João 12

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Jezus dan kwam zes dagen vóór Paschen naar Bethanië, waar Lazarus was dien Hij had opgewekt uit de dooden.
1 Seis dias antes da Páscoa , Jesus foi ao povoado de Betânia, onde morava Lázaro, a quem ele tinha ressuscitado.
2 Zij maakten Hem dan aldaar een avondmaaltijd gereed, en Martha bediende, en Lazarus was een van degenen die met Hem aan de tafel lagen.
2 Prepararam ali um jantar para Jesus. Marta ajudava a servir, e Lázaro era um dos que estavam à mesa com ele.
3 Maria dan nam een pond balsem van zuiveren kostbaren nardus, en zalfde de voeten van Jezus, en droogde met haar hoofdhaar zijn voeten af; en het huis werd vervuld met den reuk des balsems.
3 Então Maria pegou um frasco cheio de um perfume muito caro, feito de nardo puro. Ela derramou o perfume nos pés de Jesus e os enxugou com os seus cabelos; e toda a casa ficou perfumada.
4 Judas Iskariot nu, een van zijn discipelen, die Hem zou verraden, zeide:
4 Mas Judas Iscariotes, o discípulo que ia trair Jesus, disse:
5 Waarom dezen balsem niet verkocht voor driehonderd penningen, en den armen gegeven?
5 — Este perfume vale mais de trezentas moedas de prata . Por que não foi vendido, e o dinheiro, dado aos pobres?
6 Dit nu zeide hij, niet omdat hij voor de afmen bekommerd was, maar omdat hij een dief was, en de kas hield, en wegnam wat er werd in gedaan.
6 Judas disse isso, não porque tivesse pena dos pobres, mas porque era ladrão. Ele tomava conta da bolsa de dinheiro e costumava tirar do que punham nela.
7 Jezus zeide dan: Laat haar doen! opdat zij het beware tot den dag mijner begrafenis.
7 Então Jesus respondeu:
8 Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
8 Os pobres estarão sempre com vocês, mas eu não estarei sempre com vocês.
9 Een groote schare dan uit de Joden vernam dat Hij daar was, en zij kwamen niet alleen om Jezus, maar opdat zij ook Lazarus zouden zien dien Hij uit de dooden verwekt had.
9 Muitas pessoas ficaram sabendo que Jesus estava em Betânia. Então foram até lá não só por causa dele, mas também para ver Lázaro, o homem que Jesus tinha ressuscitado.
10 De overpriesters dan hielden samen raad om ook Lazarus te dooden,
10 Então os chefes dos sacerdotes resolveram matar Lázaro também;
11 want om zijnentwil gingen velen der Joden weg en geloofden in Jezus.
11 pois, por causa dele, muitos judeus estavam abandonando os seus líderes e crendo em Jesus.
12 Des anderen daags, toen een groote schare die naar het feest gekomen was, hoorde dat Jezus naar Jerusalem kwam,
12 No dia seguinte, a grande multidão que tinha ido à Festa da Páscoa ouviu dizer que Jesus estava chegando a Jerusalém.
13 namen zij takken van palmboomen en gingen uit Hem te gemoet, en riepen: Hosannah! Geprezen Hij, die komt in den Naam des Heeren, de Koning Israëls!
13 Então eles pegaram ramos de palmeiras e saíram para se encontrar com ele, gritando: — Que Deus abençoe aquele que vem em nome do Senhor! Que Deus abençoe o Rei de Israel!
14 Jezus nu vond een jongen ezel en ging daarop zitten, zooals geschreven is:
14 Jesus procurou um jumentinho e o montou, como dizem as Escrituras Sagradas :
15 Vrees niet, dochter Sions! zie, uw Koning komt, gezeten op het jong van een ezelin!
15 “Povo de Jerusalém, não tenha medo! Veja! Aí vem o seu Rei, montado num jumentinho!”
16 Dit verstonden zijn discipelen in het eerst niet, maar toen Jezus in zijn glorie was, toen werden zij indachtig dat dit van Hem geschreven was en dat men Hem dit gedaan had.
