Lucas 21
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 En als Hij opkeek zag Jezus de rijken hun giften in de schatkist werpen.
1 E ele olhando para cima, viu os ricos lançarem as suas ofertas na arca do tesouro.
2 En Hij zag ook een behoeftige weduwe daar twee penningskens inwerpen.
2 E ele viu também uma certa viúva pobre lançar ali dois leptos.
3 En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen daarin wierp;
3 E ele disse: Verdadeiramente eu vos digo que esta pobre viúva lançou mais do que todos;
4 want deze allen hebben van hun overvloed bij de gaven Gods geworpen, maar zij heeft van haar armoede, al haar leeftocht dien zij had, daarin geworpen!
4 porque todos estes lançaram como ofertas a Deus do que tinham em abundância; mas ela, da sua pobreza, lançou todo o sustento que tinha.
5 En toen sommigen tot Hem spraken van den tempel, dat die met schoone steenen en kostbare giften versierd was, zeide Hij:
5 E, quando alguns falaram sobre o templo, que estava adornado de formosas pedras e dádivas, ele disse:
6 Wat gij daar ziet— er zullen dagen komen waarin geen steen op den andere zal gelaten worden, die niet zal afgebroken worden!
6 Quanto a estas coisas que vedes, dias virão em que não se deixará uma pedra sobre outra que não seja derrubada.
7 En zij vroegen Hem, zeggende: Meester, wanneer zal dat dan zijn? en wat is het teeken wanneer dit geschieden zal?
7 E eles perguntaram-lhe, dizendo: Mestre, mas quando serão essas coisas? E que sinal haverá quando estas coisas estiverem para acontecer?
8 En Hij zeide: Ziet toe, dat gij u niet laat misleiden! Velen toch zullen komen onder mijn Naam, zeggende: Ik ben het, en de tijd is nabij! — Maar gaat hen niet achterna!
8 E ele disse: Acautelai-vos para que não vos enganem; porque muitos virão em meu nome, dizendo: Eu sou o Cristo, e o tempo está próximo; não vades, portanto, após eles.
9 Als gij nu zult hooren van oorlogen en oorlogsgeruchten, verschrikt dan niet! want dit moet eerst geschieden, maar niet terstond is het einde daar.
9 Mas, quando ouvirdes de guerras e tumultos, não vos apavoreis; porque é necessário que primeiro aconteçam essas coisas, mas o fim não será logo.
10 Toen zeide Hij tot hen: Het eene volk zal opstaan tegen het andere, en het eene koninkrijk tegen het andere,
10 Então, lhes disse: Nação se levantará contra nação, e reino contra reino;
11 en er zullen allerwege groote aardbevingen zijn, en hongersnooden, en pest; en vreeselijke dingen en groote teekenen zullen van den hemel geschieden.
11 e haverá em vários lugares, grandes terremotos, e fomes, e pestilências; haverá fenômenos atemorizantes e grandes sinais haverá do céu.
12 Maar vóór dit alles zal men aan u de handen slaan en u vervolgen, daar men u zal overleveren aan de synagogen en gevangenissen, en u zal stellen voor koningen en stadhouders om mijns Naams wil.
12 Mas, antes de todas essas coisas, eles lançarão mão de vós, e vos perseguirão, entregando-vos às sinagogas e às prisões, e conduzindo-vos diante de reis e governadores, por causa do meu nome.
13 En dit zal u overkomen tot een getuigenis aangaande Mij.
13 E isso vos acontecerá por testemunho.
14 Neemt u dan voor in uw harten om vooraf niet te overdenken hoe gij u zult verdedigen,
14 Decidi, pois, em vosso coração a não premeditar como haveis de responder;
15 want Ik zal u mond en wijsheid geven, die al uw tegenstanders niet zullen kunnen wederspreken of wederstaan.
15 porque eu vos darei boca e sabedoria, que todos os seus adversários não poderão resistir nem contradizer.
16 Gij zult worden overgeleverd zelfs door ouders, en broeders, en bloedverwanten, en vrienden, en zij zullen er uit u dooden,
16 E vós sereis traídos pelos pais, e irmãos, e parentes, e amigos; e eles matarão alguns de vós.
17 en gij zult door allen gehaat worden om mijns Naams wil.
17 E sereis odiados por todos os homens por causa do meu nome.
18 Doch geen haar van uw hoofd zelfs zal verloren gaan!
18 Mas não perecerá um único cabelo da vossa cabeça.
19 Door uw volharding zult gij uw leven gewinnen.
19 Na vossa paciência, possuí a vossa alma.
20 Wanneer gij nu zien zult dat Jerusalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
20 E, quando virdes Jerusalém cercada de exércitos, então sabei que é chegada a sua desolação.
21 Die in Judea zijn, moeten dan vluchten naar de bergen, en die binnen Jerusalem zijn, moeten er uitgaan, en die op de akkers zijn, moeten er niet binnenkomen.
