Mateus 19
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVT
NVT Nova Versão Transformadora
1 En het geschiedde toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij uit Galilea vertrok en ging naar de landstreken van Judea, aan de overzijde van den Jordaan.
1 Quando Jesus terminou de dizer essas coisas, deixou a Galileia e foi para a região da Judeia, a leste do rio Jordão.
2 En vele scharen volgden Hem en Hij genas hen aldaar.
2 Grandes multidões o seguiram, e ele curou os enfermos.
3 En de fariseërs kwamen tot Hem, om Hem op de proef te stellen, en zij zeiden: Is het aan iemand geoorloofd zijn vrouw te verlaten om elke reden?
3 Alguns fariseus apareceram e tentaram apanhar Jesus numa armadilha, perguntando: “Deve-se permitir que um homem se divorcie de sua mulher por qualquer motivo?”.
4 En Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen dat de Schepper hen van den beginne man en vrouw heeft gemaakt,
4 “Vocês não leram as Escrituras?”, respondeu Jesus. “Elas registram que, desde o princípio, o Criador ‘os fez homem e mulher’
5 en dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mensch vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen zijn tot één vleesch?
5 e disse: ‘Por isso o homem deixa pai e mãe e se une à sua mulher, e os dois se tornam um só’.
6 Zoo zijn ze dus niet meer twee, maar één vleesch. Wat God dus samengevoegd heeft scheide de mensch niet.
6 Uma vez que já não são dois, mas um só, que ninguém separe o que Deus uniu.”
7 Zij zeiden tot Hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten?
7 Eles perguntaram: “Então por que Moisés disse na lei que o homem poderia dar à esposa um certificado de divórcio e mandá-la embora?”.
8 Hij zeide tot hen: Mozes heeft wegens uw hardheid van hart u toegelaten uw vrouwen te verlaten: maar van den beginne is het zoo niet geweest.
8 Jesus respondeu: “Moisés permitiu o divórcio apenas como concessão, pois o coração de vocês é duro, mas não era esse o propósito original.
9 En Ik zeg u, dat zoo iemand zijn vrouw verlaat anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en wie een verlatene trouwt, doet ook overspel.
9 E eu lhes digo o seguinte: quem se divorciar de sua esposa, o que só poderá fazer em caso de imoralidade, e se casar com outra, cometerá adultério”.
10 De discipelen zeiden tot Hem: Indien de zaak van den mensch met de vrouw zoo is, dan is het niet raadzaam om te trouwen.
10 Os discípulos de Jesus disseram: “Se essa é a condição do homem em relação à sua mulher, é melhor não casar!”.
11 Doch Hij zeide tot hen: Niet allen verstaan dit woord, maar zij, wien het gegeven is.
11 “Nem todos têm como aceitar esse ensino”, disse Jesus. “Só aqueles que recebem a ajuda de Deus.
12 Want er zijn gesnedenen die uit hun moeder alzoo geboren zijn, en er zijn gesnedenen die door de menschen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen die zich zelven gesneden hebben om het koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, vatte het.
12 Alguns nascem eunucos, alguns foram feitos eunucos por outros e alguns a si mesmos se fazem eunucos por causa do reino dos céus. Quem puder, que aceite isso.”
13 Toen werden er kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften hen.
13 Certo dia, trouxeram crianças para que Jesus pusesse as mãos sobre elas e orasse em seu favor, mas os discípulos repreendiam aqueles que as traziam.
14 Maar Jezus zeide tot hen: Laat de kinderkens met vrede en verhindert ze niet om tot Mij te komen, want voor zoodanigen is het koninkrijk der hemelen.
14 Jesus, porém, disse: “Deixem que as crianças venham a mim. Não as impeçam, pois o reino dos céus pertence aos que são como elas”.
15 En als Hij hun de handen opgelegd had, ging Hij vandaar weg.
15 Então, antes de ir embora, pôs as mãos sobre a cabeça delas e as abençoou.
16 En ziet, er kwam een tot Hem die zeide: Goede Meester, welk goed zal ik doen opdat ik het eeuwige leven hebbe?
16 Um homem veio a Jesus com a seguinte pergunta: “Mestre, que boas ações devo fazer para obter a vida eterna?”.
17 En Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar hetgeen goed is? Een is er goed, dat is, God! Maar zoo gij tot het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden.
17 “Por que você me pergunta sobre o que é bom?”, perguntou Jesus. “Há somente um que é bom. Se você deseja entrar na vida eterna, guarde os mandamentos.”
18 En hij zeide: Welke? En Jezus zeide: Gij zult niet doodslaan, gij zult geen overspel doen, gij zult niet stelen, gij zult geen valsch getuigenis geven,
18 “Quais?”, perguntou o homem. Jesus respondeu: “Não mate. Não cometa adultério. Não roube. Não dê falso testemunho.
19 eert vader en moeder, en: gij zult uw naaste liefhebben als u zelven.
19 Honre seu pai e sua mãe. Ame o seu próximo como a si mesmo”.
20 De jongeling zeide tot Hem: Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af; wat ontbreekt mij nog?
20 “Tenho obedecido a todos esses mandamentos”, disse o homem. “O que mais devo fazer?”
21 Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga dan heen, verkoop uw goederen en geef het aan de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel, en kom herwaarts en volg Mij.
21 Jesus respondeu: “Se você quer ser perfeito, vá, venda todos os seus bens e dê o dinheiro aos pobres. Então você terá um tesouro no céu. Depois, venha e siga-me”.
22 Als de jongeling nu dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij bezat vele goederen.
22 Quando o rapaz ouviu isso, foi embora triste, porque tinha muitos bens.
23 En Jezus zeide tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het koninkrijk der hemelen zal ingaan.
23 Então Jesus disse a seus discípulos: “Eu lhes digo a verdade: é muito difícil um rico entrar no reino dos céus.
24 En wederom zeg Ik u, dat het gemakkelijker is dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het koninkrijk der hemelen ingaat.
24 Digo também: é mais fácil um camelo passar pelo buraco de uma agulha que um rico entrar no reino de Deus”.
25 Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verwonderd, zeggende: Wie kan dan behouden worden?
25 Ao ouvir isso, os discípulos ficaram perplexos e perguntaram: “Então quem pode ser salvo?”.
26 En Jezus hen aanziende, zeide tot hen: Bij de menschen is dit onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.
26 Jesus olhou atentamente para eles e respondeu: “Para as pessoas isso é impossível, mas tudo é possível para Deus”.
27 Toen antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd; wat zal ons dan geworden?
27 Então Pedro disse: “Deixamos tudo para segui-lo. Qual será nossa recompensa?”.
28 En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat, bij de wedergeboorte, als de Zoon des menschen zal zitten op den troon zijner glorie, gij die Mij gevolgd zijt, ook op twaalf troonen zult zitten, oordeelende de twaalf stammen van Israël.
28 Jesus respondeu: “Eu lhes garanto que, quando o mundo for renovado e o Filho do Homem se sentar em seu trono glorioso, vocês, que foram meus seguidores, também se sentarão em doze tronos para julgar as doze tribos de Israel.
29 En al wie verlaten zal hebben huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om mijns Naams wil, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven.
29 E todos que tiverem deixado casa, irmãos, irmãs, pai, mãe, filhos ou propriedades por minha causa receberão em troca cem vezes mais e herdarão a vida eterna.
30 Doch vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.
30 Contudo, muitos primeiros serão os últimos, e muitos últimos serão os primeiros.”
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 19, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.