Lucas 4

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Jezus nu, vol zijnde des Heiligen Geestes, keerde weder van den Jordaan, en werd door den Geest in de woestijn gevoerd veertig dagen lang, bekoord zijnde van den duivel.
1 E Jesus, sendo cheio do Espírito Santo, voltou do Jordão, e foi conduzido pelo Espírito ao deserto,
2 En Hij at niets in die dagen; en toen zij voorbij waren kreeg Hij honger.
2 sendo tentado pelo diabo durante quarenta dias. E naqueles dias ele não comeu nada; e terminados eles, teve fome.
3 En de duivel zeide tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, zeg dan tot dezen steen dat hij brood worde.
3 E disse-lhe o diabo: Se tu és o Filho de Deus, ordena que esta pedra se transforme em pão.
4 En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er staat geschreven dat de mensch niet bij brood alleen zal leven, maar bij alle woord Gods.
4 E Jesus lhe respondeu, dizendo: Está escrito: Que nem só de pão viverá o homem, mas de toda a palavra de Deus.
5 En de duivel voerde Hem op een hoogen berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, in een punt des tijds.
5 E o diabo, levando-o a um alto monte, mostrou-lhe em um instante todos os reinos do mundo.
6 En de duivel zeide tot Hem: Aan U zal ik al deze macht en glorie geven, want aan mij zijn zij overgegeven, en aan wien ik wil geef ik ze;
6 E disse-lhe o diabo: Dar-te-ei todo este poder e a sua glória; porque foi entregue a mim, e o dou a quem eu quero.
7 indien Gij dan voor mij nederknielt zal alles van U zijn.
7 Portanto, se tu me adorares, tudo será teu.
8 En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er staat geschreven: Den Heere uw God zult gij aanbidden en Hem alleen zult gij dienen.
8 E Jesus, respondendo, disse-lhe: Vai-te para trás de mim, Satanás; porque está escrito: Tu adorarás ao ­Senhor teu Deus, e só a ele tu servirás.
9 En hij voerde Hem naar Jerusalem en stelde Hem op de spits des tempels en zeide tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, werp U zelven van hier naar beneden;
9 E ele o trouxe para Jerusalém, e o colocou sobre o pináculo do templo, e disse-lhe: Se tu és o Filho de Deus, lança-te daqui para abaixo;
10 want er staat geschreven dat Hij zijn engelen aangaande U bevel zal geven om U te behoeden,
10 porque está escrito: Ele dará aos seus anjos ordem sobre ti, para te guardar;
11 en dat zij U op de handen zullen dragen opdat Gij uw voet niet zoudt stooten aan een steen.
11 e eles te sustentarão em suas mãos, para que em algum momento o teu pé nunca tropeces numa pedra.
12 En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er is gezegd: Den Heere uw God zult gij niet tergen.
12 E Jesus, respondendo, disse-lhe: Dito está: Tu não tentarás ao ­Senhor teu Deus.
13 En alle bekoring voleindigd hebbende, week de duivel een tijd lang van Hem.
13 E, acabando o diabo toda a tentação, ausentou-se dele por um tempo.
14 En Jezus keerde in de kracht des Geestes weder haar Galilea; en een gerucht van Hem ging uit door den geheelen omtrek.
14 E Jesus retornou para a Galileia no poder do Espírito, e ali a sua fama correu por toda a região ao redor.
15 En Hij gaf onderwijs in hun synagogen, geprezen zijnde van allen.
15 E ele ensinava nas suas sinagogas, sendo glorificado por todos.
16 En Hij kwam te Nazaret, waar hij was opgevoed, en ging, naar zijn gewoonte, op den dag des sabbats naar de synagoge, en stond op om te lezen,
16 E ele chegou a Nazaré, onde fora criado; e, segundo o seu costume, ele entrou na sinagoga no dia do shabat, e levantou-se para ler.
17 En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja, en het boek open gedaan hebbende vond Hij de plaats waar geschreven stond:
17 E ali foi-lhe entregue o livro do profeta Isaías. E, tendo aberto o livro, achou o lugar em que estava escrito:
18 De Geest des Heeren is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft om aan de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen de gebrokenen van harte,
18 O Espírito do ­Senhor está sobre mim, porque me ungiu para pregar o evangelho aos pobres; ele enviou-me para curar aos quebrantados de coração, para pregar libertação aos cativos e restauração da vista aos cegos, e para pôr em liberdade os oprimidos,
19 Hij heeft Mij gezonden om aan de gevangenen vrijlating te prediken en aan de blinden het gezicht, om de verdrukten heen te zenden in vrijheid, om te prediken het aangename jaar des Heeren.
19 para pregar o ano aceitável do ­Senhor.
20 En het boek toegedaan en den dienaar overgegeven hebbende, ging Hij zitten, en de oogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd.
20 E ele fechando o livro, o deu novamente ao ministro, e assentou-se. E os olhos de todos que estavam na sinagoga estavam fixos nele.
21 En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrifture in uw ooren vervuld.
21 E ele começou a dizer-lhes: Neste dia se cumpriu esta escritura em vossos ouvidos.
22 En zij gaven Hem allen getuigenis en verwonderden zich over de woorden van genade die uit zijn mond kwamen, en zeiden: Is deze niet de zoon van Jozef?
22 E todos lhe davam testemunho, e se maravilhavam das palavras de graça que procediam de sua boca. E eles diziam: Não é este o filho de José?
23 En Hij zeide tot hen: Zeker zult gij Mij dit spreekwoord toevoegen: Geneesmeester, genees u zelven! al wat wij gehoord hebben dat te Kapernaüm is geschied, doe dat ook hier in uw vaderland!
