Marcos 3

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En Jezus ging wederom naar de synagoge, en daar was een mensch die een stijve hand had.
1 Jesus foi outra vez à sinagoga . Estava ali um homem que tinha uma das mãos aleijada.
2 En zij letten op Hem of Hij op den sabbat hem zou genezen, opdat ze Hem mochten beschuldigen.
2 Estavam também na sinagoga algumas pessoas que queriam acusar Jesus de desobedecer à Lei ; por isso ficaram espiando Jesus com atenção para ver se ele ia curar o homem no sábado.
3 En Hij zeide tot den mensch die de stijve hand had: Sta op in het midden!
3 Ele disse para o homem:
4 En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op den sabbat goed te doen of kwaad te doen? een ziel te behouden of te dooden? — Maar zij zwegen stil.
4 E perguntou aos outros: Ninguém respondeu nada.
5 En als Hij rondom hen aangezien had met toorn, te gelijk bedroefd over de verharding van hun harte, zeide Hij tot den mensch: Steek uw hand uit! — En hij stak ze uit en zijn hand was genezen.
5 Então Jesus olhou zangado e triste para eles porque não queriam entender. E disse para o homem: O homem estendeu a mão, e ela sarou.
6 En de fariseërs gingen uit en hielden terstond met de herodianen raad tegen Hem, hoe ze Hem ten val brengen zouden.
6 Logo depois os fariseus saíram dali e, junto com as pessoas do partido de Herodes , começaram a fazer planos para matar Jesus.
7 En Jezus vertrok met zijn discipelen naar de zee, en een groote menigte van Galilea en van Judea volgde Hem,
7 Jesus e os discípulos foram até o lago da Galileia. Junto com ele ia muita gente da Galileia, da Judeia,
8 en van Jerusalem, en van Idumea, en van over den Jordaan, en van bij Tyrus en Sidon; een groote menigte, die gehoord had hoe groote dingen Hij deed, kwam tot Hem.
8 de Jerusalém, da Idumeia, do lado leste do rio Jordão e da região de Tiro e de Sidom. Todos iam ao encontro de Jesus porque ouviam falar a respeito das coisas que ele fazia.
9 En Hij zeide tot zijn discipelen dat er een scheepken bij Hem moest blijven wegens de schare; opdat ze Hem niet zouden verdringen;
9 Jesus pediu aos discípulos que arranjassem um barco para ele a fim de não ser esmagado pela multidão.
10 want velen genas Hij, zoodat al wie krankheden hadden, op Hem aandrongen, om Hem aan te raken.
10 Pois ele estava curando tanta gente, que todos os doentes se juntavam em volta dele para tocá-lo.
11 En de onzuivere geesten, als ze Hem zagen, vielen voor Hem neder, en schreeuwden, zeggende: Gij zijt de Zone Gods!
11 E as pessoas que tinham espíritos maus, ao verem Jesus, caíam aos pés dele e gritavam: — O senhor é o Filho de Deus!
12 En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet openbaar zouden maken.
12 Mas Jesus proibiu duramente os espíritos de dizerem quem ele era.
13 En Hij klom op een berg en riep tot zich die Hij zelf wilde, en zij kwamen tot Hem.
13 Jesus subiu um monte, chamou os que ele quis, e eles foram para perto dele.
14 En Hij stelde er twaalf aan, om met Hem te zijn, en om die uit te zenden om te prediken,
14 Então escolheu doze homens para ficarem com ele e serem enviados para anunciar o evangelho . A esses doze ele chamou de apóstolos .
15 en om macht te hebben de ziekten te genezen en om de booze geesten uit te werpen.
15 Eles receberam autoridade para expulsar demônios.
16 En Hij stelde deze twaalf aan, en gaf aan Simon den naam Petrus,
16 Os doze foram estes: Simão, a quem Jesus deu o nome de Pedro;
17 en Jakobus den zoon van Zebedeüs en Johannes den broeder van Jakobus, en Hij gaf hun den naam Boanerges, dat is: Zonen des donders;
17 Tiago e João, filhos de Zebedeu (a estes ele deu o nome de Boanerges, que quer dizer “Filhos do Trovão”);
18 en Andreas, en Filippus, en Bartholomeüs, en Mattheüs, en Thomas, en Jakobus den zoon van Alfeüs, en Thaddeüs, en Simon den Kananeër,
18 André, Filipe, Bartolomeu, Mateus, Tomé, Tiago, filho de Alfeu; Tadeu, Simão, o nacionalista;
19 en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
19 e Judas Iscariotes, que traiu Jesus.