21 Então, deixai os que estiverem na Judeia fugirem para os montes; e deixai os que estiverem no meio dela, saírem; e não deixai os que estiverem nos campos entrar nela.
22 Want dat zijn dagen van wrake, opdat vervuld worde al wat er geschreven is.
22 Porque estes são dias de vingança, para que tudo o que está escrito seja cumprido.
23 Doch wee den zwangeren en den zogenden in die dagen, want er zal groote nood zijn op aarde, en toorn over dit volk!
23 Mas ai das grávidas e das que amamentarem naqueles dias! Porque haverá grande aflição na terra, e ira sobre este povo.
24 En zij zullen vallen door het scherpe zwaard en in ballingschap weggevoerd worden onder al de volken, en Jerusalem zal door de volken vertrapt worden, totdat de tijden der volken vol zullen zijn.
24 E eles cairão ao fio de espada e serão levados cativos para todas as nações, e Jerusalém será pisada pelos gentios, até que os tempos dos gentios se completem.
25 En er zullen teekenen zijn in de zon, en in de maan, en in de sterren, en op aarde benauwdheid der volken in radeloosheid, als het bruisen der zee en golven,
25 E haverá sinais no sol, e na lua, e nas estrelas, e sobre a terra, aflição das nações, com perplexidade; o mar e as ondas bramindo;
26 terwijl den menschen het harte wegzinkt van vreeze en afwachting der dingen die over de wereld gaan komen, want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
26 o coração dos homens desfalecerá por medo da expectativa daquilo que sobrevirá à terra; porque os poderes do céu serão abalados.
27 En alsdan zullen zij den Zoon des menschen zien komen in een wolk, met veel kracht en glorie.
27 E eles então verão o Filho do Homem vindo em uma nuvem, com poder e grande glória.
28 Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zoo ziet omhoog en heft uw hoofden op, omdat uw verlossing nabij is!
28 E quando essas coisas começarem a acontecer, olhai para cima e levantai a vossa cabeça, porque a vossa redenção está próxima.
29 En Hij zeide een gelijkenis tot hen: Ziet den vijgeboom en al de boomen!
29 E ele falou-lhes uma parábola: Olhai para a figueira e para todas as árvores;
30 Als zij nu uitbotten en gij ziet het, dan weet gij van u zelven dat de zomer al nabij is.
30 quando elas já começam a brotar, as vedes e, por vós mesmos, sabeis que o verão está próximo.
31 Alzoo ook gij, wanneer gij deze dingen ziet geschieden, dan weet gij dat het koninkrijk Gods nabij is.
31 Assim também vós, quando virdes acontecer essas coisas, sabei que o reino de Deus está próximo.
32 Voorwaar Ik zeg u dat deze natie niet zal voorbijgaan, totdat het alles is geschied!
32 Verdadeiramente eu vos digo: Que não passará esta geração até que tudo se cumpra.
33 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
33 O céu e a terra passarão, mas as minhas palavras não passarão.
34 Maar wacht u, dat niet misschien uw harten bezwaard worden door brasserij en dronkenschap en de zorgen des levens, en dat die dag u niet onverwacht overvalle, als een strik!
34 E tomai cuidado por vós mesmos, para que em nenhum momento os vossos corações sejam sobrecarregados com excessos, e embriaguez, e cuidados da vida, e aquele dia vos sobrevenha desprevenidamente.
35 Want hij zal komen over allen die op den geheelen aardbodem woonachtig zijn!
35 Porque virá como um laço sobre todos os que habitam na face de toda a terra.
36 Waakt dan ten allen tijde, en bidt dat gij moogt waardig geacht worden om te ontvlieden aan al die dingen die zullen geschieden, en om te staan voor den Zoon des menschen.
36 Vigiai, pois, orando sempre, para serdes considerados dignos de escapar de todas essas coisas que hão de acontecer, e de estar em pé diante do Filho do homem.
37 Overdag nu was Jezus in den tempel en leerde, maar des nachts ging Hij naar buiten en vernachtte op den berg die de Berg der Olijven genoemd wordt.
37 E, de dia ele ensinava no templo, e à noite, saindo, ficava no monte chamado monte das Oliveiras.
38 En al het volk kwam dés morgens tot Hem in den tempel om Hem te hooren.
38 E todo o povo chegava cedo de manhã a ele no templo, para ouvi-lo.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 21, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.