Marcos 16
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 En toen de sabbat voorbij was kochten Maria Magdalena, en Maria de moeder van Jakobus, en Salome welriekende kruiden om Jezus te gaan zalven.
1 E, passado o shabat, Maria Madalena, e Maria, mãe de Tiago, e Salomé, compraram especiarias aromáticas, para que elas pudessem ir e ungi-lo.
2 En zeer vroeg, op den eersten dag der week, kwamen zij naar het graf, toen de zon aan het opgaan was.
2 E de manhã cedo, ao nascer do sol do primeiro dia da semana, elas foram à sepultura.
3 En zij zeiden tot malkander: Wie zal voor ons den steen van voor de deur des grafs afwentelen?
3 E diziam umas às outras: Quem nos revolverá a pedra da porta da sepultura?
4 En opziende zagen zij dat de steen afgewenteld was; — want hij was zeer groot.
4 E quando elas olharam, elas viram que a pedra já havia sido revolvida; porque era muito grande.
5 En in het graf gegaan zijnde, zagen zij een jongeling zitten ter rechterzijde, gekleed met een lang, wit kleed, en zij verschrikten.
5 E, entrando na sepultura, viram um jovem assentado à direita, vestido de uma roupa comprida, branca, e elas ficaram assustadas.
6 Maar hij zeide tot haar: Verschrikt niet! Jezus zoekt gij, den Nazarener, den gekruisigde; Hij is verrezen, Hij is hier niet! Zie de plaats waar zij Hem gelegd hebben.
6 E ele disse-lhes: Não vos assusteis, buscais a Jesus de Nazaré, que foi crucificado; ele está ressuscitado, não está aqui; eis o lugar onde o colocaram.
7 Maar gaat heen, zegt tot zijn discipelen en tot Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zooals Hij u gezegd heeft!
7 Mas ide pelo vosso caminho, contai a seus discípulos, e a Pedro, que ele vai adiante de vós para a Galileia; ali o vereis, como ele vos disse.
8 En zij gingen heen en vloden van het graf, want zij vreesden en beefden, en zeiden aan niemand iets, want zij waren bevreesd.
8 E, saindo elas rapidamente, fugiram da sepultura, porque elas tremiam e estavam assombradas; e nada disseram a nenhum homem, porque tinham medo.
9 Toen Jezus nu des morgens vroeg was verrezen, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven booze geesten had uitgeworpen.
9 Agora, quando Jesus foi ressuscitado cedo, no primeiro dia da semana, ele apareceu primeiramente a Maria Madalena, da qual tinha expulsado sete demônios.
10 Deze ging heen en boodschapte het aan degenen die met Hem geweest waren, die treurden en weenden.
10 E ela foi, e contou-o aos que tinham estado com ele, os quais estavam tristes e chorando.
11 En als dezen hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet.
11 E eles, ouvindo que ele vivia, e que tinha sido visto por ela, não acreditaram.
12 Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, die wandelden en naar het veld gingen.
12 Depois disso, ele apareceu de outra forma a dois deles, que caminhavam para o campo.
13 Ook dezen gingen heen en boodschapten het aan de anderen; maar ook dezen geloofden zij niet.
13 E, indo estes, anunciaram-no aos outros; mas nem ainda estes creram.
14 Later verscheen Hij aan de elf apostelen toen zij aan tafel lagen, en verweet hun ongeloof en verharding des harten, omdat zij hen niet hadden geloofd die Hem gezien hadden, nadat Hij was verrezen.
14 Depois ele apareceu aos onze, estando eles assentados à mesa, e os repreendeu por sua incredulidade e dureza de coração, por não haverem crido nos que o tinham visto já ressuscitado.
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen door de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle schepsel.
15 E ele disse-lhes: Ide por todo mundo, pregai o evangelho a toda criatura.
16 Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn die zal behouden worden, maar die niet geloofd zal hebben zal veroordeeld worden.
16 Quem crer e for batizado será salvo; mas quem não crer será condenado.
17 Dengenen nu, die geloofd zullen hebben, zullen deze teekenen volgen: In mijn Naam zullen zij booze geesten uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken;
17 E estes sinais seguirão aos que crerem: Em meu nome expulsarão demônios; falarão novas línguas;
18 slangen zullen zij opnemen, en mochten zij iets doodelijks drinken, dat zal hun geenszins schaden; op kranken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen.
18 pegarão em serpentes; e se eles beberem alguma coisa mortífera, não lhes fará dano; e eles imporão as suas mãos sobre os enfermos, e eles serão curados.
19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen naar den hemel en gezeten aan Gods rechterhand.
19 Então, depois de ter falado o Senhor com eles, foi recebido no céu, e assentou-se à direita de Deus.
20 Zij nu gingen uit en predikten overal, terwijl de Heere medewerkte en het woord bekrachtigde door de teekenen die er op volgden.
20 E eles partiram, e pregaram por toda a parte, trabalhando o Senhor com eles, e confirmando a palavra com os sinais que a acompanhavam. Amém.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Marcos 16, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.