16 Naquela ocasião os discípulos não entenderam isso. Mas, depois de Jesus ter voltado para a presença gloriosa de Deus, eles lembraram que isso estava escrito a respeito dele e também que era isso o que tinha acontecido.
17 De schare dan, die bij Hem was, getuigde dat Hij Lazarus uit het graf had geroepen en hem uit de dooden verwekt had.
17 A multidão que estava com Jesus quando ele havia chamado Lázaro para fora do túmulo e o tinha ressuscitado espalhou a notícia do que tinha acontecido.
18 Daarom ook ging de schare Hem te gemoet, omdat zij gehoord hadden dat Hij dit mirakel gedaan had.
18 E o povo foi encontrar-se com Jesus, pois ficou sabendo que ele tinha feito esse milagre.
19 De fariseërs dan zeiden tot malkander: Gij ziet dat gij niets wint; zie, de geheele wereld loopt Hem na!
19 Então os fariseus disseram uns aos outros: — Não estamos conseguindo nada! Vejam! Todos estão indo com ele!
20 Er waren nu eenige Grieken uit degenen die opgekomen waren om op het feest te aanbidden.
20 Entre o povo que tinha ido a Jerusalém para tomar parte na festa, estavam alguns não judeus.
21 Dezen dan wendden zich tot Filippus, die van Bethsaïda was in Galilea, en vroegen hem, zeggende: Heer, wij wilden Jezus wel zien!
21 Eles foram falar com Filipe, que era da cidade de Betsaida, na Galileia, e pediram: — Senhor, queremos ver Jesus.
22 Filippus kwam en zeide het aan Andreas, en Andreas en Filippus kwamen en zeiden het aan Jezus.
22 Filipe foi dizer isso a André, e os dois foram falar com Jesus.
23 Jezus nu antwoordde en zeide tot hen: De ure is gekomen dat de Zoon des menschen de glorie zal ontvangen.
23 Então ele respondeu:
24 Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Als het tarwegraan niet in de aarde valt en sterft, dan blijft het alleen, maar als het sterft dan draagt het veel vrucht!
24 Eu afirmo a vocês que isto é verdade: se um grão de trigo não for jogado na terra e não morrer, ele continuará a ser apenas um grão. Mas, se morrer, dará muito trigo.
25 Die zijn leven bemint zal het verliezen, en die zijn leven haat in deze wereld, die zal het bewaren ten eeuwigen leven.
25 Quem ama a sua vida não terá a vida verdadeira; mas quem não se apega à sua vida, neste mundo, ganhará para sempre a vida verdadeira.
26 Indien iemand Mij dient, die volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn; wanneer iemand Mij dient, de Vader zal hem eeren.
26 Quem quiser me servir siga-me; e, onde eu estiver, ali também estará esse meu
27 Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? — Vader, verlos Mij uit deze ure? — Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen!
27 Jesus continuou:
28 Vader, verheerlijk uw Naam! — Er kwam dan een stem uit den hemel: En Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken!
28 Pai, revela a tua presença Então do céu veio uma voz, que dizia: — Eu já a revelei e a revelarei de novo.
29 De schare dan, die daar stond en het hoorde, zeide dat het een donderslag was geweest; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken!
29 A multidão que estava ali ouviu a voz e dizia que era um trovão. Outros afirmavam que um anjo tinha falado com Jesus.
30 Jezus antwoordde en zeide: Niet om mijnentwil is deze stem geschied, maar om uwentwil!
30 Mas ele disse:
31 Nu is er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.
31 Chegou a hora de este mundo ser julgado, e aquele que manda nele será expulso.
32 En Ik, als Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal allen tot Mij trekken!
32 E, quando eu for levantado da terra, atrairei todas as pessoas para mim.
33 Dit nu zeide Hij, te kennen gevende welken dood Hij zou sterven.
33 Ele dizia isso para indicar de que maneira ia morrer.
34 De schare dan antwoordde Hem: Wij hebben gehoord uit de wet dat de Christus in eeuwigheid blijft; en hoe zegt Gij dan dat de Zoon des menschen moet verhoogd worden? Wie is die Zoon des menschen?
