Lucas 17

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Jezus zeide nu tot zijn discipelen: Het is onmogelijk dat er geen ergernissen zouden komen, maar wee dengene, door wien zij komen!
1 Então ele disse aos discípulos: É impossível que não venham ofensas; mas ai daquele por quem elas vierem!
2 Het ware hem beter, dat hem een molensteen om den hals gehangen en hij in de zee geworpen werd, dan dat hij één van deze kleinen zou ergeren.
2 Melhor lhe fora que se lhe pendurasse ao pescoço uma pedra de moinho, e que ele fosse lançado ao mar, do que ofender um destes pequeninos.
3 Wacht u zelven! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en als hij berouw heeft, vergeef het hem.
3 Tomai cuidado de vós mesmos, se teu irmão peca contra ti, repreende-o; e, se ele se arrepender, perdoa-lhe.
4 En als hij zevenmaal per dag tegen u zondigt, en zevenmaal tot u wederkeert, zeggende: Ik heb berouw, zoo zult gij het hem vergeven!
4 E, se ele pecar contra ti sete vezes em um dia, e sete vezes em um dia retornar a ti, dizendo: Eu me arrependo, tu lhe perdoarás.
5 En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons geloof!
5 E os apóstolos disseram ao Senhor: Aumenta a nossa fé.
6 Maar de Heere zeide: Zoo gij geloof hadt als een mosterdzaad, dan zoudt gij tot dezen moerbezieboom zeggen: Ontwortel u en verplant u in de zee! — en hij zou u gehoorzamen.
6 E disse o Senhor: Se tiverdes fé como um grão de semente de mostarda, podeis dizer a esta amoreira: Seja arrancada pela raiz e plantada no mar, e ela vos obedecerá.
7 En wie van u die een dienstknecht heeft, ploegende of de beesten hoedende, zal tot hem zeggen als hij van den akker komt: Kom en lig terstond mede aan?
7 Mas qual de vós, tendo um servo lavrando ou apascentando o gado, lhe dirá, ao voltar ele do campo: Chega-te e assenta-te à mesa?
8 Zal hij niet liever tot hem zeggen: Maak mijn avondmaaltijd gereed, en omgord u, en bedien mij, totdat ik heb gegeten en gedronken, en daarna zult gij eten en drinken?
8 E não lhe dirá antes: Prepara-me a ceia, e cinge-te, e serve-me, até que eu tenha comido e bebido, e depois tu comerás e beberás!
9 Dankt hij dan dien dienstknecht omdat deze gedaan heeft wat hem bevolen was? Ik denk het niet.
9 Ele agradecerá ao servo, porque este fez as coisas que lhe foi mandado? Creio que não.
10 Alzoo ook gijlieden, als gij zult gedaan hebben alles wat u bevolen is, zegt dan: Onnutte dienstknechten zijn wij; wij hebben maar gedaan wat we verplicht waren te doen!
10 Assim também vós, quando tiverdes feito as coisas que vos for mandado, dizei: Nós somos servos inúteis, fizemos o que era nosso dever fazer.
11 En als Hij naar Jerusalem trok, geschiedde het dat hij midden tusschen Samaria en Galilea doorging.
11 E aconteceu que, indo ele para Jerusalém, passou pelo meio de Samaria e da Galileia.
12 En als Hij naar zeker dorp kwam ontmoetten Hem tien melaatsche mannen, die van verre stonden,
12 E, entrando ele em uma certa aldeia, saíram-lhe ao encontro dez homens leprosos, os quais ficaram parados de longe;
13 en zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester, ontferm U onzer!
13 e eles levantaram sua voz, dizendo: Jesus, Mestre, tem misericórdia de nós!
14 En hen ziende zeide Hij tot Hen: Gaat heen, vertoont u zelven aan de priesters! En het geschiedde dat zij gereinigd werden terwijl zij weggingen.
14 E ele, vendo-os, disse-lhes: Ide e mostrai-vos aos sacerdotes. E aconteceu que, enquanto iam, eles foram purificados.
15 Toen nu één hunner zag dat hij genezen was, keerde hij terug, met groote stem God de glorie gevende.
15 E um deles, quando viu que estava curado, retornou, glorificando a Deus em alta voz,
16 En hij viel op het aangezicht bij zijn voeten, Hem dankende. En deze was een Samaritaan.
16 e caiu sobre sua face aos seus pés, dando-lhe graças, e ele era um samaritano.
