Romanos 10

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVI

Sair da comparação
NVI Nova Versão Internacional
1 Broeders! de begeerte mijns harten voor Israël en mijn gebed tot God is voor hen tot behoudenis;
1 Irmãos, o desejo do meu coração e a minha oração a Deus pelos israelitas é que eles sejam salvos.
2 want ik betuig hun dat zij ijver voor God hebben, maar niet met verstand.
2 Pois posso testemunhar que eles têm zelo por Deus, mas o seu zelo não se baseia no conhecimento.
3 Want Gods rechtvaardigheid niet kennende en zoekende hun eigen rechtvaardigheid te doen gelden, onderwerpen zij zich niet aan de rechtvaardigheid Gods,
3 Porquanto, ignorando a justiça que vem de Deus e procurando estabelecer a sua própria, não se submeteram à justiça de Deus.
4 want het einde der wet is Christus tot rechtvaardigheid voor al wie gelooft.
4 Porque o fim da lei é Cristo, para a justificação de todo o que crê.
5 Mozes toch schrijft dat de mensch, die de rechtvaardigheid doet die uit de wet is, in haar leven zal.
5 Moisés descreve desta forma a justiça que vem da lei: "O homem que fizer estas coisas viverá por meio delas".
6 Maar de rechtvaardigheid uit het geloof spreekt alzoo: Zeg niet in uw harte: wie zal opklimmen naar den hemel? dat is, om Christus af te brengen;
6 Mas a justiça que vem da fé diz: "Não diga em seu coração: ‘Quem subirá ao céu? ’ ( isto é, para fazer Cristo descer )
7 of: wie zal afdalen naar den afgrond? dat is, om Christus uit de dooden op te brengen.
7 ou ‘Quem descerá ao abismo? ’ " ( isto é, para fazer subir Cristo dentre os mortos ).
8 Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart. Dat is het woord des geloofs dat wij prediken.
8 Mas o que ela diz? "A palavra está perto de você; está em sua boca e em seu coração", isto é, a palavra da fé que estamos proclamando:
9 Indien gij namelijk met uw mond Jezus als Heer zult belijden, en in uw harte gelooven dat God Hem heeft opgewekt uit de dooden, dan zult gij worden behouden.
9 Se você confessar com a sua boca que Jesus é Senhor e crer em seu coração que Deus o ressuscitou dentre os mortos, será salvo.
10 Want met het harte gelooft men tot rechtvaardigheid en met den mond belijdt men tot behoudenis.
10 Pois com o coração se crê para justiça, e com a boca se confessa para salvação.
11 Want de Schrifture zegt: Al wie op Hem vertrouwt zal niet worden beschaamd.
11 Como diz a Escritura: "Todo o que nele confia jamais será envergonhado".
12 Want er is geen onderscheid van Jood noch Griek, want dezelfde is Heer van allen, die rijk is over allen die Hem aanroepen.
12 Não há diferença entre judeus e gentios, pois o mesmo Senhor é Senhor de todos e abençoa ricamente todos os que o invocam,
13 Want al wie den Naam des Heeren zal aanroepen zal behouden worden.
13 porque "todo aquele que invocar o nome do Senhor será salvo".
14 Hoe dan zullen zij aanroepen in wien zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij gelooven wien zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij hooren zonder prediker?
14 Como, pois, invocarão aquele em quem não creram? E como crerão naquele de quem não ouviram falar? E como ouvirão, se não houver quem pregue?
15 En hoe zullen zij prediken als zij niet gezonden zijn? zooals er geschreven is: Hoe liefelijk de voeten van hen die het goede verkondigen!
15 E como pregarão, se não forem enviados? Como está escrito: "Como são belos os pés dos que anunciam boas novas! "
16 Maar allen zijn aan de goede boodschap niet gehoorzaam geweest. Want Jesaja zegt: Heere, wie heeft geloofd hetgeen hij van ons gehoord heeft?
16 No entanto, nem todos os israelitas aceitaram as boas novas. Pois Isaías diz: "Senhor, quem creu em nossa mensagem? "
17 Zoo is dan het geloof uit hetgeen gehoord wordt, en hetgeen gehoord wordt is door het woord van Christus.
17 Conseqüentemente, a fé vem por ouvir a mensagem, e a mensagem é ouvida mediante a palavra de Cristo.
18 Maar ik zeg: Hebben zij het in het geheel niet gehoord? Wel zeker! Tot de gansche aarde is hun geluid gekomen en tot de uiterste einden der bewoonde aarde hun woorden.
18 Mas eu pergunto: Eles não a ouviram? Claro que sim: "A sua voz ressoou por toda a terra, e as suas palavras, até os confins do mundo".
19 Maar ik zeg: heeft dan Israël het niet geweten? — Het eerst zegt Mozes: Ik zal uw jaloezie opwekken met wat geen volk is; door een onverstandig volk zal ik uw toorn opwekken.
19 Novamente pergunto: Será que Israel não entendeu? Moisés foi o primeiro que disse: "Farei que tenham ciúmes de quem não é meu povo; eu os provocarei à ira por meio de um povo sem entendimento".
20 En Jesaja verstout zich en zegt: Ik ben gevonden van die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden aan die niet naar Mij vroegen.
20 E Isaías diz ousadamente: "Fui achado por aqueles que não me procuravam; revelei-me àqueles que não perguntavam por mim".
21 Maar tot Israël zegt hij: Den ganschen dag heb Ik mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
21 Mas a respeito de Israel, ele diz: "O tempo todo estendi as mãos a um povo desobediente e rebelde".

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.