Filipenses 2
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Indien er dan eenige vertroosting is in Christus, indien er eenige verkwikking is der liefde, indien er eenige gemeenschap is des geestes, indien er eenige teederheid en medelijden is,
1 Se há, portanto, qualquer consolo em Cristo, se algum conforto de amor, se alguma comunhão no Espírito, se alguns entranháveis afetos e misericórdias,
2 vervult dan mijn blijdschap hierdoor dat gij hetzelfde gevoelt, dezelfde liefde hebt, van één gemoed, van één gevoelen zijnde;
2 completai a minha alegria, para que sejais de semelhante pensamento, tendo o mesmo amor, sendo de um acordo, de uma mente.
3 niets doende door twist, noch door ijdele eerzucht, maar elkander door nederigheid hooger achtende dan u zelven;
3 Que nada seja feito por contenda ou por vanglória, mas com humildade na mente; cada um considere os outros melhores do que a si mesmo.
4 niet het oog hebbende op eigen voordeel, maar ook op dat van anderen.
4 Não atente cada um para suas próprias coisas, mas cada qual também para as coisas dos outros.
5 Gij moet dit gevoeler in u hebben dat ook in Christus Jezus was;
5 Que haja em vós a mesma mente que houve também em Cristo Jesus:
6 die, in de gestalte Gods zijnde, het geen roof geacht heeft om gelijkte zijn aan God.
6 Que, sendo em forma de Deus, não teve por usurpação ser igual a Deus.
7 Nochtans heeft Hij zich zelven ontledigd, door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, zijnde gelijk geworden aan menschen.
7 Mas fez-se sem reputação, tomando sobre si a forma de um servo, fazendo-se semelhante aos homens.
8 En in gedaante gevonden als een mensch heeft Hij zich zei ven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, den dood des kruises.
8 E, achado na forma de homem, humilhou-se a si mesmo, sendo obediente até a morte, e morte de cruz.
9 Daarom ook heeft God Hem ten hoogste verheven en heeft Hem den Naam geschonken, die hooger is dan alle naam,
9 Pelo que também Deus o exaltou altamente e lhe deu um nome que está acima de todo nome,
10 opdat in den Naam van Jezus alle knie buigen zou van de hemelsche, en aardsche en onderaardsche schepselen,
10 para que ao nome de Jesus se dobre todo joelho das coisas nos céus, e coisas na terra, e coisas debaixo da terra,
11 en opdat alle tong zou uitspreken dat Jezus Christus Heer is, tot glorie van God den Vader.
11 e para que toda língua confesse que Jesus Cristo é o Senhor, para glória de Deus o Pai.
12 Zoo dan, mijn beminden, gelijk gij altijd gehoorzaam zijt geweest, niet alleen in mijn tegenwoordigheid maar nu veel meer in mijn afwezigheid, gij moet met vreeze en beven uw eigen zaligheid uitwerken.
12 Por isso, meus amados, assim como sempre obedecestes, não só na minha presença, mas muito mais agora na minha ausência, trabalhe sua própria salvação com temor e tremor.
13 Want God is het die in u werkt zoowel het willen als het werken, volgens zijn welbehagen.
13 Porque Deus é o que opera em vós tanto o querer como o efetuar, segundo a sua boa vontade.
14 Doet alles zonder murmureeren en twistingen,
14 Fazei todas as coisas sem murmurações nem contendas.
15 opdat gij moogt zijn onberispelijk en onbestraffelijk, kinderen Gods, onbevlekt te midden van een bedorven en verkeerd geslacht, waaronder gij blinkt als fakkels in de wereld,
15 Para que sejais inocentes e inofensivos, filhos de Deus, sem repreensão, no meio de uma nação corrupta e perversa, entre a qual resplandeceis como luzes no mundo.
16 voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tot den dag van Christus, opdat ik niet in het ledige hebbe geloopen, noch in het ledige hebbe gearbeid.
16 Retendo a palavra da vida, para que possa gloriar-me no dia de Cristo, de não ter corrido em vão, nem trabalhado em vão.
17 Ja, al moest ook uw offerande en de bediening van uw geloof met mijn bloed begoten worden, zoo verheug ik mij en verblijd mij met u allen.
17 E, ainda que seja oferecido sobre o sacrifício e serviço da vossa fé, me alegro e regozijo com todos vós.
18 En om ditzelfde verheugt gij u met mij.
18 Por esta mesma causa vós também alegrai-vos e regozijai-vos comigo.
19 En ik hoop in den Heere Jezus Timotheüs spoedig tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn als ik uw zaken zal weten.
19 Mas confio no Senhor Jesus que em breve vos mandarei Timóteo, para que também eu esteja de bom ânimo, sabendo do vosso estado.
20 Want ik heb niemand zoo eensgezind met mij, die met zulk een oprechte genegenheid voor u zal bezorgd zijn.
20 Porque não há nenhum homem como ele, que sinceramente cuide do vosso estado.
21 Want al de anderen zoeken hun eigen voordeel, niet dat van Jezus Christus.
21 Porque todos buscam o que é seu e não as coisas que são de Cristo Jesus.
22 Want gij weet dat Timotheüs het bewijs gegeven heeft om met mij in het Evangelie te dienen, zooals een kind zijn vader dient.
22 Mas também conheceis o caráter dele, e que, como filho ao pai, tem servido comigo no evangelho.
23 Dezen dan hoop ik te zenden zoohaast als ik zal gezien hebben hoe het met mij zal gaan.
23 De modo que espero enviá-lo a vós logo, assim que eu descobrir o que irá acontecer comigo.
24 Doch ik vertrouw in den Heere dat ik ook zelf spoedig zal komen.
24 Mas confio no Senhor que também eu mesmo irei ter convosco em breve.
25 Intusschen heb ik noodig geacht om Epafroditus tot u te zenden, mijn broeder, en medearbeider, en medestrijder, en uw afgezant en bedienaar van mijn nooddruft.
25 Contudo, julguei ser necessário mandar-vos Epafrodito, meu irmão e companheiro de trabalho, companheiro de lutas, e vosso mensageiro, para prover as minhas necessidades.
26 Want deze verlangde zeer naar u allen en was bekommerd, omdat gij gehoord hadt dat hij ziek was.
26 Porquanto ansiava por todos vós, e estava muito angustiado, porque tínheis ouvido que ele estivera doente.
27 Want hij is ook ziek geweest tot nabij den dood. Maar God heeft zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
27 E, de fato, esteve doente e quase à morte, mas Deus teve misericórdia dele e não somente dele, mas também de mim, para que eu não tivesse tristeza sobre tristeza.
28 Daarom heb ik hem te spoediger gezonden opdat gij, hem ziende, wederom zoudt verblijd worden en opdat ik zonder droefheid zou zijn.
28 Portanto, enviei-o a vós com mais cuidado, para que, vendo-o outra vez, vos regozijeis, e para que eu tenha menos tristeza.
29 Ontvangt hem dan in den Heere met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.
29 Recebei-o, pois, no Senhor, com toda a alegria, e tratai-o com grande estima;
30 Want om het werk van Christus was hij nabij den, dood gekomen, zijn leven, wagende, opdat hij zou volkomen maken wat ontbreekt: aan uw bediening jegens mij.
30 porque, pela obra de Cristo, chegou até bem próximo da morte, não fazendo caso da sua vida, para suprir a falta do vosso serviço para comigo.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Filipenses 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.