Mateus 28

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 En laat na den sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena en de andere Maria om het graf te bezien.
1 No fim do shabat, quando começou a amanhecer o primeiro dia da semana, Maria Madalena e a outra Maria foram ver o sepulcro.
2 En ziet, er geschiedde een groote aardbeving; want een engel des Heeren daalde uit den hemel en kwam den steen van de deur afwentelen en zat daarop.
2 E eis que houvera um grande terremoto; pois um anjo do Senhor descera do céu e, chegando-se, removera a pedra da porta, e sentou-se sobre ela.
3 En zijn aangezicht was als de bliksem, en zijn kleed zoo wit als sneeuw.
3 Seu semblante era como um relâmpago, e as suas vestes brancas como neve.
4 En door vrees voor hem beefden de wachters, en zij werden als dooden.
4 E os guardas tremeram de medo por causa dele, e ficaram como homens mortos.
5 En de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet! want ik weet dat gij Jezus, den gekruisigde, zoekt.
5 E o anjo, respondendo, disse às mulheres: Não temais vós; pois eu sei que buscais a Jesus, que foi crucificado.
6 Hij is hier niet; want Hij is verrezen zooals Hij gezegd heeft. Komt en ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft.
6 Ele não está aqui; porque ele está ressuscitado, como ele disse. Vinde ver o lugar onde o Senhor jazia.
7 En gaat spoedig heen en zegt tot zijn discipelen dat Hij is verrezen van de dooden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien; ziet, ik heb het u gezegd.
7 E ide depressa, e dizei aos seus discípulos que ele está ressuscitado dentre os mortos; e eis que vai adiante de vós para a Galileia; ali o vereis; eis que eu vo-lo tenho dito.
8 En spoedig heengaande van het graf met vrees en groote vreugde, liepen zij heen om het aan zijn discipelen te boodschappen.
8 E, partindo elas apressadamente do sepulcro, com temor e grande alegria, correram a anunciá-lo aos seus discípulos.
9 En als zij heengingen om aan zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus ontmoette haar en zeide: Weest gegroet! En zij kwamen toe en omhelsden zijn voeten en aanbaden Hem.
9 E, indo elas a dar as novas aos seus discípulos, eis que Jesus lhes veio ao encontro, dizendo: Salve. E elas, chegando, abraçaram os seus pés, e o adoraram.
10 Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet! gaat heen, boodschapt aan mijn broederen dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.
10 Então lhes disse Jesus: Não temais; ide dizer a meus irmãos que vão à Galileia, e lá me verão.
11 Terwijl zij nu heengingen, ziet, eenigen van de wacht kwamen naar de stad en boodschapten aan de overpriesters al wat er geschied was.
11 Quando elas iam, eis que alguns da guarda foram à cidade, e contaram aos principais sacerdotes todas as coisas que foram feitas.
12 En zij vergaderden met de oudsten, en toen zij beraadslaagd hadden, gaven zij aan de soldaten veel geld, zeggende:
12 E, reunindo-se eles com os anciãos, e tomado conselho, deram muito dinheiro aos soldados,
13 Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen terwijl wij sliepen.
13 dizendo: Dizei: Seus discípulos vieram de noite e o furtaram enquanto nós dormíamos.
14 En als dit aan den stadhouder mocht ter oore komen, dan zullen wij hem tevreden en u buiten zorg stellen.
14 E, se isto chegar aos ouvidos do governador, nós o persuadiremos, e vos poremos em segurança.
15 En zij namen het geld en deden zooals men hun gezegd had. En dit verhaal is verbreid onder de Joden tot op den huidigen dag.
15 Assim eles pegaram o dinheiro, e fizeram como foram instruídos; e este dito é divulgado entre os judeus até o dia de hoje.
16 Doch de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg dien Jezus hun aangewezen had.
16 Então os onze discípulos foram para a Galileia, para o monte que Jesus lhes tinha designado.
17 En als zij Hem zagen, aanbaden zij Hem; doch sommigen twijfelden.
17 E, quando o viram, o adoraram; mas alguns duvidaram.
18 En Jezus bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
18 E Jesus veio e lhes falou, dizendo: Foi-me dado todo o poder no céu e na terra.
19 Gaat heen, maakt alle volken tot mijn discipelen, hen doopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; hen leerende te onderhouden alles wat Ik u geboden heb.
19 Portanto, ide, ensinai a todas as nações, batizando-as em nome do Pai, e do Filho, e do Espírito Santo;
20 En ziet, Ik ben met u al de dagen tot aan het einde der eeuw. Amen.
20 ensinando-as a observar todas as coisas que eu vos tenho mandado; e eis que eu estou convosco sempre, até o fim do mundo. Amém.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 28, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.