a Queila e cercassem Davi e os seus homens.
9 Als nu David verstond, dat Saul dit kwaad tegen hem heimelijk voorhad, zeide hij tot den priester Abjathar: Breng den efod herwaarts.
9 Quando Davi soube que Saul maquinava o mal contra ele, disse ao sacerdote Abiatar: — Traga aqui a estola sacerdotal.
10 En David zeide: HEERE, God van Israel! Uw knecht heeft zekerlijk gehoord, dat Saul zoekt naar Kehila te komen, en de stad te verderven om mijnentwil.
10 Então Davi orou: — Ó
11 Zullen mij ook de burgers van Kehila in zijn hand overgeven? Zal Saul afkomen, gelijk als Uw knecht gehoord heeft? O HEERE, God van Israel, geef het toch Uw knecht te kennen! De HEERE nu zeide: Hij zal afkomen.
11 Será que os moradores de Queila me entregarão nas mãos dele? Será que Saul virá mesmo, como o teu servo ouviu? Ah! Senhor , Deus de Israel, revela isto ao teu servo. E o — Ele virá.
12 Daarna zeide David: Zouden de burgers van Kehila mij en mijn mannen overgeven in de hand van Saul? En de HEERE zeide: Zij zouden u overgeven.
12 Então Davi perguntou: — E será que os moradores de Queila me entregarão, juntamente com os meus servos, nas mãos de Saul? O — Entregarão.
13 Toen maakte zich David en zijn mannen op, omtrent zeshonderd man, en zij gingen uit Kehila, en zij gingen heen, waar zij konden gaan. Toen aan Saul geboodschapt werd, dat David uit Kehila ontkomen was, zo hield hij op uit te trekken.
13 Então Davi e os seus homens, que eram uns seiscentos, saíram de Queila e se foram sem rumo certo. Quando foi anunciado a Saul que Davi tinha fugido de Queila, deixou de persegui-lo.
14 David nu bleef in de woestijn in de vestingen, en hij bleef op den berg in de woestijn Zif; en Saul zocht hem alle dagen, doch God gaf hem niet over in zijn hand.
14 Davi permaneceu no deserto, nos lugares seguros, e ficou na região montanhosa no deserto de Zife. Saul buscava-o todos os dias, porém Deus não o entregou nas suas mãos.
15 Als David zag, dat Saul uitgetogen was, om zijn ziel te zoeken, zo was David in de woestijn Zif in een woud.
15 Quando Davi percebeu que Saul tinha saído para tirar-lhe a vida, ficou no deserto de Zife, em Horesa.
16 Toen maakte zich Jonathan, de zoon van Saul, op, en hij ging tot David in het woud; en hij versterkte zijn hand in God.
16 Então Jônatas, filho de Saul, se levantou e foi falar com Davi, em Horesa, e lhe fortaleceu a confiança em Deus.
17 En hij zeide tot hem: Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden, maar gij zult koning worden over Israel, en ik zal de tweede bij u zijn; ook weet mijn vader Saul zulks wel.
17 Jônatas disse: — Não tenha medo, porque a mão de Saul, meu pai, não encontrará você. Você será rei de Israel, e eu serei o segundo depois de você, o que também Saul, meu pai, bem sabe.
18 En die beiden maakten een verbond voor het aangezicht des HEEREN; en David bleef in het woud, maar Jonathan ging naar zijn huis.
18 E ambos fizeram aliança diante do Senhor . Davi ficou em Horesa, e Jônatas voltou para casa.
19 Toen togen de Zifieten op tot Saul naar Gibea, zeggende: Heeft zich niet David bij ons verborgen in de vestingen in het woud, op den heuvel van Hachila, die aan de rechterhand der wildernis is?
19 Então os zifeus foram falar com Saul, em Gibeá, dizendo: — Não é verdade que Davi está escondido entre nós, nos lugares seguros de Horesa, no monte Haquila, ao sul de Jesimom?
20 Nu dan, o koning, kom spoedig af naar al de begeerte uwer ziel; en het komt ons toe hem over te geven in de hand des konings.
20 Agora, ó rei, conforme o desejo do seu coração, venha, que a nós nos compete entregar Davi nas mãos do rei.
21 Toen zeide Saul: Gezegend zijt gijlieden den HEERE, dat gij u over mij ontfermd hebt!
21 Saul respondeu: — Que vocês sejam benditos do
22 Gaat toch heen, en bereidt de zaak nog meer, dat gij weet en beziet zijn plaats, waar zijn gang is, wie hem daar gezien heeft; want hij heeft tot mij gezegd, dat hij zeer listiglijk pleegt te handelen.
22 Vão, agora, e informem-se ainda melhor. Descubram o lugar que ele frequenta e quem o viu ali, porque me foi dito que ele é muito astuto.
23 Daarom ziet toe, en verneemt naar alle schuilplaatsen, in dewelke hij schuilt; komt dan weder tot mij met vast bescheid, zo zal ik met ulieden gaan; en het zal geschieden, zo hij in het land is, zo zal ik hem naspeuren onder alle duizenden van Juda.
23 Por isso, prestem bem atenção e informem-se a respeito de todos os esconderijos em que ele se oculta. Voltem para cá com informações seguras, e então eu irei com vocês. Se ele estiver na região, irei procurá-lo entre todos os milhares de Judá.
24 Toen maakten zij zich op, en zij gingen naar Zif voor het aangezicht van Saul. David nu en zijn mannen waren in de woestijn van Maon, in het vlakke veld, aan de rechterhand der wildernis.
24 Então eles se levantaram e se foram a Zife, adiante de Saul. Ora, Davi e os seus homens estavam no deserto de Maom, na planície, ao sul de Jesimom.
25 Saul en zijn mannen gingen ook om te zoeken. Dat werd David geboodschapt, die van dien rotssteen afgegaan was, en bleef in de woestijn van Maon. Toen Saul dat hoorde, jaagde hij David na in de woestijn van Maon.
25 Saul e os seus homens foram ao encalço dele, e isto foi dito a Davi. Por isso ele foi para a rocha que está no deserto de Maom. Quando Saul soube disso, perseguiu Davi no deserto de Maom.
26 En Saul ging aan deze zijde des bergs, en David en zijn mannen aan gene zijde des bergs. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen.
26 Saul ia de um lado do monte, e Davi e os seus homens, do outro. Davi se apressou em fugir para escapar de Saul, porém este e os seus homens cercaram Davi e os seus homens para os prender.
27 Doch daar kwam een bode tot Saul, zeggende: Haast u, en kom, want de Filistijnen zijn in het land gevallen.
27 Então veio um mensageiro a Saul, dizendo: — Venha depressa, porque os filisteus invadiram a terra.
28 Toen keerde zich Saul van David na te jagen, en hij toog den Filistijnen tegemoet; daarom noemde men die plaats Sela-Machlekoth.
28 Por isso Saul desistiu de perseguir Davi e foi lutar contra os filisteus. Por esta razão, aquele lugar se chamou Sela-Hamalecote.
29 — ausente —
29 Davi partiu daquele lugar e ficou nos lugares seguros de En-Gedi.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 23, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.