Efésios 6
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs ACF
ACF Almeida Corrigida Fiel
1 Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in den Heere, want dat is recht.
1 Vós, filhos, sede obedientes a vossos pais no Senhor, porque isto é justo.
2 Eert uw vader en uw moeder— dat is het eerste gebod met een belofte
2 Honra a teu pai e a tua mãe, que é o primeiro mandamento com promessa;
3 opdat het u welga en gij lang moogt leven op de aarde.
3 Para que te vá bem, e vivas muito tempo sobre a terra.
4 En gij vaders, maakt uw kinderen niet toornig, maar voedt ze op in het onderwijs en de vermaning des Heeren.
4 E vós, pais, não provoqueis à ira a vossos filhos, mas criai-os na doutrina e admoestação do Senhor.
5 Gij dienstknechten, gehoorzaamt aan uw heeren naar het vleesch, met vreeze en beving, in eenvoudigheid van uw harte, als aan Christus,
5 Vós, servos, obedecei a vossos senhores segundo a carne, com temor e tremor, na sinceridade de vosso coração, como a Cristo;
6 niet naar oogendienst, als menschenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, die den wille Gods doet van harte,
6 Não servindo à vista, como para agradar aos homens, mas como servos de Cristo, fazendo de coração a vontade de Deus;
7 en met goedwilligheid dient, als den Heere en niet den menschen,
7 Servindo de boa vontade como ao Senhor, e não como aos homens.
8 daar gij weet dat wat een iegelijk goeds zal gedaan hebben, hij dat van den Heere zal weder ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije.
8 Sabendo que cada um receberá do Senhor todo o bem que fizer, seja servo, seja livre.
9 En gij, heeren, doet aan hen hetzelfde en laat het dreigen na, daar gij weet dat zoowel hun als uw Heer in de hemelen is, en dat er geen aanneming des persoons bij Hem is.
9 E vós, senhores, fazei o mesmo para com eles, deixando as ameaças, sabendo também que o Senhor deles e vosso está no céu, e que para com ele não há acepção de pessoas.
10 Ten slotte, mijn broeders! wordt krachtig in den Heere en in de macht zijner sterkte.
10 No demais, irmãos meus, fortalecei-vos no Senhor e na força do seu poder.
11 Doet aan de volle wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de kunstgrepen van den duivel.
11 Revesti-vos de toda a armadura de Deus, para que possais estar firmes contra as astutas ciladas do diabo.
12 Want voor ons is de worsteling niet tegen vleesch en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheerschers dezer duisternis, tegen de geestelijke wezens der boosheid in de hemelsche plaatsen.
12 Porque não temos que lutar contra a carne e o sangue, mas, sim, contra os principados, contra as potestades, contra os príncipes das trevas deste século, contra as hostes espirituais da maldade, nos lugares celestiais.
13 Daarom neemt de volle wapenrusting Gods aan, opdat gij moogt kunnen weerstand bieden in den boozen dag, en tot alles wel bereid zijnde, moogt staande blijven.
13 Portanto, tomai toda a armadura de Deus, para que possais resistir no dia mau e, havendo feito tudo, ficar firmes.
14 Staat dan vast, uw lenden omgord met de waarheid, en het borstwapen der gerechtigheid aangedaan hebbende,
14 Estai, pois, firmes, tendo cingidos os vossos lombos com a verdade, e vestida a couraça da justiça;
15 en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie des vredes,
15 E calçados os pés na preparação do evangelho da paz;
16 bovenal opnemende het schild des geloofs, waarmede gij al de brandende pijlen des boozen zult kunnen uitblusschen;
16 Tomando sobretudo o escudo da fé, com o qual podereis apagar todos os dardos inflamados do maligno.
17 en neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, dat is Gods woord;
17 Tomai também o capacete da salvação, e a espada do Espírito, que é a palavra de Deus;
18 met alle gebed en smeeking biddende ten allen tijd in den geest, en daartoe wakende in alle volharding en smeeking voor al de heiligen,
18 Orando em todo o tempo com toda a oração e súplica no Espírito, e vigiando nisto com toda a perseverança e súplica por todos os santos,
19 en voor mij, opdat mij een woord gegeven worde bij het openen van mijn mond, om in vrijmoedigheid de verborgenheid des Evangelies bekend te maken,
19 E por mim; para que me seja dada, no abrir da minha boca, a palavra com confiança, para fazer notório o mistério do evangelho,
20 waarvoor ik een gezant ben in een keten, opdat ik daarin met vrijmoedigheid handel, zooals ik moet spreken.
20 Pelo qual sou embaixador em cadeias; para que possa falar dele livremente, como me convém falar.
21 Opdat nu ook gij moogt weten mijn omstandigheden, hoe het mij gaat, zal Tychikus, de beminde broeder en getrouwe dienaar in den Heere u alles bekendmaken,
21 Ora, para que vós também possais saber dos meus negócios, e o que eu faço, Tíquico, irmão amado, e fiel ministro do Senhor, vos informará de tudo.
22 dien ik juist daarom tot u gezonden heb, opdat gij zoudt weten onze omstandigheden en hij uw harten zou vertroosten.
22 O qual vos enviei para o mesmo fim, para que saibais do nosso estado, e ele console os vossos corações.
23 Vrede den broederen en liefde met geloof, van God den Vader en den Heere Jezus Christus!
23 Paz seja com os irmãos, e amor com fé da parte de Deus Pai e da do Senhor Jesus Cristo.
24 De genade met allen die onzen Heere Jezus Christus in onvergankelijkheid beminnen!
24 A graça seja com todos os que amam a nosso Senhor Jesus Cristo em sinceridade. Amém.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Efésios 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.