Hebreus 11

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 Geloof nu is een vast vertrouwen van hetgeen men hoopt, een bewijs der dingen die niet gezien worden.
1 Ora, a fé é a substância das coisas pelas quais esperamos, a evidência das coisas não vistas.
2 In dit geloof toch hebben de Ouden getuigenis ontvangen.
2 Porque por ela os antigos obtiveram um bom testemunho.
3 Door het geloof verstaan wij dat de eeuwen zijn geformeerd door Gods Woord, zoodat hetgeen gezien wordt niet is geworden uit zichtbare dingen.
3 Através da fé entendemos que os mundos foram moldados pela palavra de Deus; de modo que as coisas que são vistas não foram feitas das coisas que aparecem.
4 Door het geloof heeft Abel een betere offerande aan God opgedragen dan Kaïn, waardoor hij bewezen is rechtvaardig te zijn, daar God getuigenis gaf over zijn giften, en daardoor spreekt hij nog, ofschoon hij gestorven is.
4 Pela fé Abel ofereceu a Deus um sacrifício mais excelente do que Caim, pelo qual alcançou testemunho de que ele era justo, testificando Deus sobre os seus dons, e através disso, depois de morto, ainda fala.
5 Door het geloof is Henoch overgebracht om den dool niet te zien, en hij werd niet gevonden omdat God hem had overgebracht. Want vóór zijn overbrenging had hij getuigenis bekomen dat hij Gode welbehagelijk was.
5 Pela fé Enoque foi trasladado para não ver a morte, e não foi achado, porque Deus o trasladara; porque antes de sua trasladação ele tinha testemunho de que agradara a Deus.
6 Doch zonder geloof is het onmogelijk om welbehagelijk te zijn. Want die tot God nadert moet gelooven dat Hij bestaat en een belooner is voor degenen die Hem zoekende zijn.
6 Porém, sem fé é impossível agradar-lhe; porque é necessário que aquele que se aproxima de Deus acredite que ele existe, e que é galardoador daqueles que diligentemente o buscam.
7 Door het geloof heeft Noach die vermaand was aangaande de dingen die nog niet gezien werden, en God vreezende, een ark toebereid tot redding van zijn huisgezin. Door deze heeft hij de wereld veroordeeld en is hij geworden een erfgenaam van de rechtvaardigheid naar het geloof.
7 Pela fé Noé, tendo sido avisado por Deus a respeito das coisas que ainda não se viam, comoveu-se com temor, preparou uma arca para salvação da sua casa, pela qual condenou o mundo, e tornou-se herdeiro da justiça, que é segundo a fé.
8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen was, gehoorzaam geweest om uit te gaan naar een plaats die hij zou ontvangen tot een erfenis, en hij is uitgegaan, niet wetende waar te komen.
8 Pela fé Abraão, quando foi chamado a ir para um lugar que havia de receber posteriormente por herança, obedeceu e saiu, sem saber para onde ia.
9 Door het geloof verbleef hij in het land der belofte als een land van een ander, in tenten wonende met Isaak en Jakob, de medeerfgenamen derzelfde belofte:
9 Pela fé peregrinou na terra da promessa, como em uma terra estranha, habitando em tabernáculos com Isaque e Jacó, os herdeiros com ele da mesma promessa.
10 want hij verwachtte de stad die de fundamenten heeft, wier stichter en bouwmeester God is.
10 Porque procurava por uma cidade que tem fundamentos, da qual o artífice e construtor é Deus.
11 Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht bekomen tot het ontvangen van nakomelingschap toen zij al over den tijd was, omdat zij vertrouwen gesteld heeft in Hem die beloofd had.
11 Pela fé também a própria Sara recebeu vigor para conceber descendência, e deu à luz uma criança quando já de idade avançada; porquanto teve por fiel aquele que havia prometido.
12 Daarom ook zijn van één, en dat van een die als gestorven was, zoovelen geboren als de sterren des hemels in menigte en als het zand dat bij den oever der zee is, dat ontelbaar is.