34 A multidão perguntou: — A nossa
35 Jezus dan zeide tot hen: Nog een korten tijd is het licht onder ulieden; wandelt als die het licht hebt, opdat geen duisternis u overvalle; en die wandelt in de duisternis, weet niet waar hij heengaat.
35 Jesus respondeu:
36 Als die het licht hebt; gelooft in het licht, opdat gij kinderen des lichts moogt, worden.
36 Enquanto vocês têm a luz, creiam na luz para que possam viver na luz. Depois que Jesus disse isso, foi embora e se escondeu do povo.
37 Dit sprak Jezus en Hij ging weg en verbergde zich van hen. Hoewel Hij nu zooveel mirakelen gedaan had voor hun oogen, zoo geloofden zij toch niet in Hem;
37 Eles tinham visto Jesus fazer todos esses milagres, mas não criam nele,
38 opdat het woord van Jesaja, den profeet, zou vervuld worden, dat hij gesproken heeft: Heere! wie heeft onze prediking geloofd? en de arm des Heeren, aan wien is hij geopenbaard?
38 para que se cumprisse o que disse o profeta Isaías: “Senhor, quem creu na nossa mensagem? E quem viu que era o Senhor que estava agindo?”
39 Daarom konden zij niet gelooven, want Jesaja zeide wederom:
39 Não podiam crer porque, como disse Isaías:
40 Hij heeft hun de oogen verblind, en het harte verhard, opdat zij niet zouden zien met de oogen en verstaan met het harte, en zich bekeeren en Ik hen geneze.
40 “Deus cegou os olhos deles e fechou a mente deles, para que não vejam, e não entendam, e não se voltem para ele, e sejam curados por ele.”
41 Dit zeide Jesaja omdat hij zijn glorie zag en van Hem sprak.
41 Isaías disse isso porque viu a revelação da natureza divina de Jesus e falou a respeito dele.
42 Nochtans geloofden ook velen van de oversten in Hem, maar om der fariseërs wil beleden zij het niet, om niet uit de synagoge geworpen te worden.
42 No entanto, muitos líderes judeus creram em Jesus, mas não falavam publicamente a favor dele para que os fariseus não os expulsassem da sinagoga .
43 Want zij beminden de glorie der menschen meer dan de glorie Gods.
43 Eles gostavam mais de ser elogiados pelas pessoas do que de ser elogiados por Deus.
44 Jezus nu riep en zeide: Die in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft.
44 Jesus disse bem alto:
45 En die Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft!
45 Quem me vê vê também aquele que me enviou.
46 Ik, het Licht, ben tot de wereld gekomen opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve.
46 Eu vim ao mundo como luz para que quem crê em mim não fique na escuridão.
47 En als iemand mijn woorden hoort en niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordeelen, maar om de wereld te behouden.
47 Se alguém ouvir a minha mensagem e não a praticar, eu não o julgo. Pois eu vim para salvar o mundo e não para julgá-lo.
48 Die Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, die heeft zijn rechter; het woord dat Ik sprak, dat zal hem oordeelen ten laatsten dage.
48 Quem me rejeita e não aceita a minha mensagem já tem quem vai julgá-lo. As palavras que eu tenho dito serão o juiz dessa pessoa no último dia.
49 Want uit Mij zelven heb Ik niet gesproken, maar die Mij gezonden heeft, de Vader zelf, heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken zou;
49 — Eu não tenho falado em meu próprio nome, mas o Pai, que me enviou, é quem me ordena o que devo dizer e anunciar.
50 en Ik weet dat zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zooals de Vader Mij gezegd heeft.
50 E eu sei que o seu mandamento dá a vida eterna. O que eu digo é justamente aquilo que o Pai me mandou dizer.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.