Mateus 2
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, daar kwamen wijzen uit het Oosten naar Jerusalem,
1 Ora, tendo Jesus nascido em Belém da Judeia, nos dias do rei Herodes, eis que alguns homens sábios vieram do Oriente à Jerusalém,
2 zeggende: Waar is de koning der Joden, die geboren is? want wij hebben zijn ster in het opgaan gezien, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.
2 dizendo: Onde está aquele que é nascido REI DOS JUDEUS? Pois nós temos visto a sua estrela no Oriente, e viemos para adorá-lo.
3 De koning Herodes nu, dit hoorende, werd ontroerd en geheel Jerusalem met hem.
3 Ouvindo estas coisas, o rei Herodes ficou preocupado, e toda Jerusalém com ele.
4 En al de overpriesters en schriftgeleerden des volks samengeroepen hebbende, vroeg hij aan dezen waar de Christus zou worden geboren.
4 E quando ele tinha reunido todos os principais sacerdotes e escribas do povo, ele exigiu deles onde Cristo deveria nascer.
5 En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judea, want zoo is er geschreven door den profeet:
5 E disseram-lhe: Em Belém da Judeia; pois assim está escrito pelo profeta:
6 Gij Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de prinsen van Juda; uit u toch zal een Vorst voortkomen, die mijn volk Israël zal besturen.
6 E tu, Belém, na terra de Judá, não és a menor entre as capitais de Judá; porque de ti virá um Governador que há de governar o meu povo Israel.
7 Toen riep Herodes de wijzen in ‘t geheim en vroeg hun nauwkeurig naar den tijd dat de ster hun verschenen was.
7 Então Herodes, chamando os homens sábios em particular, inquiriu diligentemente deles acerca do tempo em que a estrela lhes aparecera.
8 En hij zond hen naar Bethlehem en zeide: Gaat heen en doet nauwkeurig onderzoek naar het kind, en als gij het gevonden hebt, boodschapt het mij dan, opdat ik ook kome en het aanbidde.
8 E, enviando-os a Belém, disse: Ide, e perguntai diligentemente pelo menino, e quando o achardes, tragam-me a palavra novamente, para que eu também vá e o adore.
9 Zij nu den koning gehoord hebbende, reisden heen. En ziet, de ster die zij in het opgaan gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stilstond boven de plaats waar het kind was.
9 Tendo eles ouvido o rei, partiram; e eis que a estrela que tinham visto no Oriente, ia adiante deles, até chegar e parar por sobre o lugar onde estava o menino.
10 Toen zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer groote vreugde.
10 E, vendo a estrela, regozijaram-se com grande júbilo.
11 En in het huis gekomen zijnde, zagen zij het kind met Maria, zijn moeder; en nedervallende, aanbaden zij het. En zij openden hun schatten en brachten het geschenken, goud, en wierook en mirre.
11 E, entrando na casa, eles viram o menino com Maria sua mãe e, prostrando-se, o adoraram; e abrindo os seus tesouros, ofertaram-lhe dádivas: ouro, incenso e mirra.
12 En nadat zij in een droom van Godswege vermaand waren om niet weder te keeren naar Herodes, vertrokken zij langs een anderen weg terug naar hun land.
12 E sendo avisados por Deus em sonho para que não retornassem para Herodes, eles partiram para a sua terra por outro caminho.
13 Toen zij nu vertrokken waren, ziet, een engel des Heeren verscheen in een droom aan Jozef, zeggende: Sta op, neem het kind en zijn moeder mede, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat Ik het u zal zeggen; want Herodes zal het kind zoeken, om het te dooden.
13 E, tendo eles partido, eis que o anjo do Senhor apareceu em sonho a José dizendo: Levanta-te, e toma o menino e sua mãe, e foge para o Egito, e permanece lá até que eu te informe, pois Herodes há de procurar o menino para matá-lo.
14 En hij stond op en nam des nachts het kind en zijn moeder mede en vertrok naar Egypte.
14 Levantando-se, tomou o menino e sua mãe, durante a noite, e foi para o Egito.
15 En hij was daar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen de Heere gesproken heeft door den profeet, die zegt: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.
15 E lá permaneceu até a morte de Herodes, para que pudesse se cumprir o que foi dito pelo Senhor através do profeta, dizendo: Do Egito chamei o meu Filho.
16 Toen Herodes dan zag dat hij door de wijzen bedrogen was, werd hij zeer toornig; en hij zond heen en vermoordde al de kinderen te Bethlehem en in geheel de omliggende landstreek, die twee jaar oud waren en daarbeneden, naar den tijd dien hij van de wijzen nauwkeurig onderzocht had.
16 Então Herodes, vendo que tinha sido enganado pelos homens sábios, irritou-se muito, e mandou matar todos os meninos que havia em Belém, e em todas as suas fronteiras, de dois anos para baixo, segundo o tempo que diligentemente inquirira dos homens sábios.
17 Toen is vervuld het woord dat door den profeet Jeremia is gesproken:
17 Então se cumpriu o que foi dito pelo profeta Jeremias, dizendo:
18 Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gejammer. Rachel beweent haar kinderen en wil niet vertroost worden, want zij zijn niet meer.
18 Ouviu-se em Ramá uma voz, lamentação, pranto e grande luto: Raquel chorando por seus filhos, não querendo ser consolada, porque já não existem.
19 Toen nu Herodes gestorven was, ziet, een engel des Heeren verscheen in een droom aan Jozef in Egypte,
19 Mas, tendo Herodes morrido, eis que um anjo do Senhor apareceu para José em um sonho no Egito,
20 zeggende: Sta op, neem het kind en zijn moeder mede, en ga naar het land Israëls; want die de ziel van het kind zochten, zijn gestorven.
20 dizendo: Levanta-te, e toma o menino e sua mãe, e vai para a terra de Israel; porque já estão mortos os que buscavam a vida do menino.
21 En hij stond op en nam het kind en zijn moeder mede, en kwam naar het land Israëls.
21 E ele levantando-se, tomou o menino e sua mãe, e foi para a terra de Israel.
22 Maar toen hij hoorde dat Archelaüs over Judea regeerde in de plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; maar van Godswege in een droom vermaand zijnde, vertrok hij naar de landstreek van Galilea.
22 Mas ouvindo que Arquelau reinava na Judeia, no lugar de seu pai Herodes, temeu ir para lá; mas, avisado por Deus em sonho, desviou-se para as partes da Galileia.
23 En hij ging wonen in een stad genaamd Nazaret; opdat zou vervuld worden hetgeen door de profeten is gesproken, dat Hij Nazarener zou genaamd worden.
23 E, ele veio e habitou em uma cidade chamada Nazaré, para que pudesse se cumprir o que fora dito pelos profetas: Ele será chamado Nazareno.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.