Hebreus 6

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Laat ons dan nalaten te spreken van het beginsel der leer van Christus en laat ons voortgaan tot het volwassene, niet wederom een fundament leggende van de afkeering van doode werken, en van het vertrouwen op God,
1 Pelo que, deixando os princípios da doutrina de Cristo, prossigamos até a perfeição, não lançando de novo o fundamento de arrependimento de obras mortas e de fé em Deus,
2 van de leer der reinigingen, en van handenoplegging en van verrijzenis der dooden, en van een eeuwig oordeel.
2 de doutrina sobre batismos, e de imposição de mãos, e sobre ressurreição de mortos e sobre juízo eterno.
3 En ook dit zullen wij doen als God het toelaat.
3 E isso faremos, se Deus o permitir.
4 Want onmogelijk is het dat zij, die eenmaal zijn verlicht geweest en de hemelsche gave gesmaakt hebben, en deelgenooten des Heiligen Geestes geworden zijn,
4 Porque é impossível que os que uma vez foram iluminados, e provaram o dom celestial, e se fizeram participantes do Espírito Santo,
5 en die het goede woord Gods gesmaakt hebben, en de krachten der toekomende eeuw,
5 e provaram a boa palavra de Deus, e os poderes do mundo que há de vir,
6 en afvallig worden— dat die wederom vernieuwd worden tot boetvaardigheid, omdat zij voor zich zelven den Zone Gods andermaal kruisigen en Hem openlijk schandvlekken.
6 se eles caírem, sejam outra vez renovados para arrependimento; visto que eles de novo crucificam para si mesmo o Filho de Deus, expondo-o em uma vergonha aberta.
7 Want de aarde, die den regen indrinkt die dikwijls op haar komt, en geschikte planten voortbrengt voor degenen voor wie zij bebouwd is, die ontvangt zegen van God.
7 Porque a terra que absorve a chuva que cai sobre ela, e produz erva útil, provê para aqueles que a lavram e recebe a bênção da parte de Deus.
8 Maar als zij distelen en doornen voortbrengt dan is zij verwerpelijk en nabij den vloek; haar einde is tot verbranding.
8 Mas aquela que produz espinhos e abrolhos é rejeitada, e perto está da maldição; e o seu fim é ser queimada.
9 Maar wij zijn van ulieden, beminden, betere dingen wachtende en die tot verlossing leiden, ofschoon wij alzoo spreken.
9 Porém, amados, esperamos coisas melhores de vós, e coisas que acompanham a salvação, embora falemos assim.
10 Want God is niet onrechtvaardig om uw arbeid te vergeten en de liefde die gij getoond hebt jegens zijn Naam, daar gij de heiligen gediend hebt en nog dient.
10 Porque Deus não é injusto para que se esqueça de vossa obra, e do trabalho de amor que para com o seu nome mostrastes, porquanto ministrastes aos santos, e ainda os servis.
11 En wij wenschen dat ieder van u dezelfde naarstigheid betoont tot de volkomenheid der hope tot het einde,
11 E desejamos que cada um de vós mostre o mesmo zelo até a completa certeza da esperança até o fim.
12 opdat gij niet traag wordt, maar navolgers dergenen die door geloof en lankmoedigheid de beloften beërven.
12 Para que não estejais ociosos, mas sejais seguidores dos que pela fé e paciência herdam as promessas.
13 Want toen God aan Abraham de belofte gaf en Hij bij niemand die meerder was zweren kon, heeft Hij gezworen bij zich zelven, zeggende:
13 Porque, quando Deus fez a promessa a Abraão, visto que não havia alguém maior por quem jurar, ele jurou por si mesmo,
14 Waarlijk, zegenende zal Ik u zegenen en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.
14 dizendo: Certamente abençoando eu te abençoarei e multiplicando eu te multiplicarei.
15 En alzoo heeft Abraham geduldig gewacht en de belofte verkregen.
15 E assim, tendo Abraão perseverado pacientemente, obteve a promessa.
16 Want menschen zweren bij den meerdere, en bij alle tegenspraak onder hen is de eed een einde tot bevestiging.
16 Porque os homens verdadeiramente juram pelo maior, e o juramento de confirmação é, para eles, um fim de toda contenda.
17 Daarom is God, die overvloediger aan de erfgenamen der belofte wilde toonen de onveranderlijkheid zijns raads, met een eed daartusschen gekomen,
17 E assim Deus, desejando mostrar mais abundantemente aos herdeiros da promessa a imutabilidade do seu conselho, confirmou-o com juramento;
18 opdat wij door twee onveranderlijke dingen waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een krachtige bemoediging zouden hebben, wij die ontvloden zijn om de voorgestelde hope vast te houden,
18 para que através de duas coisas imutáveis, nas quais é impossível que Deus minta, pudéssemos ter uma poderosa consolação, nós, que procuramos refúgio na esperança colocada diante de nós.
19 die wij als een anker der ziele hebben, zeker en vast, en ingaande tot in het, binnenste des voorhangsels
19 Esperança essa que temos como âncora da alma, segura e firme, e que penetra até o interior do véu;
20 waar Jezus als voorlooper voor ons is ingegaan, die naar de orde van Melchizedek een Hoogepriester geworden is tot in eeuwigheid.
20 onde o precursor entrou por nós, o próprio Jesus, feito sumo sacerdote para sempre, segundo a ordem de Melquisedeque.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.