Romanos 2

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Daarom gij, o mensch die oordeelt! gij zijt niet onschuldig. Want waarin gij een ander oordeelt veroordeelt gij u zelven; want al oordeelende doet gij dezelfde dingen.
1 Portanto, tu és indesculpável, ó homem, qualquer um que julgas; pois no que tu julgas a outro, a ti mesmo te condenas, pois tu que julgas, fazes as mesmas coisas.
2 Want wij weten dat Gods oordeel waarachtig is over degenen die zulke dingen doen.
2 Mas nós temos a certeza de que o julgamento de Deus é segundo a verdade contra os que cometem tais coisas.
3 Maar meent gij dan, o mensch die oordeelt degenen die zulke dingen doen, terwijl gij ze zelf doet, dat gij Gods oordeel zult ontgaan?
3 E tu, ó homem, que julgas os que fazem tais coisas, pensas que, fazendo-as tu, escaparás do julgamento de Deus?
4 Of veracht gij den rijkdom zijner goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, terwijl gij niet weet dat de goedheid Gods u leidt tot boetvaardigheid?
4 Ou desprezas tu as riquezas da sua benignidade, e paciência e longanimidade, não sabendo que a benignidade de Deus te leva ao arrependimento?
5 Doch naar uw hardnekkigheid en onboetvaardigheid vergadert gij u zelven een schat van gramschap ten dage der gramschap en der openbaring van Gods rechtvaardig oordeel,
5 Mas, segundo a tua dureza e teu coração impenitente, entesouras para ti mesmo ira para o dia da ira e da revelação do justo julgamento de Deus;
6 die een ieder zal vergelden naar zijn werken;
6 o qual retribuirá a cada homem segundo os seus atos;
7 namelijk eeuwig leven aan degenen die, met volharding in goeddoen, naar glorie en eer en onverderfelijkheid zoeken;
7 vida eterna aos que perseverando em fazer o bem, procuram glória, honra e imortalidade.
8 maar gramschap en bitterheid aan degenen die twistgierig zijn en die aan de waarheid ongehoorzaam doch aan de onrechtvaardigheid gehoorzaam zijn.
8 Mas indignação e ira aos que são contenciosos, e não obedecem à verdade, mas obedecem à injustiça;
9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensch en die het kwade doet, eerst van den Jood en ook van den Griek;
9 tribulação e angústia sobre toda a alma do homem que faz o mal; primeiramente do judeu e também do gentio;
10 maar glorie en eer en vrede over elk die het goede doet, eerst den Jood en ook den Griek.
10 mas glória, honra e paz a todo homem que pratica o bem; primeiramente ao judeu e também ao gentio;
11 Want er is geen aanzien des persoons bij God.
11 porque não há acepção de pessoas para Deus.
12 Want zoo velen als er zonder wet gezondigd hebben zullen ook zonder wet verloren gaan, en zoovelen als er onder de wet gezondigd hebben zullen door de wet geoordeeld worden;
12 Porque todos os que pecaram sem lei, também perecerão sem lei; e todos os que pecaram na lei, serão julgados pela lei;
13 — want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.
13 (porque os que ouvem a lei não são justos diante de Deus, mas os praticantes da lei serão justificados.
14 Want als volken die geen wet hebben van nature de dingen der wet doen, dan zijn dezen die geen wet hebben zich zelven tot wet,
14 Porque quando os gentios, que não têm lei, fazem naturalmente as coisas contidas na lei, não tendo eles lei, são a lei para si mesmos;
15 die toonen dat het werk der wet in hun harten is geschreven, terwijl hun konsciëntie mede getuigenis geeft en hun onderlinge redeneeringen hen beschuldigen of ook vrijspreken,
15 os quais mostram a obra da lei escrita em seus corações, testificando também a sua consciência, e os seus pensamentos, ou acusando-os, ou defendendo-os),
16 in den dag dat God de geheime dingen der menschen zal oordeelen naar mijn Evangelie, door Jezus Christus.
16 no dia em que Deus julgar por meio de Jesus Cristo os segredos dos homens, conforme o meu evangelho.
17 Indien gij dan nu den naam draagt van Jood, en steunt op de wet, en roemt in God,
17 Eis que tu que és chamado de judeu, e descansas na lei, e te vanglorias em Deus;
18 en kent zijn wil, en goedkeurt wat nuttig is, omdat gij onderwezen zijt uit de wet,
18 e conheces a sua vontade, e aprovas as coisas mais excelentes, sendo instruído pela lei;
19 en u zelven aanziet voor leidsman van blinden, een licht voor die in duisternis zijn,
19 e confias que tu és guia dos cegos, luz dos que estão em trevas,
20 een opvoeder van onwetenden, een leermeester van kinderen, omdat gij in de wet den regel der kennis hebt en der waarheid,
20 instrutor dos insensatos, mestre de crianças, que tens a forma do conhecimento e da verdade na lei.
21 — gij dan die een ander onderwijs geeft, onderwijst gij u zelven niet? die predikt dat men niet stelen mag, steelt gij?
21 Tu, pois, que ensinas a outro, não te ensinas a ti mesmo? Tu, que pregas que um homem não deve furtar, tu furtas?
22 die zegt dat men geen overspel mag doen, doet gij overspel? die de afgoden verfoeit, pleegt gij tempelroof?
22 Tu, que dizes que um homem não deve cometer adultério, tu cometes adultério? Tu, que abominas os ídolos, tu cometes sacrilégio?
23 Gij die in de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?
23 Tu, que te vanglorias na lei, por meio da infração da lei tu desonras a Deus?
24 Want Gods Naam wordt om uwentwille gelasterd onder de volken, zooals er geschreven is.
24 Porque o nome de Deus é blasfemado entre os gentios por causa de vós, como está escrito.
25 Want de besnijdenis is wel nuttig als gij de wet doet, maar als gij een overtreder der wet zijt dan is uw besnijdenis tot onbesnedenheid geworden.
25 Porque a circuncisão é verdadeiramente proveitosa se tu guardares a lei; mas se tu és transgressor da lei, a tua circuncisão se torna em incircuncisão.
26 Wanneer dan de onbesnedene de inzettingen der wet bewaart, zal dan niet zijn onbesnedenheid tot besnijdenis gerekend worden?
26 Portanto, se o incircunciso guardar a justiça da lei, não será sua incircuncisão julgada como circuncisão?
27 en zal de van nature onbesnedene, die de wet volbrengt, u niet oordeelen die, al hebt gij letter en besnijdenis, nochtans de wet overtreedt?
27 E se a incircuncisão que é por natureza, cumpre a lei, julgar-te-á a ti, que pela letra e circuncisão és transgressor da lei?
28 Want niet hij is Jood die dit voor het uitwendige is, en niet dat is besnijdenis die uitwendig, in het vleesch is;
28 Porque não é judeu o que o é exteriormente, nem é esta circuncisão, que é exteriormente na carne.
29 maar Jood is hij die dat in het binnenste is, en besnijdenis is die des harten, in den geest, niet naar de letter. Diens roem is niet uit menschen maar uit God.
29 Mas é judeu o que o é no interior, e a circuncisão é a do coração, no espírito, e não na letra; cujo louvor não é de homens, mas de Deus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.