Lucas 2
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Het geschiedde nu in die dagen dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat de geheele wereld zou opgeschreven worden.
1 E aconteceu que, naqueles dias saiu um decreto de César Augusto, para que todo o mundo fosse tributado.
2 Deze eerste opschrijving geschiedde toen Cyrenius over Syrië landvoogd was.
2 (E esta tributação foi realizada pela primeira vez quando Quirino era governador da Síria).
3 En allen gingen om opgeschreven te worden, een ieder naar zijn eigen stad.
3 E todos passaram a ser tributados, cada um à sua própria cidade.
4 En ook Jozef ging op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, tot de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij was uit het huis en geslacht van David,
4 E José também subiu da Galileia, da cidade de Nazaré, à Judeia, até a cidade de Davi, que é chamada Belém, (porque ele era da casa e da linhagem de Davi);
5 om opgeschreven te worden met Maria, zijn bruid, die zwanger was.
5 para ser tributado com Maria, sua esposa, que estava grávida.
6 Toen zij daar nu waren geschiedde het dat de dagen werden vervuld dat zij zou baren.
6 E aconteceu que, estando eles ali, cumpriram-se os dias para o parto.
7 En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat er geen plaats voor hen was in de herberg.
7 E deu à luz ao seu filho primogênito, e envolveu-o em faixas de pano, e deitou-o em uma manjedoura, porque não havia quarto para eles na estalagem.
8 En er waren herders in die zelfde landstreek, die in het veld des nachts de wacht hielden over hun kudde.
8 E havia naquela mesma região pastores que estavam no campo, vigiando durante a noite o seu rebanho.
9 En zie, een engel des Heeren stond bij hen en de glorie des Heeren omscheen hen en zij vreesden met groote vreeze.
9 E, eis que o anjo do Senhor veio sobre eles, e a glória do Senhor brilhou ao seu redor; e eles ficaram com medo.
10 En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want ziet, ik verkondig u een groote blijdschap, die voor het geheele volk is bestemd,
10 E o anjo lhes disse: Não temais; porque eis que vos trago boa nova de grande alegria, que será para todo o povo.
11 dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad van David;
11 Porque vos nasceu neste dia, na cidade de Davi, um Salvador, que é Cristo, o Senhor.
12 en dit is u het teeken: Gij zult een kindeken vinden, in doeken gewonden, liggende in een kribbe.
12 E isto vos será por sinal: Achareis o bebê envolto em faixas de pano, deitado em uma manjedoura.
13 En schielijk was daar met den engel een menigte van het hemelsch heirleger, die God loofden, zeggende:
13 E, de repente, estava ali com o anjo uma multidão dos exércitos celestes, louvando a Deus, e dizendo:
14 Glorie aan God in het allerhoogste, en op de aarde vrede, in menschen des welbehagens!
14 Glória a Deus nas alturas, e paz na terra, boa vontade para com os homens.
15 En het geschiedde als de engelen van hen weggegaan waren naar den hemel, dat de herders tot malkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem en laat ons zien de zaak die geschied is, welke de Heere ons heeft bekend gemaakt.
15 E aconteceu que, quando os anjos foram embora para o céu, disseram os pastores uns aos outros: Vamos agora até Belém, e vejamos estas coisas que aconteceram, e que o Senhor nos fez saber.
16 En zij gingen met spoed en vonden Maria en Jozef, en het kindeken liggende in de kribbe.
16 E eles foram apressadamente, e acharam Maria, e José, e o bebê deitado na manjedoura.
17 En het gezien hebbende, maakten zij het woord bekend dat hun gezegd was aangaande dit kindeken.
17 E, vendo-o, divulgaram a palavra que lhes fora contada sobre esta criança.
18 En allen die het hoorden verwonderden zich over hetgeen tot hen gezegd was door de herders.
18 E todos os que ouviram se maravilharam das coisas que foram contadas pelos pastores.
19 Doch Maria bewaarde al deze dingen en overleide die in haar harte.
19 Mas Maria guardava todas estas coisas, ponderando-as em seu coração.
20 En de herders keerden weder aan God glorie en lof gevende over alles wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was.
