Atos 11
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NAA
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 De Apostelen nu en de broeders die in Judea waren, hoorden dat ook de heidenen het woord Gods hadden aangenomen.
1 Chegou ao conhecimento dos apóstolos e dos irmãos que estavam na Judeia que também os gentios haviam recebido a palavra de Deus.
2 Maar toen Petrus te Jerusalem was gekomen twistten zij, die uit de besnijdenis waren, met hem,
2 Quando Pedro voltou para Jerusalém, os que eram da circuncisão começaram a questioná-lo, dizendo:
3 en zeiden: Gij zijt ingegaan tot onbesnedenen en hebt met hen gegeten!
3 — Você entrou na casa de homens incircuncisos e comeu com eles.
4 Maar Petrus begon het hun achtereenvolgens te verklaren en zeide:
4 Então Pedro passou a fazer-lhes uma exposição por ordem, dizendo:
5 Ik was in de stad Joppe, biddende; en ik zag in een geestverrukking een visioen: er daalde een groot linnen laken, aan de vier hoeken nedergelaten, uit den hemel en het kwam tot bij mij;
5 — Eu estava na cidade de Jope orando e, num êxtase, tive uma visão em que observei descer um objeto como se fosse um grande lençol baixado do céu pelas quatro pontas e vindo até perto de mim.
6 en ik keek daar nauwkeurig op en ik zag de viervoetige dieren der aarde, en de wilde– en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels;
6 E, olhando atentamente para dentro daquilo, vi quadrúpedes da terra, feras, répteis e aves do céu.
7 en ik hoorde ook een stem tot mij zeggen: Sta op, Petrus, slacht en eet!
7 Ouvi também uma voz que me dizia: “Levante-se, Pedro! Mate e coma.”
8 maar ik zeide: Volstrekt niet Heere! want iets onheiligs of onreins is nooit in mijn mond gegaan!
8 Ao que eu respondi: “De modo nenhum, Senhor; porque em minha boca nunca entrou nada que fosse impuro ou imundo.”
9 doch de stem antwoordde ten tweeden male uit den hemel: Wat God gereinigd heeft is voor u niet onheilig!
9 Pela segunda vez, a voz do céu falou: “Não considere impuro aquilo que Deus purificou.”
10 dit geschiedde dan tot driemaal toe en alles werd weder opgenomen naar den hemel.
10 Isso se repetiu três vezes, e, de novo, tudo foi recolhido para o céu.
11 En ziet, op hetzelfde oogenblik stonden er drie mannen voor het huis waar ik was, van Cesarea tot mij gezonden;
11 E eis que, na mesma hora, pararam diante da casa em que estávamos três homens enviados de Cesareia para se encontrar comigo.
12 en de Geest zeide mij zonder bedenken met hen te gaan. En met mij gingen ook deze zes broederen, en wij kwamen in des mans huis.
12 Então o Espírito me disse que eu fosse com eles, sem hesitar. Foram comigo também estes seis irmãos; e entramos na casa daquele homem.
13 En hij verhaalde ons hoe hij den engel in zijn huis had zien staan, die zeide: Zend naar Joppe en ontbied Simon, bijgenaamd Petrus,
13 E ele nos contou como tinha visto na casa dele um anjo, em pé, que lhe disse: “Envie alguém a Jope e mande chamar Simão, que também é chamado de Pedro,
14 die zal woorden tot u spreken, waardoor gij en uw geheele huis zult behouden worden!
14 o qual lhe dirá palavras mediante as quais você e toda a sua casa serão salvos.”
15 En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, zooals ook op ons in den beginne.
15 — Quando comecei a falar, o Espírito Santo caiu sobre eles, como também sobre nós, no princípio.
16 Toen werd ik indachtig aan het woord des Heeren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gij zult worden gedoopt met den Heiligen Geest.
16 Então me lembrei da palavra do Senhor, quando disse: “João, na verdade, batizou com água, mas vocês serão batizados com o Espírito Santo.”
17 Indien God dan gelijke gifte aan hen heeft gegeven gelijk als aan ons, die in den Heere Jezus Christus hebben geloofd— wie was ik toch die God zou kunnen verhinderen?
