Hebreus 10

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVI

Sair da comparação
NVI Nova Versão Internacional
1 Want de wet— die een schaduwe heeft van de toekomende goederen, niet het beeld zelf van de dingen— kan nooit, door dezelfde jaarlijksche offeranden die men voortdurend opdraagt, degenen volmaken die ze brengen.
1 A Lei traz apenas uma sombra dos benefícios que hão de vir, e não a realidade dos mesmos. Por isso ela nunca consegue, mediante os mesmos sacrifícios repetidos ano após ano, aperfeiçoar os que se aproximam para adorar.
2 Want zouden zij anders toch niet opgehouden hebben geofferd te worden, om dat de bedienaren, eenmaal gereinigd zijnde, geen konsciëntie van zonden meer zouden gehad hebben?
2 Se pudesse fazê-lo, não deixariam de ser oferecidos? Pois os adoradores, tendo sido purificados uma vez por todas, não mais se sentiriam culpados de seus pecados.
3 Maar in deze offeranden is er elk jaar weer gedachtenis aan de zonden.
3 Contudo, esses sacrifícios são uma recordação anual dos pecados,
4 Onmogelijk toch is het dat bloed van stieren en bokken zonden wegneemt!
4 pois é impossível que o sangue de touros e bodes tire pecados.
5 Daarom, als Hij tot de wereld komt zegt Hij: offeranden en slachtoffers hebt Gij niet gewild, maar voor Mij hebt Gij een lichaam toebereid;
5 Por isso, quando Cristo veio ao mundo, disse: "Sacrifício e oferta não quiseste, mas um corpo me preparaste;
6 ook brandoffers en zondoffers zijn U niet welgevallig geweest.
6 de holocaustos e ofertas pelo pecado não te agradaste".
7 Toen zeide Ik: Zie, Ik kom— aan het hoofd des boeks is van Mij geschreven— om uw wil te doen, o God!
7 Então eu disse: Aqui estou, no livro está escrito a meu respeito; vim para fazer a tua vontade, ó Deus.
8 Nadat Hij eerst zeide: offeranden en slachtoffers en brandoffers en ook zondoffers hebt Gij niet gewild, noch zijn U welgevallig geweest— die volgens de wet opgedragen zijn—
8 Primeiro ele disse: "Sacrifícios, ofertas, holocaustos e ofertas pelo pecado não quiseste, nem deles te agradaste" ( os quais eram feitos conforme a Lei ).
9 dan sprak Hij: zie, Ik kom om uw wil te doen, o God! — Het eerste neemt Hij weg om het tweede vast te stellen.
9 Então acrescentou: "Aqui estou; vim para fazer a tua vontade". Ele cancela o primeiro para estabelecer o segundo.
10 In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eens voor al.
10 Pelo cumprimento dessa vontade fomos santificados, por meio do sacrifício do corpo de Jesus Cristo, oferecido uma vez por todas.
11 En iedere priester stond wel dagelijks te bedienen en dezelfde offeranden dikwijls op te offeren, die toch nooit zonden kunnen wegnemen;
11 Dia após dia, todo sacerdote apresenta-se e exerce os seus deveres religiosos; repetidamente oferece os mesmos sacrifícios, que nunca podem remover os pecados.
12 maar deze, die één offerande voor de zonden opgedragen heeft voor altijd, is gaan zitten aan de rechterhand Gods,
12 Mas quando este sacerdote acabou de oferecer, para sempre, um único sacrifício pelos pecados, assentou-se à direita de Deus.
13 van dan af wachtende totdat zijn vijanden zullen gemaakt zijn tot een voetbank zijner voeten.
13 Daí em diante, ele está esperando até que os seus inimigos sejam colocados como estrado dos seus pés;
14 Want door één offerande heeft Hij volmaakt voor altijd degenen die worden geheiligd.
14 porque, por meio de um único sacrifício, ele aperfeiçoou para sempre os que estão sendo santificados.
15 Doch ook de Heilige Geest getuigt het ons.
15 O Espírito Santo também nos testifica a este respeito. Primeiro ele diz:
16 Want nadat de Heere gezegd heeft: Dit is het verbond dat Ik na die dagen met hen maken zal, zoo spreekt Hij: Ik zal mijn wetten geven in hun harten en op hun gemoed zal ik die schrijven,
16 "Esta é a aliança que farei com eles, depois daqueles dias, diz o Senhor. Porei as minhas leis em seus corações e as escreverei em suas mentes";
17 en aan hun zonden en hun onrechtvaardigheden zal Ik geenszins meer gedenken.
17 e acrescenta: "Dos seus pecados e iniqüidades não me lembrarei mais".
18 Waar nu vergiffenis van deze is daar is geen offerande meer voor de zonde.
18 Onde essas coisas foram perdoadas, não há mais necessidade de sacrifício pelo pecado.
19 Hebbende dan, broeders, vrijmoedigheid tot den ingang in de heilige plaats door het bloed van Jezus,
19 Portanto, irmãos, temos plena confiança para entrar no Santo dos Santos pelo sangue de Jesus,
20 dien Hij voor ons heeft ingewijd, als een nieuwen en levenden weg, door het voorhangsel heen, dat is door zijn vleesch;
20 por um novo e vivo caminho que ele nos abriu por meio do véu, isto é, do seu corpo.
