Mateus 14

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVI

Sair da comparação
NVI Nova Versão Internacional
1 In dien tijd hoorde de vorst Herodes het gerucht van Jezus,
1 Por aquele tempo Herodes, o tetrarca, ouviu os relatos a respeito de Jesus
2 en zeide tot zijn dienaren: Deze is Johannes de Dooper; hij is verrezen van de dooden en daarom werken die krachten in hem.
2 e disse aos que o serviam: "Este é João Batista; ele ressuscitou dos mortos! Por isso estão operando nele poderes miraculosos".
3 Want Herodes had Johannes gevangen en gebonden en hem in de gevangenis gezet om Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus.
3 Pois Herodes havia prendido e amarrado João, colocando-o na prisão por causa de Herodias, mulher de Filipe, seu irmão,
4 Want Johannes had tot hem gezegd: Gij moogt haar niet hebben.
4 porquanto João lhe dizia: "Não te é permitido viver com ela".
5 En hij wilde hem dooden, maar vreesde het volk, want zij hielden hem voor een profeet.
5 Herodes queria matá-lo, mas tinha medo do povo, porque este o considerava profeta.
6 Maar toen de kroningsdag van Herodes gevierd werd, danste de dochter van Herodias in het midden, en behaagde aan Herodes.
6 No aniversário de Herodes, a filha de Herodias dançou diante de todos, e agradou tanto a Herodes
7 Daarom beloofde hij onder eede dat hij haar geven zou wat zij zou begeeren.
7 que ele prometeu sob juramento dar-lhe o que ela pedisse.
8 En zij, door haar moeder vooraf opgezet, zeide: Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes den Dooper.
8 Influenciada por sua mãe, ela disse: "Dá-me aqui, num prato, a cabeça de João Batista".
9 En de koning werd bedroefd; doch om de eeden en ter wille van de gasten, gebood hij het haar te geven.
9 O rei ficou aflito, mas, por causa dos juramento e dos convidados, ordenou que lhe fosse dado o que ela pedia
10 En hij zond heen en onthoofdde Johannes in de gevangenis.
10 e mandou decapitar João na prisão.
11 En zijn hoofd werd gebracht op een schotel en aan het meisje gegeven, en zij bracht het aan haar moeder.
11 Sua cabeça foi levada num prato e entregue à jovem, que a levou à sua mãe.
12 En zijn discipelen kwamen en namen het lijk weg en begroeven het, en zij kwamen het aan Jezus berichten.
12 Os discípulos de João vieram, levaram o seu corpo e o sepultaram. Depois foram contar isso a Jesus.
13 En toen Jezus het hoorde, vertrok Hij vandaar te scheep naar een eenzame plaats, alleen.
13 Ouvindo o que havia ocorrido, Jesus retirou-se de barco em particular para um lugar deserto. As multidões, ao ouvirem falar disso, saíram das cidades e o seguiram a pé.
14 En de scharen dit vernemende, volgden Hem te voet uit de steden, en toen Hij uitging zag Hij een groote schare, en kreeg innerlijk medelijden met hen, en genas hun kranken.
14 Quando Jesus saiu do barco e viu tão grande multidão, teve compaixão deles e curou os seus doentes.
15 En toen het avond geworden was, kwamen zijn discipelen tot Hem en zeiden: Deze plaats is eenzaam en de tijd is al voorbij; laat nu de scharen van U, opdat zij heengaan naar de dorpen en voor zich zelven spijzen koopen.
15 Ao cair da tarde, os discípulos aproximaram-se dele e disseram: "Este é um lugar deserto, e já está ficando tarde. Manda embora a multidão para que possam ir aos povoados comprar comida".
16 Maar Jezus zeide tot hen: Het is niet noodig dat zij weggaan: geeft gij hun te eten.
16 Respondeu Jesus: "Eles não precisam ir. Dêem-lhes vocês algo para comer".
17 Maar zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet dan vijf brooden en twee visschen!
17 Eles lhe disseram: "Tudo o que temos aqui são cinco pães e dois peixes".
18 En Hij zeide: Brengt Mij die hier.
18 "Tragam-nos aqui para mim", disse ele.