20 En zij kwamen in huis, en wederom vergaderde een menigte, zoodat zij zelfs geen brood konden eten.
20 Quando Jesus foi para casa, uma grande multidão se ajuntou de novo, e era tanta gente, que ele e os discípulos não tinham tempo nem para comer.
21 En als zijn familie dit gehoord had, kwamen zij om Hem te vatten, want zij zeiden dat Hij uitzinnig was.
21 Os parentes de Jesus souberam disso e foram buscá-lo porque algumas pessoas estavam dizendo que ele estava louco.
22 En de schriftgeleerden, die van Jerusalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en door den overste der booze geesten werpt Hij de booze geesten uit!
22 Alguns mestres da Lei, que tinham vindo de Jerusalém, diziam: — Ele está dominado por
23 En Hij riep hen tot zich en sprak in gelijkenissen tot hen: Hoe kan Satan den Satan uitwerpen?
23 Então Jesus chamou todos e começou a ensiná-los por meio de parábolas. Ele dizia:
24 En als een koninkrijk tegen zich zelf verdeeld is, dan kan dat koninkrijk niet bestaan.
24 O país que se divide em grupos que lutam entre si certamente será destruído.
25 En als een huisgezin tegen zich zelf verdeeld is, dan zal dat huisgezin niet kunnen bestaan.
25 Se uma família se divide, e as pessoas que fazem parte dela começam a lutar entre si, ela será destruída.
26 En als de Satan tegen zich zelven opstaat, dan is hij verdeeld en kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.
26 Se o reino de Satanás se dividir em grupos, e esses grupos lutarem entre si, o reino não continuará a existir, mas será destruído.
27 Doch niemand kan ingaan in het huis van een sterke en zijn huisraad rooven als hij niet eerst den sterke vastbindt; en dan zal hij zijn huis berooven.
27 — Ninguém pode entrar na casa de um homem forte e roubar os seus bens, sem primeiro amarrá-lo. Somente assim essa pessoa poderá levar o que ele tem em casa.
28 Voorwaar, Ik zeg ulieden: Al de zonden en de lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben, zullen aan de kinderen der menschen vergeven worden,
28 — Eu afirmo a vocês que isto é verdade: os pecados que as pessoas cometem ou as
29 maar zoo wie tegen den Heiligen Geest zal lasteren, — hij heeft geen vergiffenis in eeuwigheid, maar hij zal schuldig zijn aan een eeuwige zonde.
29 Mas as blasfêmias contra o Espírito Santo nunca serão perdoadas porque a culpa desse pecado dura para sempre.
30 Want zij zeiden: Hij heeft een onzuiveren geest!
30 Jesus falou assim porque diziam que ele estava dominado por um espírito mau.
31 En zijn moeder kwam, met zijn broeders, en buiten staande zonden zij tot Hem, en riepen Hem.
31 Em seguida a mãe e os irmãos de Jesus chegaram; eles ficaram do lado de fora e mandaram chamá-lo.
32 En er zat een menigte volks rondom Hem, en zij zeiden tot Hem: Zie, uw moeder en uw broeders daarbuiten zoeken U!
32 Muita gente estava sentada em volta dele, e algumas pessoas lhe disseram: — Escute! A sua mãe e os seus irmãos estão lá fora, procurando o senhor.
33 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Wie zijn mijn moeder of mijn broeders?;
33 Jesus perguntou:
34 En rondom ziende, op degenen die om Hem heen zaten, zeide Hij: Ziet, mijn moeder en mijn broeders!
34 Aí olhou para as pessoas que estavam sentadas em volta dele e disse:
35 Want al wie den wil van God doet, die is mijn broeder, en zuster, en moeder.
35 Pois quem faz a vontade de Deus é meu irmão, minha irmã e minha mãe.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Marcos 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.