17 Pois, se Deus deu a eles o mesmo dom que tinha dado a nós quando cremos no Senhor Jesus, quem era eu para que pudesse resistir a Deus?
18 Toen zij nu dit gehoord hadden, berustten zij erin, en gaven God de glorie, zeggende: Zoo heeft God dan ook aan de heidenen de boetvaardigheid ten leven gegeven!
18 Quando os demais ouviram isso, acalmaram-se e glorificaram a Deus, dizendo: — Então também aos gentios Deus concedeu o arrependimento para a vida!
19 Zij nu die verstrooid waren, door de verdrukking die over Stefanus was geschied, trokken door tot Fenicië, en Cyprus, en Antiochië, tot niemand het woord sprekende dan alleen tot de Joden.
19 Os que foram dispersos a partir da perseguição que começou com a morte de Estêvão se espalharam até a Fenícia, Chipre e Antioquia, não anunciando a palavra a ninguém que não fosse judeu.
20 Doch er waren onder hen eenige mannen van Cyprus en Cyrene, die naar Antiochië kwamen en ook tot de Grieken spraken, verkondigende den Heere Jezus.
20 Alguns deles, porém, que eram de Chipre e de Cirene e que foram até Antioquia, falavam também aos gregos, anunciando-lhes o evangelho do Senhor Jesus.
21 En de hand des Heeren was met hen, en een groot getal geloofde en bekeerde zich tot den Heere.
21 A mão do Senhor estava com eles, e muitos, crendo, se converteram ao Senhor.
22 En het gerucht van hen kwam ter ooren van de gemeente die te Jerusalem was; en zij zonden Barnabas uit, tot naar Antiochië toe.
22 A notícia a respeito deles chegou aos ouvidos da igreja que estava em Jerusalém; e enviaram Barnabé até Antioquia.
23 Deze nu, aldaar gekomen zijnde en de genade Gods ziende, verheugde zich en vermaande allen om met een hartelijk voornemen bij den Heere te blijven.
23 Quando ele chegou e viu a graça de Deus, ficou muito alegre. E exortava todos a que, com firmeza de coração, permanecessem no Senhor.
24 Want hij was een goed man en vol des Heiligen Geestes en des geloofs. En een groote menigte werd den Heere toegevoegd.
24 Porque era homem bom, cheio do Espírito Santo e de fé. E muita gente se uniu ao Senhor.
25 En Barnabas ging naar Tarsus om Saulus op te zoeken; en hij vond en geleidde hem naar Antiochië.
25 Depois Barnabé foi a Tarso à procura de Saulo.
26 En het gebeurde hun dat zij zelfs een geheel jaar samen waren in de gemeente en een groote schare onderwezen, en dat de discipelen te Antiochië het eerst christenen werden genoemd.
26 E, quando o encontrou, levou-o para Antioquia. E, durante um ano inteiro, se reuniram naquela igreja e ensinaram numerosa multidão. Em Antioquia, os discípulos foram, pela primeira vez, chamados de cristãos.
27 In die dagen nu kwamen er profeten van Jerusalem naar Antiochië.
27 Naqueles dias, alguns profetas foram de Jerusalém para Antioquia.
28 En een van hen, Agabus genaamd, stond op en gaf door den Geest te kennen dat er een groote hongersnood zou komen over de geheele aarde; die ook gekomen is onder Klaudius.
28 E, apresentando-se um deles, chamado Ágabo, dava a entender, pelo Espírito, que haveria uma grande fome em todo o mundo. Essa fome veio nos dias do imperador Cláudio.
29 En de discipelen besloten dat ieder, naar zijn vermogen, onderstand zou zenden aan de broederen die in Judea woonden.
29 Os discípulos, cada um conforme as suas posses, resolveram mandar uma ajuda aos irmãos que moravam na Judeia.
30 En dit deden zij ook en zonden het naar de oudsten te Jerusalem door de hand van Barnabas en Saulus.
30 E eles o fizeram, enviando essa ajuda aos presbíteros por meio de Barnabé e Saulo.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 11, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.