Lucas 1
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVT
NVT Nova Versão Transformadora
1 Aangezien velen ondernomen hebben om een verhaal te geven van de dingen die onder ons met volkomen zekerheid voorgevallen zijn,
1 Muitos se propuseram a escrever uma narração dos acontecimentos que se cumpriram entre nós.
2 gelijk zij ons hebben medegedeeld, die van den beginne af ooggetuigen en dienaars des woords zijn geweest;
2 Usaram os relatos que nos foram transmitidos por aqueles que, desde o princípio, foram testemunhas oculares e servos da palavra.
3 zoo heeft het ook mij goedgedacht, nadat ik alles vooraf nauwkeurig onderzocht heb, ze voor u achtereenvolgens te schrijven, voortreffelijke Theofilus!
3 Depois de investigar tudo detalhadamente desde o início, também decidi escrever-lhe um relato preciso, excelentíssimo Teófilo,
4 opdat gij de zekere waarheid moogt erkennen van de leer waarin gij onderwezen zijt.
4 para que tenha plena certeza de tudo que lhe foi ensinado.
5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was er een zeker priester met name Zacharias, uit de dagorde van Abia, en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam was Elisabet.
5 Quando Herodes era rei da Judeia, havia um sacerdote chamado Zacarias, que fazia parte do grupo sacerdotal de Abias. Sua esposa, Isabel, também pertencia à linhagem sacerdotal de Arão.
6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en instellingen des Heeren, onberispelijk.
6 Zacarias e Isabel eram justos aos olhos de Deus e obedeciam cuidadosamente a todos os mandamentos e estatutos do Senhor.
7 En zij hadden geen kind, omdat Elisabet onvruchtbaar was; en zij beiden waren tot hooge jaren gekomen.
7 Não tinham filhos, pois Isabel era estéril, e ambos já estavam bem velhos.
8 Het geschiedde nu, als hij in de beurt zijner dagorde eens het priesterambt voor God bediende,
8 Certo dia, Zacarias estava servindo diante de Deus no templo, pois seu grupo realizava o trabalho sacerdotal, conforme a escala.
9 dat, naar de gewoonte van het priesterschap, het lot op hem viel om in den tempel des Heeren in te gaan en het reukoffer aan te steken.
9 Foi escolhido por sorteio, como era costume dos sacerdotes, para entrar no santuário do Senhor e queimar incenso.
10 En de geheele menigte des volks was buiten, biddende ter ure des reukoffers.
10 Enquanto o incenso era queimado, uma grande multidão orava do lado de fora.
11 En hem verscheen een engel des Heeren, staande aan de rechterzijde van den reukaltaar.
11 Então um anjo do Senhor lhe apareceu, à direita do altar de incenso.
12 En Zacharias hem ziende werd verschrikt en vreeze viel op hem.
12 Ao vê-lo, Zacarias ficou muito abalado e assustado.
13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult zijn naam Johannes noemen.
13 O anjo, porém, lhe disse: “Não tenha medo, Zacarias! Sua oração foi ouvida. Isabel, sua esposa, lhe dará um filho, e você o chamará João.
14 En gij zult vreugde en blijdschap hebben, en velen zullen zich verheugen over zijn geboorte;
14 Você terá grande satisfação e alegria, e muitos se alegrarão com o nascimento do menino,
15 want hij zal groot zijn voor den Heere, en wijn of sterken drank zal hij geenszins drinken, en met den Heiligen Geest zal hij vervuld worden reeds van zijn geboorte af,
15 pois ele será grande aos olhos do Senhor. Nunca tomará vinho nem outra bebida forte. Será cheio do Espírito Santo, antes mesmo de nascer.
16 en velen der kinderen Israëls zal hij bekeeren tot den Heere hun God;
16 Fará muitos israelitas voltarem ao Senhor, seu Deus.
17 en hij zal vóór Hem heengaan in den geest en de kracht van Elias, om de harten der vaderen te keeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de verstandigheid der rechtvaardigen, om voor den Heere een wel toegerust volk te bereiden.
17 Será um homem com o espírito e o poder de Elias, e preparará o povo para a vinda do Senhor. Fará o coração dos pais voltar para seus filhos e levará os rebeldes a aceitarem a sabedoria dos justos”.