12 Por isso também de um, e esse já considerado como quase morto, descenderam tantos como as estrelas do céu em multidão, e como a areia inumerável da praia.
13 Naar het geloof zijn deze allen gestorven, de beloftenissen niet bekomen hebbende, maar uit de verte die ziende en begroetende, en belijdende dat zij vreemdelingen en pelgrims waren op de aarde.
13 Todos estes morreram na fé, sem terem recebido as promessas; mas vendo-as de longe, foram persuadidos a respeito delas, e abraçaram-nas, e confessaram que eram estrangeiros e peregrinos na terra.
14 Want die zulke dingen zeggen toonen dat zij naar een vaderland zoeken.
14 Porque aqueles que dizem tais coisas declaram abertamente que procuram por um país.
15 En als zij gedacht hadden aan dat vanwaar zij uitgetrokken waren, dan hadden zij tijd gehad om terug te keer en.
15 E verdadeiramente, se lembrassem daquele país de onde haviam saído, teriam tido a oportunidade de retornar.
16 Maar nu begeeren zij een beter vaderland, dat is een hemelsch. Daarom schaamt God zich niet om hun God genoemd te worden; want Hij heeft voor hen een stad gereedgemaakt.
16 Mas agora eles desejam um país melhor, isto é, um celestial. Por isso também Deus não se envergonha de se chamar seu Deus, porque já lhes preparou uma cidade.
17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Isaak opgeofferd, en zijn eeniggeborene heeft hij opgeofferd die de belofte had ontvangen,
17 Pela fé Abraão, quando foi provado, ofereceu a Isaque, e aquele que recebera as promessas ofereceu o seu unigênito.
18 tot wien gezegd was: in Isaak zal uw nakomelingschap genoemd worden;
18 Dele foi dito: Em Isaque será chamada a tua descendência.
19 bedenkende dat God machtig was zelfs uit de dooden hem op te wekken, vanwaar hij hem dan ook, om zoo te spreken, heeft teruggekregen.
19 Considerando que Deus sendo poderoso para levantá-lo até mesmo dentre os mortos; e então também figuradamente ele o recebeu.
20 Door het geloof heeft Isaak aangaande toekomende dingen Jakob en Esau gezegend.
20 Pela fé Isaque abençoou Jacó e Esaú, concernente às coisas futuras.
21 Door het geloof heeft Jakob stervende ieder der zonen van Jozef gezegend en Hij heeft aangebeden, leunende op den top van zijn staf.
21 Pela fé Jacó, quando estava próximo da morte, abençoou ambos os filhos de José, e adorou, reclinando-se sobre o seu cajado.
22 Door het geloof heeft Jozef, toen zijn einde naderde, melding gemaakt van den uittocht der zonen Israels en bevel gegeven aangaande zijn gebeente.
22 Pela fé José, ao morrer, fez menção da saída dos filhos de Israel, e deu ordem acerca de seus ossos.
23 Door het geloof is Mozes toen hij geboren was drie maanden lang verborgen door zijn ouders, omdat zij zagen dat het kindeken welgevormd was, en zij vreesden het gebod des konings niet.
23 Pela fé Moisés, quando nasceu, foi escondido três meses por seus pais, porque viram que era um menino formoso; e não temeram o mandamento do rei.
24 Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd zoon van Farao’s dochter genoemd te worden,
24 Pela fé Moisés, sendo já crescido, recusou ser chamado filho da filha de Faraó,
25 daar hij liever verkoos mishandeld te worden met Gods volk dan voor een tijd het genot der zonde te hebben,
25 escolhendo antes ser afligido com o povo de Deus, do que por um período desfrutar do gozo do pecado.
26 daar hij den smaad van Christus voor grooter rijkdom hield dan de schatten van Egypte; want hij zag op tot de vergelding des loons.
26 Considerando a desonra de Cristo como riqueza maior do que os tesouros do Egito; porque tinha em vista a recompensa do galardão.