20 E os pastores voltaram, glorificando e louvando a Deus por todas as coisas que eles tinham ouvido e visto, como lhes fora contado.
21 En toen er acht dagen vervuld waren dat men het kindeken besnijden zou, werd zijn naam Jezus genoemd, welke door den engel genoemd was, vóórdat Hij in het lichaam ontvangen was.
21 E, ao completarem-se os oito dias para circuncidar o menino, seu nome foi chamado de Jesus, que pelo anjo lhe fora nomeado antes de ser concebido no ventre.
22 En toen de dagen hunner zuivering volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jerusalem om Hem den Heere voor te stellen,
22 E, cumprindo-se os dias da purificação dela, segundo a lei de Moisés, eles o levaram para Jerusalém, para apresentá-lo ao Senhor,
23 gelijk er geschreven is in de wet des Heeren: Alle eerstgeborene, van het mannelijk geslacht, zal den Heere heilig genaamd worden.
23 (conforme está escrito na lei do Senhor: Todo homem que abrir o ventre será chamado de santo ao Senhor);
24 En om een offerande te geven volgens hetgeen in de wet des Heeren gezegd is: Een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
24 e para oferecerem um sacrifício de acordo com o que foi dito na lei do Senhor: Um par de rolinhas ou dois pombinhos.
25 En ziet, er was een mensch in Jerusalem, wiens naam was Simeon. Deze mensch was rechtvaardig en godvruchtig, verwachtende de vertroosting van Israël, en de Heilige Geest was op hem.
25 E, eis que havia em Jerusalém um homem cujo nome era Simeão; e este homem era justo e piedoso, esperando a consolação de Israel; e o Espírito Santo estava sobre ele.
26 En hem was een openbaring gegeven door den Heiligen Geest dat hij den dood niet zien zou vóórdat hij den Gezalfde des Heeren zou zien.
26 E lhe fora revelado pelo Espírito Santo, que ele não morreria antes de ter visto o Cristo do Senhor.
27 En hij kwam door den Geest naar den tempel; en als de ouders het kindeken Jezus binnen brachten om met Hem te doen naar de gewoonte der wet,
27 E pelo Espírito ele foi ao templo, e quando os pais trouxeram o menino Jesus para fazerem com ele segundo o costume da lei,
28 zoo nam hij het in zijn armen en loofde God en zeide:
28 então tomou-o em seus braços, e bendisse a Deus, e disse:
29 Heere! laat nu uw dienstknecht in vrede heengaan, naar uw woord,
29 Senhor, agora despedes o teu servo em paz, de acordo com a tua palavra;
30 want mijn oogen hebben uw verlossing gezien,
30 porque os meus olhos têm visto a tua salvação,
31 die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken;
31 a qual tu preparaste perante a face de todos os povos;
32 een licht tot openbaring voor de heidenen en tot glorie voor uw volk Israël.
32 Uma luz para iluminar os gentios, e a glória de teu povo Israel.
33 En Jozef en zijn moeder waren verwonderd over hetgeen aangaande Hem gezegd werd.
33 E José, e sua mãe, se maravilharam das coisas que eram faladas sobre ele.
34 En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teeken dat wedersproken wordt;
34 E Simeão os abençoou, e disse a Maria, sua mãe: Eis que este menino é posto para a queda e o levantamento de muitos em Israel, e para um sinal que será contraditado
35 en ook u zelve zal een zwaard door de ziel gaan— opdat uit vele harten de overleggingen openbaar worden.
35 (sim, e uma espada traspassará também a tua própria alma), para que os pensamentos de muitos corações possam ser revelados.
36 Er was ook een profetesse, Anna, een dochter van Phanuël, uit den stam van Aser. Deze was hoog bejaard, en had van haar maagdelijken staat af zeven jaar met haar man geleefd.
