Gálatas 1
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Paulus, een apostel— niet van menschen noch door een mensch, maar door Jezus Christus en God den Vader, die Hem opgewekt heeft uit de dooden
1 Paulo, apóstolo (não de homens, nem por algum homem, mas por Jesus Cristo, e por Deus o Pai, que o ressuscitou dentre os mortos);
2 en al de broeders die met mij zijn, aan de gemeenten van Galatie;
2 e todos os irmãos que estão comigo, às igrejas da Galácia:
3 genade zij ulieden en vrede van God den Vader, en van onzen Heere Jezus Christus,
3 Graça seja a vós e paz da parte de Deus o Pai, e de nosso Senhor Jesus Cristo,
4 die zich zelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige booze eeuw, naar den wil van God, onzen Vader,
4 o qual se deu por nossos pecados, para que pudesse nos livrar do presente mundo maligno, conforme a vontade de Deus e nosso Pai:
5 wien de glorie zij tot in alle eeuwigheid! Amen.
5 A quem seja a glória para sempre e sempre. Amém.
6 Ik ben verwonderd dat gij zóó spoedig van dengene die u geroepen heeft in de genade van Christus, afgetrokken zijt naar een ander evangelie.
6 Admiro-me de que tão breve vos desviastes daquele que vos chamou para a graça de Cristo para um outro evangelho,
7 Niet dat er een ander is. Doch er zijn sommigen die u beroeren en die het Evangelie van Christus willen omkeeren.
7 o qual não é um outro; entretanto, há alguns que vos perturbam, e querem perverter o evangelho de Cristo.
8 Maar ook al zouden wij, of een engel uit den hemel, ulieden een evangelie verkondigen, anders dan wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!
8 Porém, ainda que alguém, nós ou um anjo do céu, vos pregasse algum outro evangelho além do que vos pregamos, que seja ele amaldiçoado.
9 Zooals wij vooraf gezegd hebben, zoo zeg ik nog wederom: als iemand ulieden een evangelie verkondigt, anders dan dat wat gij hebt ontvangen, die zij vervloekt!
9 Como já vo-lo dissemos, digo-vos agora novamente, se algum homem pregar-vos algum outro evangelho além do que recebestes, que ele seja amaldiçoado.
10 Want moet ik de menschen tot vriend houden, of God? Of zoek ik aan menschen te behagen? — Als ik nog aan menschen behagen zou, dan zou ik toch geen dienaar van Christus zijn.
10 Pois, persuado eu agora a homens ou a Deus? Ou procuro agradar a homens? Se estivesse ainda agradando aos homens, não deveria ser servo de Cristo.
11 Doch ik verklaar u, broeders! het Evangelie dat van mij verkondigd is, is niet naar den mensch;
11 Mas asseguro-vos, irmãos, que o evangelho que foi pregado por mim, não é segundo o homem.
12 want ik heb het ook niet van een mensch ontvangen noch geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
12 Porque eu nem o recebi de homem, nem mo ensinaram, porém mediante a revelação de Jesus Cristo.
13 Want gij hebt gehoord van mijn levenswandel, hoe die eertijds was in het jodendom, dat ik bovenmate de gemeente Gods vervolgde en haar verwoestte;
13 Porque ouvistes minhas conversas anteriormente sobre quando eu vivia no judaísmo, como excessivamente eu perseguia a igreja de Deus, e a assolava.
14 en ik stak uit in het jodendom boven velen van mijn leeftijd onder mijn volk, uiterst ijverig zijnde voor mijn vaderlijke inzettingen.
14 Superava na religião judaica a muitos dos meus companheiros na minha própria nação, sendo mais excessivamente zeloso das tradições de meus pais.
15 Maar toen het behaagd heeft aan God— die mij van mijns moeders lichaam afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft
15 Mas quando aprouve a Deus, que me separou desde o ventre de minha mãe, e me chamou pela sua graça,
16 om zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik dien prediken zou onder de volken, toen ben ik terstond bij geen vleesch en bloed te rade gegaan;
16 revelar seu Filho em mim, para que eu o pregasse entre os gentios; imediatamente não consultei carne e sangue,
17 ook ben ik niet opgegaan naar Jerusalem tot degenen die vroeger dan ik apostelen waren, maar ik ben weggegaan naar Arabië, en wederom teruggekeerd naar Damaskus.
17 nem subi a Jerusalém para os que eram apóstolos antes de mim; mas parti para a Arábia, e outra vez retornei a Damasco.
18 Daarna ben ik, drie jaar later, opgegaan naar Jerusalem om Kefas te leeren kennen, en ik bleef vijftien dagen bij hem.
18 Então, depois de três anos, subi a Jerusalém para ver Pedro, e permaneci com ele por quinze dias.
19 Doch een anderen van de apostelen zag ik niet, maar wel Jakobus, den broeder des Heeren.
19 Mas dos outros apóstolos não vi nenhum, exceto Tiago, irmão do Senhor.
20 Wat ik ulieden schrijf, ziet, voor Gods aangezicht, ik lieg niet!
20 Ora, acerca das coisas que vos escrevo, digo perante Deus que não minto.
21 Daarna ben ik gekomen naar de gewesten van Syrië en Cilicië.
21 Depois eu vim para as regiões da Síria e Cilícia.
22 Doch ik was van aangezicht onbekend bij de gemeenten van Judea die in Christus zijn.
22 Era, porém, desconhecido de vista às igrejas da Judeia, que estavam em Cristo.
23 Alleenlijk hadden zij gehoord: hij die ons vroeger vervolgde predikt nu het geloof dat hij vroeger verwoestte.
23 Porém, só ouviram dizer que aquele que nos perseguia no passado prega agora a fé que outrora destruía.
24 En zij gaven in mij de glorie aan God.
24 E glorificavam a Deus por mim.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.