João 16
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Dit heb Ik tot u gesproken opdat gij u niet ergert.
1 Estas coisas eu vos tenho dito para que não vos ofendais.
2 Zij zullen u uit de synagogen verbannen; er zal zelfs een ure komen dat al wie u zal dooden, zal meenen Gode een dienst te doen.
2 Eles vos expulsarão das sinagogas; sim, vem a hora em que todo o que vos matar julgará prestar um serviço a Deus.
3 En dit zullen zij doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij.
3 E essas coisas eles vos farão, porque não conheceram ao Pai, nem a mim.
4 Maar dit heb Ik tot u gesproken, opdat, als de ure zal gekomen zijn, gij er aan gedenken zoudt, dat Ik het u gezegd heb. Dit heb Ik u van den beginne af niet gezegd, omdat Ik met u was.
4 Mas tenho-vos dito estas coisas, para que, quando chegar aquela hora, vos lembreis de que eu vo-las tinha dito. Isto eu não vos disse no princípio, porque estava convosco.
5 Maar nu ga Ik heen tot Hem die Mij gezonden heeft, en niemand uit u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen?
5 Mas agora, eu vou para aquele que me enviou; e nenhum de vós me pergunta: Para onde tu vais?
6 Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft de droefheid uw harte vervuld.
6 Mas porque eu vos disse essas coisas, a tristeza encheu o vosso coração.
7 Toch zeg Ik u de waarheid: Het is u tot voordeel dat Ik wegga, want als Ik niet wegga dan zal de Bijstand tot, u niet komen; maar als Ik wegga dan zal Ik Hem tot u zenden.
7 Todavia, digo-vos a verdade: Convém-vos que eu vá; porque se eu não for, o Consolador não virá a vós; mas, se eu for, eu vo-lo enviarei.
8 En als die gekomen is dan zal Hij de wereld overtuigen van zonde, en van rechtvaardigheid, en van oordeel.
8 E, quando ele vier, convencerá o mundo do pecado, e da justiça, e do juízo;
9 Van zonde, omdat zij in Mij niet gelooven.
9 do pecado, porque eles não creem em mim;
10 Van rechtvaardigheid, omdat Ik tot den Vader ga, en gij Mij niet meer zult zien.
10 da justiça, porque eu vou para meu Pai, e vós não me vereis mais;
11 Van oordeel, omdat de overste der wereld geoordeeld is.
11 e do juízo, porque o príncipe deste mundo já está julgado.
12 Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen.
12 Eu ainda tenho muitas coisas a vos dizer, mas vós não o podeis suportar agora.
13 Maar als die zal gekomen zijn, de Geest der waarheid, die zal u leiden in de geheele waarheid; want van zich zelven zal Hij niet spreken, maar al wat Hij hoort zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
13 No entanto, quando ele, o Espírito da verdade vier, ele vos guiará em toda a verdade; porque ele não falará de si mesmo, mas tudo o que ele ouvir, isso ele dirá; e vos anunciará as coisas vindouras.
14 Die zal Mij glorie toebrengen, want uit het mijne zal Hij nemen en ulieden verkondigen.
14 Ele me glorificará; porque receberá do que é meu, e vo-lo mostrará.
15 Al wat de Vader heeft is het mijne; daarom zeide Ik dat Hij uit het mijne neemt en ulieden verkondigt.
15 Todas as coisas que o Pai tem são minhas; portanto eu vos digo, que ele tomará do que é meu, e vo-lo mostrará.
16 Een korten tijd, en gij zult Mij niet meer zien, en wederom een korten tijd, en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader.
16 Um pouco mais, e não me vereis; e novamente um pouco mais, e ver-me-eis, porque eu vou para o Pai.
17 Eenigen uit zijn discipelen zeiden dan tot malkander: Wat is het, dat Hij tot ons zegt: Een korten tijd, en gij zult Mij niet zien, en wederom een korten tijd, en gij zult Mij zien, en: Want Ik ga heen tot den Vader?
17 Então, alguns dos seus discípulos disseram entre si: O que é isto que ele nos diz: Um pouco mais, e não me vereis; e novamente um pouco mais, e ver-me-eis; e: Porque eu vou para o Pai?
18 Zij zeiden dan: Wat is dat, wat Hij zegt: Een korten tijd? — Wij weten niet wat Hij zegt!
18 Portanto, eles diziam: O que quer dizer isto: Um pouco mais? Nós não sabemos o que ele diz.
19 Jezus bemerkte dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Onderzoekt gij daarover met malkander dat Ik gezegd heb: Een korten tijd, en gij zult Mij niet zien, en wederom een korten tijd, en gij zult Mij zien?