23 E ele lhes disse: Certamente me direis este provérbio: Médico, cura-te a ti mesmo; tudo o que nós temos ouvido do que tens feito em Cafarnaum, faze-o também aqui na tua terra.
24 Maar, zeide Hij, voorwaar Ik zeg u dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
24 E ele disse: Em verdade eu vos digo que: Nenhum profeta é aceito na sua própria terra.
25 Maar naar waarheid zeg Ik u, dat er veel weduwen waren in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel gesloten was drie jaar en zes maanden, zoodat er een groote hongersnood was over het geheele land.
25 Mas em verdade eu vos digo que muitas viúvas existiam em Israel nos dias de Elias, quando o céu se fechou por três anos e seis meses, e houve grande fome por toda a terra;
26 En tot geen van haar werd Elias gezonden, maar wel naar Sarepta bij Sidon tot een weduwvrouw.
26 mas a nenhuma delas Elias foi enviado, senão a Sarepta, uma cidade de Sidom, a uma mulher que era viúva.
27 En veel melaatschen waren er in Israël ten tijde van Elisa, den profeet; en niemand van hen werd genezen, maar wel Naäman de Syriër.
27 E muitos leprosos havia em Israel no tempo do profeta Eliseu, e nenhum deles foi purificado, senão Naamã, o sírio.
28 En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, toen zij dit hoorden,
28 E todos na sinagoga, ouvindo estas coisas, ficaram cheios de ira,
29 en opstaande wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en zij voerden Hem naar den top des bergs, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te werpen.
29 e, levantando-se, expulsaram-no da cidade, e o levaram até o cume do monte em que a sua cidade estava edificada, para poderem precipitá-lo dali.
30 Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.
30 Mas ele, passando pelo meio deles, seguiu o seu caminho,
31 En Hij ging af naar Kapernaüm, een stad van Galilea, en Hij onderwees hen op de sabbatdagen.
31 e desceu a Cafarnaum, uma cidade da Galileia, e os ensinava nos dias do shabat.
32 En zij stonden verbaasd over zijn onderwijs, want zijn woord was met macht.
32 E eles maravilharam-se da sua doutrina; porque a sua palavra era com poder.
33 En in de synagoge was er een man, die door een onzuiveren geest was bezeten en hij schreeuwde met een groote stem:
33 E na sinagoga havia um homem que tinha o espírito de um demônio imundo, e gritava em alta voz,
34 Ha! wat hebben wij met U te doen, Jezus van Nazaret? zijt Gij gekomen om ons te verderven? ik ken U wie Gij zijt! de Heilige Gods!
34 dizendo: Deixa-nos sozinho; o que temos nós em comum contigo, ó Jesus de Nazaré? Vieste para nos destruir? Eu sei quem tu és: O Santo de Deus.
35 En Jezus bestrafte hem zeggende: Zwijg stil en ga van hem uit! En de booze geest, hem in het midden neder geworpen hebbende, ging van hem uit zonder hem iets te beschadigen.
35 E Jesus o repreendeu, dizendo: Cala-te, e sai dele! E quando o demônio o jogou no meio, saiu dele, e não o feriu.
36 En er kwam een verbaasdheid over allen en zij spraken tot malkander zeggende: Welk een woord is dit, dat Hij met macht en kracht de onzuivere geesten gebiedt en zij gaan uit?
36 E todos se admiraram, e falavam entre si, dizendo: Que palavra é esta? Pois com autoridade e poder ele ordena aos espíritos imundos, e eles saem.
37 En er ging een gerucht van Hem uit naar alle plaats van den omtrek.
37 E a sua fama percorria por todos os lugares ao redor daquela região.
38 En Hij stond op en ging uit de synagoge naar het huis van Simon. De schoonmoeder nu van Simon was lijdende aan een zware koorts; en zij vroegen Hem voor haar.
38 E ele levantando-se da sinagoga, entrou na casa de Simão. E a mãe da esposa de Simão estava acometida por uma febre alta, e eles pediram-lhe por ela.
39 En over haar heen buigende bestrafte Hij de koorts, en deze verliet haar; en zij stond aanstonds op en bediende hen.
39 E, inclinando-se para ela, repreendeu a febre, e esta a deixou; e, levantando-se imediatamente, ela os serviu.
40 En toen de zon onderging brachten allen die kranken hadden aan allerlei ziekten, dezen tot Hem; en Hij leide aan een ieder hunner de handen op en genas hen.
40 Ora, quando o sol estava se pondo, trouxeram-lhe todos que estavam enfermos com diversas doenças; e ele impondo as mãos sobre cada um deles, os curava.
41 En er gingen ook booze geesten uit van velen, schreeuwende en zeggende: Gij zijt de Zone Gods! En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, daar zij wisten dat Hij de Christus was.
41 E também de muitos saíam demônios, gritando e dizendo: Tu és o Cristo, o Filho de Deus. E ele, repreendendo-os, não os deixava falar; porque eles sabiam que ele era o Cristo.
42 Als het nu dag was geworden ging Hij uit en vertrok naar een eenzame plaats; en de scharen zochten Hem en kwamen tot bij Hem, en zij hielden Hem tegen, opdat Hij niet van hen zou weggaan.
42 E quando já era dia, ele partiu e foi para um lugar deserto; e a multidão o procurava, e vindo a ele, tentavam impedi-lo de retirar-se deles.
43 Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook aan de andere steden het Evangelie van het koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden.
43 E ele disse-lhes: Eu também necessito pregar o reino de Deus para outras cidades; porque para isso eu fui enviado.
44 En Hij predikte in de synagogen van Galilea.
44 E ele pregava nas sinagogas da Galileia.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.