18 En Zacharias zeide tot den engel: Waaraan zal ik dit weten? ik ben toch een oud man en mijn vrouw is hoog bejaard?
18 Zacarias disse ao anjo: “Como posso ter certeza de que isso acontecerá? Já sou velho, e minha mulher também é de idade avançada”.
19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gezonden om tot u te spreken en u deze goede boodschap te verkondigen;
19 O anjo respondeu: “Sou Gabriel, e estou sempre na presença de Deus. Foi ele quem me enviou para lhe trazer estas boas-novas.
20 en zie, gij zult stom zijn en niet kunnen spreken tot op den dag dat deze dingen geschieden zullen, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd zullen vervuld worden.
20 Agora, porém, você ficará mudo até os dias em que essas coisas acontecerão, pois não acreditou em minhas palavras, que se cumprirão no devido tempo”.
21 En het volk was wachtende op Zacharias, en verwonderd, dat hij zoo lang in den tempel bleef.
21 Enquanto isso, o povo esperava Zacarias sair do santuário e se perguntava por que ele demorava tanto.
22 Maar toen hij naar buiten kwam kon hij tot hen niet spreken, en zij bemerkten dat hij in den tempel een visioen had gezien; en hij wenkte hun toe en bleef stom.
22 Quando finalmente saiu, não conseguia falar com eles, e perceberam por seus gestos e seu silêncio que ele havia tido uma visão no santuário.
23 En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.
23 Ao fim de seus dias de serviço no templo, Zacarias voltou para casa.
24 Na die dagen nu werd Elisabet, zijn huisvrouw, zwanger; en zij hield zich vijf maanden verborgen, zeggende:
24 Pouco tempo depois, sua esposa, Isabel, engravidou e não saiu de casa por cinco meses.
25 Alzoo heeft mij de Heere gedaan in de dagen waarin Hij neergezien heeft om mijn smaad onder de menschen weg te nemen.
25 “Como o Senhor foi bom para mim em minha velhice!”, exclamou ela. “Tirou de mim a humilhação pública de não ter filhos!”
26 En in de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, genaamd Nazaret,
26 No sexto mês da gestação de Isabel, Deus enviou o anjo Gabriel a Nazaré, uma cidade da Galileia,
27 tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het geslacht van David; en de naam der maagd was Maria.
27 a uma virgem de nome Maria. Ela estava prometida em casamento a um homem chamado José, descendente do rei Davi.
28 En de engel, bij haar binnengekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde! de Heere met u! gij gezegende onder de vrouwen!
28 Gabriel apareceu a ela e lhe disse: “Alegre-se, mulher favorecida! O Senhor está com você!”.
29 Zij nu ontroerde op dit woord, en bepeinsde wat voor een groetenis dit mocht zijn.
29 Confusa, Maria tentou imaginar o que o anjo quis dizer.
30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria! want gij hebt genade gevonden bij God;
30 “Não tenha medo, Maria”, disse o anjo, “pois você encontrou favor diante de Deus.
31 en zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en zijn naam Jezus noemen;
31 Ficará grávida e dará à luz um filho, e o chamará Jesus.
32 deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden; en de Heere God zal Hem den troon geven van zijn vader David;
32 Ele será grande, e será chamado Filho do Altíssimo. O Senhor Deus lhe dará o trono de seu antepassado Davi,
33 en Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid en aan zijn koninkrijk zal geen einde zijn.
33 e ele reinará sobre Israel para sempre; seu reino jamais terá fim!”
34 Maria nu zeide tot den engel: Hoe zal dit wezen, daar ik geen man heb?
34 Maria perguntou ao anjo: “Como isso acontecerá? Eu sou virgem!”.
35 En de engel antwoordde en zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat geboren wordt, Gods Zoon worden genoemd;
35 O anjo respondeu: “O Espírito Santo virá sobre você, e o poder do Altíssimo a cobrirá com sua sombra. Portanto, o bebê que vai nascer será santo, e será chamado Filho de Deus.
36 en zie, Elisabet, uw bloedverwante, ook zij is in haar ouderdom zwanger van een zoon, en dit is de zesde maand voor haar die onvruchtbaar werd genoemd;
36 Além disso, sua parenta, Isabel, ficou grávida em idade avançada. As pessoas diziam que ela era estéril, mas ela concebeu um filho e está no sexto mês de gestação.