19 Ora, Jesus percebeu que o queriam interrogar e disse-lhes: Indagais entre vós acerca disto que eu disse: Um pouco mais, e não me vereis; e novamente um pouco mais, e ver-me-eis?
20 Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Gij zult weenen en schreien, maar de wereld zal zich verblijden; gijlieden zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden!
20 Na verdade, na verdade eu vos digo, que chorareis e vos lamentareis, mas o mundo se alegrará; e vós estareis tristes, mas a vossa tristeza se converterá em alegria.
21 Wanneer de vrouw baart heeft zij droefheid, omdat haar ure is gekomen; maar als zij het kindeken gebaard heeft, dan gedenkt zij niet meer aan de smarte, vanwege de blijdschap dat er een mensch ter wereld is geboren.
21 A mulher, quando está para dar à luz, sente tristeza, porque é chegada a sua hora; mas, logo após ela ter dado à luz a criança, já não se lembra da angústia, pela alegria de haver nascido um homem ao mundo.
22 Ook gij dan hebt nu wel droefheid, maar Ik zal u wederom zien, en uw harte zal zich verblijden, en uw blijdschap zal niemand van u wegnemen.
22 Agora portanto, vós tendes tristeza; mas eu vos verei novamente, e o vosso coração se alegrará, e a vossa alegria, nenhum homem vo-la tirará.
23 En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Al wat gij den Vader bidden zult, zal Hij u geven in mijn Naam.
23 E naquele dia não me perguntareis nada. Na verdade, na verdade eu vos digo: Tudo quanto pedirdes a meu Pai em meu nome, ele vo-lo há de dar.
24 Tot nu toe hebt gij om niets gebeden in mijn Naam. — Bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zij!
24 Até agora não pedistes nada em meu nome; pedi, e recebereis, para que a vossa alegria possa ser completa.
25 Dit heb Ik tot u gesproken in gelijkenissen; er komt een ure, dat Ik niet meer in gelijkenissen tot u zal spreken, maar u vrij uit van den Vader zal verkondigen.
25 Estas coisas eu vos tenho dito por provérbios; mas virá a hora em que eu não falarei mais por provérbios, mas abertamente eu vos falarei sobre o Pai.
26 In dien dag zult gij bidden in mijn Naam, en Ik zeg u niet dat Ik den Vader voor u zal bidden,
26 Naquele dia pedireis em meu nome; e não vos digo que eu rogarei ao Pai por vós;
27 want de Vader zelf bemint u, omdat gij Mij bemind hebt, en geloofd hebt dat Ik van God ben uitgegaan.
27 pois o próprio Pai vos ama, porque vós tens me amado, e tens acreditado que eu saí de Deus.
28 Ik ben uit den Vader uitgegaan en gekomen tot de wereld: Wederom verlaat Ik de wereld en ga Ik tot den Vader.
28 Eu saí do Pai, e vim ao mundo; outra vez eu deixo o mundo, e vou para o Pai.
29 Zijn discipelen zeiden: Zie, nu spreekt Gij vrij uit, en geen gelijkenis spreekt Gij!
29 Disseram-lhe os seus discípulos: Eis que agora falas abertamente, e não dizes provérbios.
30 Nu weten wij dat Gij alles weet en niet van noode hebt dat iemand U vraagt; daardoor gelooven wij dat Gij van God zijt uitgegaan.
30 Agora estamos certos de que tu sabes todas as coisas, e não necessitas de que algum homem te interrogue; por isso nós cremos que tu vieste de Deus.
31 Jezus antwoordde hun: Nu gelooft gij?
31 Respondeu-lhes Jesus: Agora vós credes?
32 Ziet, er komt een ure en die is gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een ieder naar het zijne, en dat gij Mij alleen zult laten. En toch, Ik ben niet alleen, want de Vader is met Mij.
32 Eis que vem a hora, sim, agora é chegada, em que vós sereis dispersos, cada homem para o que é seu, e me deixareis só; mas eu não estou só, porque o Pai está comigo.
33 Dit heb Ik tot u gesproken opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld hebt gij verdrukking, maar houdt moed! Ik heb de wereld overwonnen.
33 Estas coisas eu vos tenho dito para que em mim tenhais paz. No mundo tereis tribulações; mas tende bom ânimo, eu venci o mundo.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 16, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.