36 E estava ali Ana, a profetisa, filha de Fanuel, da tribo de Aser; ela era de idade avançada, e tinha vivido com o marido sete anos, desde a sua virgindade;
37 En zij was een weduwe van omstreeks vier en tachtig jaar, die den tempel niet verliet, en met vasten en gebeden God nacht en dag diende.
37 e era viúva, de quase oitenta e quatro anos, e não se afastava do templo, servindo dia e noite a Deus, com jejuns e orações.
38 Deze nu, ter zelfder ure daarbij komende, loofde evenzoo God en sprak van Hem tot allen die te Jerusalem de verlossing verwachtten.
38 E, vindo ela naquele momento, também deu graças ao Senhor, e falava dele a todos os que aguardavam a redenção em Jerusalém.
39 Toen zij nu volgens de wet des Heeren alles volbracht hadden, keerden zij terug naar Galilea, tot hun stad Nazaret.
39 E, havendo concluído todas as coisas segundo a lei do Senhor, eles voltaram à Galileia, para a sua própria cidade, Nazaré.
40 Het kindeken nu groeide op en werd versterkt, vervuld zijnde met wijsheid, en de genade Gods was op Hem.
40 E o menino crescia, e se fortalecia no espírito, cheio de sabedoria; e a graça de Deus estava sobre ele.
41 En zijn ouders gingen jaarlijks naar Jerusalem, met het paaschfeest.
41 Ora, seus pais iam todos os anos para Jerusalém à festa da páscoa.
42 En toen Hij twaalf jaar oud was, gingen zij naar de gewoonte van het feest, op naar Jerusalem.
42 E quando ele tinha doze anos, eles subiram para Jerusalém segundo o costume da festa.
43 En toen de dagen voleindigd waren keerden zij terug, maar het kind Jezus bleef in Jerusalem, zonder dat Jozef en zijn moeder het wisten.
43 E quando haviam cumprido os dias, enquanto eles retornavam, o menino Jesus ficou para trás em Jerusalém, e José e sua mãe não souberam.
44 Maar meenende dat Hij was bij het reisgezelschap gingen zij een dagreize ver, om Hem te zoeken onder de familie en de bekenden.
44 Mas, supondo que ele estivesse na companhia, andaram uma jornada de um dia, e procuravam-no entre os seus parentes e conhecidos.
45 En Hem niet vindende keerden zij terug naar Jerusalem om Hem te zoeken.
45 E não tendo-o encontrado, eles retornaram para Jerusalém em busca dele.
46 En het geschiedde na drie dagen dat zij Hem vonden in den tempel, zittende in het midden der leeraren, hen hoorende en vragende.
46 E aconteceu que, após três dias, eles o acharam no templo, assentado no meio dos doutores, ouvindo-os, e dirigindo-lhes perguntas.
47 Doch allen die Hem hoorden stonden verbaasd over zijn verstand en antwoorden.
47 E todos os que o ouviam admiravam-se com o seu entendimento e com as suas respostas.
48 En Hem ziende stonden zij verslagen, en zijn moeder zeide tot Hem: Kind, waarom hebt Gij zoo met ons gedaan? Zie, uw vader en ik hebben met smart U gezocht!
48 E quando eles o viram, ficaram perplexos; e disse-lhe sua mãe: Filho, por que tu fizeste assim para conosco? Eis que teu pai e eu te procuramos angustiados.
49 En Hij zeide tot hen: Waarom hebt gij Mij gezocht? Wist gij niet dat Ik moet bezig zijn in de dingen mijns Vaders?
49 E ele lhes disse: Por que procurastes por mim? Não sabeis que eu devo estar sobre os negócios de meu Pai?
50 En zij verstonden het, woord niet dat Hij tot hen sprak.
50 E eles não entenderam as palavras que lhes dissera.
51 En Hij ging met hen af en kwam naar Nazaret en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart.
51 E desceu com eles, e foi para Nazaré, e era-lhes sujeito; mas sua mãe guardava todos esses dizeres no seu coração.
52 En Jezus nam toe in wijsheid en in ouderdom, en in genade bij God en menschen.
52 E Jesus crescia em sabedoria e estatura, e no favor para com Deus e os homens.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.