Tito 1

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Paulus, een dienaar van God, en apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods en naar de kennis der waarheid die naar de godvruchtigheid is,
1 Paulo, servo de Deus e apóstolo de Jesus Cristo, segundo a fé dos eleitos de Deus e o conhecimento da verdade, que é segundo a piedade,
2 op hope van het eeuwige leven, dat God die niet liegt beloofd heeft vóór de tijden der eeuwen,
2 em esperança da vida eterna, a qual Deus, que não pode mentir, prometeu antes do começo do mundo,
3 doch die zijn woord geopenbaard heeft ter zijner tijd in de prediking, die mij toevertrouwd is naar het gebod van God onzen Verlosser:
3 mas, a seu tempo, manifestou a sua palavra pela pregação que me foi confiada segundo o mandamento de Deus, nosso Salvador.
4 Aan Titus, mijn oprechten zoon naar het gemeenschappelijk geloof, genade en vrede zij u van God den Vader en van Jezus Christus onzen Verlosser.
4 A Tito, meu próprio filho, segundo a fé comum: Graça, misericórdia e paz, da parte de Deus o Pai e do Senhor Jesus Cristo, nosso Salvador.
5 Om die oorzaak heb ik u in Kreta gelaten, opdat gij in orde zoudt brengen hetgeen er nog ontbrak en dat gij van stad tot stad oudsten zoudt aanstellen, zooals ik u geboden heb.
5 Por esta causa te deixei em Creta, para que pusesses em ordem as coisas que ainda restam e estabelecesses anciãos em cada cidade, como já te mandei:
6 Als iemand onberispelijk is, de man van één vrouw, geloovige kinderen hebbende, niet onder beschuldiging van onmatigheid of ongehoorzaamheid.
6 Aquele que for irrepreensível, marido de uma só esposa, tendo filhos crentes, não acusados de libertinagem ou rebeldia.
7 Want een opziener moet onberispelijk zijn als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet boosaardig, niet genegen tot wijn, niet heftig, geen vuil gewin zoeker,
7 Porque o bispo deve ser irrepreensível, como administrador de Deus, não soberbo, nem iracundo, nem dado ao vinho, nem espancador, nem cobiçoso de lucro desonesto;
8 maar gaarn herbergende, het goede beminnende, matig, rechtvaardig, heilig, ingetogen,
8 mas amante da hospitalidade, amante dos bons, sóbrio, justo, santo, temperante;
9 vasthoudende aan het woord des geloofs dat naar de leering is, opdat hij bekwaam zij zoowel om te vermanen in de gezonde leering als ook om de tegensprekers te wederleggen.
9 retendo firme a fiel palavra, que lhe foi ensinada, para que seja capaz, pela sã doutrina, tanto de admoestar como de convencer os contradizentes.
10 Want er zijn vele ongeregelden, ledige klappers en bedriegers, vooral die uit de besnijdenis zijn,
10 Porque há muitos desordenados, faladores e enganadores vãos, principalmente os da circuncisão,
11 die men den mond moet stoppen, die geheele huisgezinnen verkeeren, onderwijzende wat niet behoort, om vuil gewin.
11 aos quais convém tapar a boca; que destroem casas inteiras, ensinando coisas que não convém, por causa da ganância do lucro.
12 Een uit hen, een profeet uit hun midden, heeft gezegd: „de Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken.”
12 Um deles, seu próprio profeta, disse: Os cretenses são sempre mentirosos, bestas ruins, ventres preguiçosos.
13 Dit getuigenis is waar. Om die reden moet gij hen scherpelijk bestraffen, opdat zij gezond mogen worden in het geloof,
13 Este testemunho é verdadeiro. Portanto, repreende-os severamente, para que sejam sãos na fé,
14 geen acht gevende op joodsche fabelen en geboden van menschen, die zich afkeeren van de waarheid.
14 não dando ouvidos às fábulas judaicas, nem aos mandamentos de homens que se desviam da verdade.
15 Alles is zuiver voor degenen die zuiver zijn; doch voor degenen die besmet en ongeloovig zijn is niets zuiver, maar zoowel hun verstand als hun konsciëntie is besmet.
15 Para os puros, todas as coisas são puras, mas para os contaminados e infiéis, nada é puro; antes, até sua mente e consciência estão contaminadas.
16 Zij belijden God te kennen, maar met de werken verloochenen zij Hem, want zij zijn afschuwelijk en ongehoorzaam en tot alle goed werk ongeschikt.
16 Eles professam que conhecem a Deus, mas com as obras o negam, sendo abomináveis e desobedientes, e reprovados para toda boa obra.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Tito 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.