19 En Hij gebood de scharen neder te zitten op het gras, en Hij nam de vijf brooden en de twee visschen en zag op naar den hemel en dankte. En de brooden gebroken hebbende, gaf Hij ze aan de discipelen, en de discipelen gaven ze aan de scharen.
19 E ordenou que a multidão se assentasse na grama. Tomando os cinco pães e os dois peixes e, olhando para o céu, deu graças e partiu os pães. Em seguida, deu-os aos discípulos, e estes à multidão.
20 En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen het overschot der stukken op, twaalf volle korven.
20 Todos comeram e ficaram satisfeitos, e os discípulos recolheram doze cestos cheios de pedaços que sobraram.
21 Zij nu, die gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen.
21 Os que comeram foram cerca de cinco mil homens, sem contar mulheres e crianças.
22 En Jezus dwong terstond de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit naar de overzijde te varen, terwijl Hij de scharen van zich zou laten.
22 Logo em seguida, Jesus insistiu com os discípulos para que entrassem no barco e fossem adiante dele para o outro lado, enquanto ele despedia a multidão.
23 En toen Hij de scharen van zich gelaten had, ging Hij alleen op den berg om te bidden. En het was avond en Hij was alleen.
23 Tendo despedido a multidão, subiu sozinho a um monte para orar. Ao anoitecer, ele estava ali sozinho,
24 Het schip nu was al midden in de zee, geslingerd door de golven, want zij hadden tegenwind.
24 mas o barco já estava a considerável distância da terra, fustigado pelas ondas, porque o vento soprava contra ele.
25 En in de vierde nachtwake kwam Hij tot hen af, wandelende op de zee.
25 Alta madrugada, Jesus dirigiu-se a eles, andando sobre o mar.
26 En zij, Hem op de zee ziende wandelen, ontroerden en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vreeze.
26 Quando o viram andando sobre o mar, ficaram aterrorizados e disseram: "É um fantasma! " E gritaram de medo.
27 Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Hebt moed, Ik ben het, vreest niet!
27 Mas Jesus imediatamente lhes disse: "Coragem! Sou eu. Não tenham medo! "
28 En Petrus antwoordde Hem en zeide: Heere, zoo Gij het zijt, gebied mij dan tot U te komen op het water!
28 "Senhor", disse Pedro, "se és tu, manda-me ir ao teu encontro por sobre as águas".
29 En Hij zeide: Kom! En van het schip afdalende, wandelde Petrus op het water om tot Jezus te komen.
29 "Venha", respondeu ele. Então Pedro saiu do barco, andou sobre a água e foi na direção de Jesus.
30 Maar toen hij den sterken wind zag, werd hij bevreesd, en toen hij begon te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!
30 Mas, quando reparou no vento, ficou com medo e, começando a afundar, gritou: "Senhor, salva-me! "
31 En terstond strekte Jezus zijn hand uit, greep hem en zeide tot hem: Kleingeloovige, waartoe getwijfeld?
31 Imediatamente Jesus estendeu a mão e o segurou. E disse: "Homem de pequena fé, porque você duvidou? "
32 En toen zij in het schip geklommen waren, bedaarde de wind.
32 Quando entraram no barco, o vento cessou.
33 En die in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gods Zoon zijt Gij!
33 Então os que estavam no barco o adoraram, dizendo: "Verdadeiramente tu és o Filho de Deus".
34 Toen zij nu overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennezareth.
34 Depois de atravessarem o mar, chegaram a Genesaré.
35 En de mannen van die plaats kenden Hem en zonden naar dien ganschen omtrek, en brachten tot Hem allen die krank waren.
35 Quando os homens daquele lugar reconheceram Jesus, espalharam a notícia em toda aquela região e lhe trouxeram os seus doentes.
36 En zij baden Hem om alleen den zoom van zijn kleed aan te raken. En zoo velen dien aanraakten, werden genezen.
36 Suplicavam-lhe que apenas pudessem tocar na borda do seu manto; e todos os que nele tocaram foram curados.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 14, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.