21 en hebbende een grooten Priester over het huis Gods,
21 Temos, pois, um grande sacerdote sobre a casa de Deus.
22 zoo laat ons naderen met een waarachtig hart in volheid des geloofs, de harten gereinigd zijnde van een kwade konsciëntie, en het lichaam gewasschen zijnde met zuiver water.
22 Sendo assim, aproximemo-nos de Deus com um coração sincero e com plena convicção de fé, tendo os corações aspergidos para nos purificar de uma consciência culpada e tendo os nossos corpos lavados com água pura.
23 Laat ons vasthouden de belijdenis der onwankelbare hope; want getrouw is Hij die toegezegd heeft.
23 Apeguemo-nos com firmeza à esperança que professamos, pois aquele que prometeu é fiel.
24 En laat ons op elkander letten tot opscherping van liefde en goede werken;
24 E consideremo-nos uns aos outros para incentivar-nos ao amor e às boas obras.
25 niet verzuimende onze gemeenschappelijke vergadering, zooals het de gewoonte is van sommigen, maar elkander vermanende, en dat des te meer als gij den dag ziet naderen.
25 Não deixemos de reunir-nos como igreja, segundo o costume de alguns, mas encorajemo-nos uns aos outros, ainda mais quando vocês vêem que se aproxima o Dia.
26 Want als wij opzettelijk zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, dan blijft er voor de zonden geen offerande meer,
26 Se continuarmos a pecar deliberadamente depois que recebemos o conhecimento da verdade, já não resta sacrifício pelos pecados,
27 maar een zekere schrikkelijke verwachting des oordeels en hitte des vuurs dat de tegenstanders zal verslinden.
27 mas tão-somente uma terrível expectativa de juízo e de fogo intenso que consumirá os inimigos de Deus.
28 Als iemand de wet van Mozes geschonden had dan stierf hij zonder barmhartigheid op het woord, van twee of drie getuigen;
28 Quem rejeitava a lei de Moisés morria sem misericórdia pelo depoimento de duas ou três testemunhas.
29 hoeveel meerder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God zal hebben vertreden en het bloed des verbonds, waarin hij geheiligd was, een gewone zaak zal geacht hebben, en den Geest der genade zal gesmaad hebben?
29 Quão mais severo castigo, julgam vocês, merece aquele que pisou aos pés o Filho de Deus, que profanou o sangue da aliança pelo qual ele foi santificado, e insultou o Espírito da graça?
30 Want wij kennen Hem die gezegd heeft: Mijne is de wrake; Ik zal vergelden. En wederom; De Heere zal zijn volk oordeelen!
30 Pois conhecemos aquele que disse: "A mim pertence a vingança; eu retribuirei"; e outra vez: "O Senhor julgará o seu povo".
31 Schrikkelijk is het te vallen in de handen des levenden Gods!
31 Terrível coisa é cair nas mãos do Deus vivo!
32 Doch denkt aan de vroegere dagen, waarin gij, verlicht zijnde, een zwaren strijd van smarten hebt doorgestaan,
32 Lembrem-se dos primeiros dias, depois que vocês foram iluminados, quando suportaram muita luta e muito sofrimento.
33 eensdeels ten toon gesteld door smaadheden en verdrukkingen, anderdeels deelgenooten geworden zijnde van hen die alzoo behandeld werden.
33 Algumas vezes vocês foram expostos a insultos e tribulações; em outras ocasiões fizeram-se solidários com os que assim foram tratados.
34 Want ook hebt gij medelijden gehad met de gebondenen, en den roof uwer bezittingen hebt gij met vreugde aangenomen, wetende dat gij voor u zelven hebt een betere en blijvende bezitting.
34 Vocês se compadeceram dos que estavam na prisão e aceitaram alegremente o confisco dos próprios bens, pois sabiam que possuíam bens superiores e permanentes.
35 Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een groote belooning heeft.
35 Por isso, não abram mão da confiança que vocês têm; ela será ricamente recompensada.
36 Want gij hebt volharding noodig, opdat gij, den wil van God doende, de belofte moogt ontvangen.
36 Vocês precisam perseverar, de modo que, quando tiverem feito a vontade de Deus, recebam o que ele prometeu;
37 Want nog weinig, zeer weinig tijd; Hij die komende is zal komen en niet vertragen.
37 pois em breve, muito em breve "Aquele que vem virá, e não demorará.
38 Doch— mijn rechtvaardige zal leven uit geloof, en als hij zich onttrekt dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.
38 Mas o meu justo viverá pela fé. E, se retroceder, não me agradarei dele".
39 Maar wij zijn niet van hen die zich onttrekken ten verderve, maar die gelooven tot behoudenis der ziele.
39 Nós, porém, não somos dos que retrocedem e são destruídos, mas dos que crêem e são salvos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.