27 Door het geloof verliet hij Egypte, den toorn des konings niet vreezende, want den onzichtbaren hield hij vast alsof hij Mem zag.
27 Pela fé deixou o Egito, não temendo a ira do rei; porque perseverou como que vendo aquele que está invisível.
28 Door het geloof stelde hij het Pascha in en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet treffen zou.
28 Pela fé ele celebrou a páscoa e a aspersão do sangue, a fim de que o destruidor dos primogênitos não lhes tocasse.
29 Door het geloof gingen zij door de Roode Zee, als door een droog land, hetwelk de Egyptenaars ook beproefden en zij verdronken.
29 Pela fé passaram o mar Vermelho como por terra seca; e os egípcios que o mesmo fizeram, afogaram-se.
30 Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat zij zeven dagen lang waren omringd geweest.
30 Pela fé, os muros de Jericó caíram, após serem rodeados durante sete dias.
31 Door het geloof is Rahab de hoere niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verspieders met vrede had ontvangen.
31 Pela fé a prostituta Raabe não pereceu com os incrédulos, porque havia acolhido em paz os espias.
32 En wat zal ik nog zeggen? — Want de tijd zal mij ontbreken als ik zou spreken van Gideon, Barak, Samson, Jeftha, David en Samuël en de profeten,
32 E que mais direi? Porque não haveria tempo para falar de Gideão, e de Baraque, e de Sansão, e de Jefté, e de Davi, e de Samuel e dos profetas:
33 die door het geloof koninkrijken onderwierpen, rechtvaardigheid uitoefenden, beloften verkregen, de muilen van leeuwen stopten,
33 Os quais pela fé subjugaram reinos, praticaram a justiça, obtiveram promessas, fecharam as bocas dos leões,
34 de kracht des vuurs bluschten, de scherpte des zwaards ontvloden, uit zwakheid krachtig werden, sterk werden in den oorlog, legers van vreemden op de vlucht joegen;
34 apagaram a violência do fogo, escaparam do fio da espada, foram feitos fortes na fraqueza, foram valentes em batalha, puseram em fuga os exércitos dos estranhos.
35 vrouwen hebben haar dooden uit een verrijzenis ontvangen, anderen zijn aan tormenten overgegeven, omdat zij de bevrijding niet aannamen, opdat zij een betere verrijzenis mochten verkrijgen;
35 As mulheres receberam os seus mortos trazidos novamente à vida; e outros foram torturados, não aceitando o seu livramento, para que pudessem alcançar uma melhor ressurreição.
36 en anderen ondergingen bespottingen en geeselingen, zelfs nog banden en gevangenis;
36 E outros foram testados com escárnios e açoites cruéis, de fato, e além de cadeias e prisões.
37 zij zijn gesteenigd, in stukken gezaagd, gekweld; zij stierven door het zwaard; zij liepen om in schaapsvellen en geitevellen, van alles beroofd, bedroefd, mishandeld zijnde.
37 Eles foram apedrejados, serrados ao meio, tentados, mortos ao fio da espada; vaguearam sem destino vestidos em peles de ovelhas e de cabras, sendo destituídos, afligidos e atormentados,
38 — De wereld was hen niet waardig. — Zij hebben rondgedoold in woestijnen, en gebergten, en spelonken en holen der aarde.
38 (dos quais o mundo não era digno), eles peregrinaram errantes pelos desertos, e montes, e pelas covas e cavernas da terra.
39 En deze allen, ofschoon zij door het geloofgetuigenis hebben bekomen, hebben niet ontvangen wat beloofd was,
39 E todos estes, tendo obtido um bom testemunho através da fé, não receberam a promessa,
40 omdat God omtrent ons wat beters op het oog had, opdat zij niet zouden volkomen zijn zonder ons.
40 tendo Deus preparado alguma coisa melhor para nós, para que eles sem nós não fossem ser aperfeiçoados.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 11, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.