Gálatas 5

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs ACF

Sair da comparação
ACF Almeida Corrigida Fiel
1 Door die vrijheid waarmede Christus ons vrijgemaakt heeft. Staat dan vast en laat u niet wederom vangen door het juk der dienstbaarheid!
1 Estai, pois, firmes na liberdade com que Cristo nos libertou, e não torneis a colocar-vos debaixo do jugo da servidão.
2 Ziet, ik Paulus zeg ulieden dat, als gij u laat besnijden, Christus u niets zal baten.
2 Eis que eu, Paulo, vos digo que, se vos deixardes circuncidar, Cristo de nada vos aproveitará.
3 Ja ik betuig wederom aan een ieder mensch die zich laat besnijden, dat hij schuldig is de geheele wet te onderhouden.
3 E de novo protesto a todo o homem, que se deixa circuncidar, que está obrigado a guardar toda a lei.
4 Gij hebt geen deel aan Christus, gij die in de wet wilt gerechtvaardigd worden; van de genade zijt gij vervallen.
4 Separados estais de Cristo, vós os que vos justificais pela lei; da graça tendes caído.
5 Want wij verwachten door den Geest uit het geloof de hope der rechtvaardigheid.
5 Porque nós pelo Espírito da fé aguardamos a esperança da justiça.
6 Want in Christus Jezus geldt geen besnijdenis, noch onbesnedenheid, maar geloof, door liefde werkende.
6 Porque em Jesus Cristo nem a circuncisão nem a incircuncisão tem valor algum; mas sim a fé que opera pelo amor.
7 Gij liept goed! Wie heeft u belet van gehoorzaam te zijn aan de waarheid?
7 Corríeis bem; quem vos impediu, para que não obedeçais à verdade?
8 Deze meening is niet uit Hem die u roept.
8 Esta persuasão não vem daquele que vos chamou.
9 Een weinig zuurdeesem doet den geheelen deegklomp zuur worden.
9 Um pouco de fermento leveda toda a massa.
10 Ik vertrouw van u in den Heere dat gij geen ander gevoelen hebt; maar die u beroert zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.
10 Confio de vós, no Senhor, que nenhuma outra coisa sentireis; mas aquele que vos inquieta, seja ele quem for, sofrerá a condenação.
11 Doch wat mij betreft, broeders, als ik nog de besnijdenis verkondig, wat word ik nog vervolgd? — Dan wordt de aanstootelijkheid van het kruis weggenomen.
11 Eu, porém, irmãos, se prego ainda a circuncisão, por que sou, pois, perseguido? Logo o escândalo da cruz está aniquilado.
12 Ik wou dat zij afgesneden wierden die u ontroeren!
12 Eu quereria que fossem cortados aqueles que vos andam inquietando.
13 Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders! Doch niet tot een vrijheid die een oorzaak is voor het vleesch, maar dient malkander door de liefde.
13 Porque vós, irmãos, fostes chamados à liberdade. Não useis então da liberdade para dar ocasião à carne, mas servi-vos uns aos outros pelo amor.
14 Want de geheele wet wordt in één woord vervuld, in dit: gij zult uw evennaaste beminnen als u zelven.
14 Porque toda a lei se cumpre numa só palavra, nesta: Amarás ao teu próximo como a ti mesmo.
15 Maar als gij malkander bijt en opeet, ziet toe dat gij niet door malkander wordt verslonden!
15 Se vós, porém, vos mordeis e devorais uns aos outros, vede não vos consumais também uns aos outros.
16 Doch ik zeg: wandelt door den Geest en voldoet niet aan de lusten van het vleesch.
16 Digo, porém: Andai em Espírito, e não cumprireis a concupiscência da carne.
17 Want het vleesch is belust tegen den geest, doch de geest tegen het vleesch. Want die strijden tegen malkander, opdat gij niet zoudt doen datgene wat gij wilt.
17 Porque a carne cobiça contra o Espírito, e o Espírito contra a carne; e estes opõem-se um ao outro, para que não façais o que quereis.
18 Doch als gij door den Geest geleid wordt dan zijt gij niet onder de wet.
18 Mas, se sois guiados pelo Espírito, não estais debaixo da lei.
19 De werken des vleesches nu zijn openbaar, te weten: hoererij, onreinheid, ontucht,
19 Porque as obras da carne são manifestas, as quais são: adultério, fornicação, impureza, lascívia,
20 afgoderij, tooverij, vijandigheden, twist, jaloesie, toornigheden, gekijf, verdeeldheden, ketterijen,
20 Idolatria, feitiçaria, inimizades, porfias, emulações, iras, pelejas, dissensões, heresias,
21 nijdigheid, dronkenschap, brasserijen, en dergelijke, waarvan ik u te voren zeg, zooals ik te voren gezegd heb, dat zij die zulke dingen doen Gods koninkrijk niet zullen erven.
21 Invejas, homicídios, bebedices, glutonarias, e coisas semelhantes a estas, acerca das quais vos declaro, como já antes vos disse, que os que cometem tais coisas não herdarão o reino de Deus.
22 Doch de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, matigheid.
22 Mas o fruto do Espírito é: amor, gozo, paz, longanimidade, benignidade, bondade, fé, mansidão, temperança.
23 Tegen dezulken is de wet niet.
23 Contra estas coisas não há lei.
24 Doch die het eigendom van Christus Jezus zijn hebben het vleesch gekruisigd met de driften en de lusten.
24 E os que são de Cristo crucificaram a carne com as suas paixões e concupiscências.
25 Als wij leven door den Geest, laat ons dan ook door den Geest wandelen.
25 Se vivemos em Espírito, andemos também em Espírito.
26 Laat ons niet ijdele eerzoekers zijn, die malkander tergen, malkander benijden.
26 Não sejamos cobiçosos de vanglórias, irritando-nos uns aos outros, invejando-nos uns aos outros.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.