37 want onmogelijk zal er bij God geen woord zijn.
37 Pois nada é impossível para Deus”.
38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord! En de engel ging van haar weg.
38 Maria disse: “Sou serva do Senhor. Que aconteça comigo tudo que foi dito a meu respeito”. E o anjo a deixou.
39 Maria nu stond in die dagen op en ging met haast naar het gebergte, naar een stad van Juda.
39 Alguns dias depois, Maria dirigiu-se apressadamente à região montanhosa da Judeia, à cidade
40 En zij kwam in het huis van Zacharias en groette Elisabet.
40 onde Zacarias morava. Ela entrou na casa e saudou Isabel.
41 En het geschiedde, zoodra Elisabet de begroeting van Maria hoorde, dat het kindeken in haar lichaam opsprong; en Elisabet werd vervuld met den Heiligen Geest.
41 Ao ouvir a saudação de Maria, o bebê de Isabel se agitou dentro dela, e Isabel ficou cheia do Espírito Santo.
42 En zij riep met een groote stem en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend de vrucht uws lichaams!
42 Em alta voz, Isabel exclamou: “Você é abençoada entre as mulheres, e abençoada é a criança em seu ventre!
43 en vanwaar overkomt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?
43 Por que tenho a grande honra de receber a visita da mãe do meu Senhor?
44 want zie, toen de klank uwer begroeting in mijn ooren kwam sprong het kindeken van vreugde op in mijn lichaam;
44 Quando ouvi sua saudação, o bebê em meu ventre se agitou de alegria.
45 en zalig is zij die geloofd heeft, want volbracht zal worden, wat haar vanwege den Heere is gezegd!
45 Você é abençoada, pois creu no que o Senhor disse que faria!”.
46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt den Heere groot,
46 Maria respondeu: “Minha alma exalta ao Senhor!
47 en mijn geest verheugt zich over God, mijn Verlosser,
47 Como meu espírito se alegra em Deus, meu Salvador!
48 omdat Hij nedergezien heeft op de geringheid van zijn dienstmaagd; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig spreken!
48 Pois ele observou sua humilde serva, e, de agora em diante, todas as gerações me chamarão abençoada.
49 omdat de Almachtige aan mij groote dingen heeft gedaan; en zijn Naam is heilig,
49 Pois o Poderoso é santo, e fez grandes coisas por mim.
50 en zijn barmhartigheid is van geslachte tot geslachte over degenen die Hem vreezen.
50 Demonstra misericórdia a todos que o temem, geração após geração.
51 Hij heeft kracht gedaan door zijn arm; Hij heeft verstrooid die hoogmoedig zijn in de gedachten hunner harten;
51 Seu braço poderoso fez coisas tremendas! Dispersou os orgulhosos e os arrogantes.
52 Hij heeft machtigen van de troonen gestooten en geringen verhoogd,
52 Derrubou príncipes de seus tronos e exaltou os humildes.
53 hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken ledig weggezonden.
53 Encheu de coisas boas os famintos e despediu de mãos vazias os ricos.
54 Hij heeft Israël, zijn knecht, opgenomen, om te gedenken aan de barmharheden,
54 Ajudou seu servo Israel e lembrou-se de ser misericordioso.
55 — gelijk Hij tot onze vaderen heeft gesproken— aan Abraham en zijn nakomelingen tot in eeuwigheid!
55 Pois assim prometeu a nossos antepassados, a Abraão e a seus descendentes para sempre”.
56 Maria nu bleef bij haar omtrent drie maanden, en zij keerde terug naar haar huis.
56 Maria ficou com Isabel cerca de três meses, e então voltou para casa.
57 En de tijd van Elisabet werd vervuld dat zij baren zou, en zij baarde een zoon.
57 Chegado o tempo de seu bebê nascer, Isabel deu à luz um filho.
58 En de geburen en haar familie hoorden dat de Heere zijn barmhartigheid aan haar groot gemaakt had, en zij verblijdden zich met haar.
58 Vizinhos e parentes se alegraram ao tomar conhecimento de que o Senhor havia sido tão misericordioso com ela.
59 En het geschiedde op den achtsten dag dat zij kwamen om het jongsken te besnijden, en zij noemden het naar den naam zijns vaders, Zacharias.