17 Jezus dan antwoordde en zeide: Zijn niet de tien gereinigd? En de negen, waar zijn ze?
17 E, respondendo Jesus, disse: Não foram dez os purificados? Mas onde estão os nove?
18 Zijn er geen gevonden die wederkeeren om Gode de glorie te geven, dan deze vreemdeling?
18 Não se achou quem retornasse para dar glória a Deus, senão este estrangeiro.
19 En Hij zeide tot hem: Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden!
19 E ele disse-lhe: Levanta-te e vai pelo teu caminho; a tua fé te salvou.
20 Gevraagd zijnde van de fariseërs wanneer het koninkrijk Gods zou komen, antwoordde Hij hun en zeide: Het koninkrijk Gods komt niet op zichtbare wijze.
20 E, sendo interrogado pelos fariseus sobre quando havia de vir o reino de Deus, ele respondeu-lhes, e disse: O reino de Deus não vem com observação;
21 En men zal niet zeggen: Hier is het, of daar! want ziet, het koninkrijk Gods is in uw midden.
21 nem eles dirão: Ei-lo aqui! Ou: Ei-lo ali! Porque eis que o reino de Deus está dentro de vós.
22 Hij zeide dan tot de discipelen: Er zullen dagen komen dat gij zult verlangen één der dagen van den Zoon des menschen te zien, en gij zult dien niet zien.
22 E ele disse aos discípulos: Dias virão em que desejareis ver um dos dias do Filho do homem e não o vereis.
23 En men zal tot u zeggen: Ziet daar! ziet hier! Maar gaat niet heen, loopt niet na!
23 E eles vos dirão: Ei-lo aqui, ou: Ei-lo ali; não vades, nem os sigais,
24 Want gelijk de bliksem schittert, die van het eene einde des hemels tot het andere straalt, alzoo zal de Zoon des menschen zijn in zijn dag.
24 porque, como o relâmpago ilumina desde uma extremidade inferior do céu até a outra extremidade, assim será também o Filho do homem no seu dia.
25 Maar eerst moet Hij veel lijden en verworpen worden door deze natie.
25 Mas primeiro é necessário que ele sofra muitas coisas, e que seja rejeitado por esta geração.
26 En gelijk het was in de dagen van Noach, zoo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des menschen:
26 E, como aconteceu nos dias de Noé, assim será também nos dias do Filho do homem.
27 Zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij werden getrouwd, tot op den dag dat Noach in de ark ging; en de zondvloed kwam en verdelgde allen.
27 Eles comiam, bebiam, casavam e davam-se em casamento, até o dia em que Noé entrou na arca, e veio o dilúvio, e destruiu a todos.
28 Desgelijks ook als het was in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;
28 Semelhante também como aconteceu nos dias de Ló; eles comiam, bebiam, compravam, vendiam, plantavam e edificavam;
29 maar op den dag dat Lot van Sodom uitging, regende er vuur en solfer van den hemel en verdelgde allen.
29 mas no mesmo dia em que Ló saiu de Sodoma, choveu fogo e enxofre do céu, e destruiu a todos.
30 Op dezelfde wijze zal het zijn op den dag dat de Zoon des menschen openbaar zal worden.
30 Assim será no dia em que o Filho do homem for revelado.
31 In dien dag, wie op het dak is en zijn huisraad is in huis, hij kome niet naar beneden om het te grijpen, en die op den akker is keere ook niet terug tot hetgeen hij achterliet.
31 Naquele dia, quem estiver no telhado, tendo os seus bens em casa, não desça para tirá-los; e o que estiver no campo, semelhantemente, não volte para trás.
32 Gedenkt aan de vrouw van Lot.
32 Lembrai-vos da esposa de Ló.
33 Wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen, en wie het zal verliezen, die zal het bewaren.
33 Qualquer que procurar salvar a sua vida perdê-la-á, e qualquer que a perder, preservá-la-á.
34 Ik zeg ulieden: In dien nacht zullen er twee op één bed zijn; de een zal worden meegenomen en de andere achtergelaten.
34 Eu vos digo que, naquela noite, estarão dois numa cama; um será tomado, e outro será deixado.
35 Twee zullen er samen aan het malen zijn; de eene zal worden meegenomen, maar de andere achtergelaten.
35 Duas mulheres estarão juntas moendo; uma será tomada, e outra será deixada.
36 Twee zullen er op den akker zijn; de een zal worden meegenomen en de andere achtergelaten.
36 Dois homens estarão no campo; um será tomado, e outro será deixado.
37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, daar zullen zich ook de arenden verzamelen.
37 E, eles respondendo, disseram-lhe: Onde, Senhor? E ele lhes disse: Onde estiver o corpo, aí se ajuntarão as águias.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 17, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.