59 Quando o bebê estava com oito dias, eles vieram para a cerimônia de circuncisão. Queriam chamar o menino de Zacarias, como o pai,
60 En zijn moeder antwoordde en zeide: Neen, maar het zal Johannes genoemd worden!
60 mas Isabel disse: “Não! Seu nome é João!”.
61 En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw familie die alzoo genoemd wordt!
61 Então eles lhe disseram: “Não há ninguém em sua família com esse nome”,
62 Zij wenkten dan zijn vader, hoe die zou willen dat het genoemd werd.
62 e com gestos perguntaram ao pai como queria chamar o bebê.
63 En hij vroeg om een schrijfbordje en schreef, zeggende: Johannes is zijn naam; en allen verwonderden zich.
63 Ele pediu que lhe dessem uma tabuinha e, para surpresa de todos, escreveu: “Seu nome é João”.
64 En op eens werd zijn mond en tong geopend en hij sprak, lovende God.
64 No mesmo instante, Zacarias voltou a falar e começou a louvar a Deus.
65 En er kwam vreeze over allen die daar omtrent woonden, en in het gansche gebergte van Judea werd over al deze dingen gesproken.
65 Toda a vizinhança se encheu de temor, e a notícia do que havia acontecido se espalhou por toda a região montanhosa da Judeia.
66 En allen die het hoorden bewaarden het in hun harten, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? Want ook de hand des Heeren was met hem.
66 Todos que ficavam sabendo meditavam sobre esses acontecimentos e perguntavam: “O que vai ser esse menino?”. Pois a mão do Senhor estava sobre ele.
67 En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest en profeteerde, zeggende:
67 Então seu pai, Zacarias, ficou cheio do Espírito Santo e profetizou:
68 Geprezen zij de Heere, de God van Israël, omdat Hij zijn volk heeft bezocht en vrijgekocht,
68 “Seja bendito o Senhor, o Deus de Israel, pois visitou e resgatou seu povo.
69 en omdat Hij een hoorn der verlossing ons heeft opgericht in het geslacht van David, zijn knecht,
69 Ele nos enviou poderosa salvação da linhagem real de seu servo Davi,
70 — gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige profeten van de oudste tijden af, —
70 como havia prometido muito tempo atrás por meio de seus santos profetas.
71 verlossing van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten,
71 Agora seremos salvos de nossos inimigos e de todos que nos odeiam.
72 om barmhartigheid te doen aan onze vaderen, en om te gedenken aan zijn heilig verbond,
72 Ele foi misericordioso com nossos antepassados ao lembrar-se de sua santa aliança,
73 aan den eed dien Hij gezworen heeft aan Abraham onzen vader, om ons te geven:
73 o juramento solene que fez com nosso antepassado Abraão.
74 dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost zijnde, Hem onbevreesd dienen zouden,
74 Prometeu livrar-nos de nossos inimigos para o servirmos sem medo,
75 in heiligheid en rechtvaardigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen.
75 em santidade e justiça, enquanto vivermos.
76 En gij, kindeken! een profeet des Allerhoogsten zult gij genoemd worden; want gij zult gaan voor het aangezicht des Heeren om zijn wegen effen te maken,
76 “E você, meu filhinho, será chamado profeta do Altíssimo, pois preparará o caminho para o Senhor.
77 om aan zijn volk kennis der verlossing te geven in de vergiffenis hunner zonden,
77 Dirá a seu povo como encontrar salvação por meio do perdão de seus pecados.
78 door de innerlijke barmhartigheden onzes Gods, waarmede ons bezocht heeft het schijnend Licht uit de hoogte;
78 Graças à terna misericórdia de nosso Deus, a luz da manhã, vinda do céu, está prestes a raiar sobre nós,
79 om te verschijnen aan degenen die gezeten zijn in de duisternis en in de schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.
79 para iluminar aqueles que estão na escuridão e na sombra da morte e nos guiar ao caminho da paz”.
80 Het kindeken nu groeide op en werd gesterkt naar den geest, en hij was in de woestijnen tot op den dag zijner optreding in Israël.
80 João cresceu e se fortaleceu em espírito. E viveu no deserto até chegar o tempo de se apresentar ao povo de Israel.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.