Atos 10
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVT
NVT Nova Versão Transformadora
1 Te Cesarea was een zeker man, Kornelius genaamd, een hoofdman uit den troep, die de Italiaansche werd genaamd;
1 Morava em Cesareia um oficial do exército romano chamado Cornélio, capitão do Regimento Italiano.
2 godvruchtig en vreezende God met geheel zijn huis; en hij gaf veel aalmoezen aan het volk en bad voortdurend tot God.
2 Era um homem devoto e temente a Deus, como era também toda a sua família. Dava aos pobres esmolas generosas e sempre orava ao Senhor.
3 En hij zag duidelijk in een visioen, omtrent de negende ure van den dag, een engel Gods, die tot hem inkwam en tot hem zeide: Kornelius!
3 Certa tarde, por volta das três horas, teve uma visão na qual viu um anjo de Deus vir em sua direção e dizer: “Cornélio!”.
4 En hij zag hem bevreesd aan en zeide: Wat is er, Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en aalmoezen zijn tot gedachtenis opgeklommen voor Gods aangezicht;
4 Temeroso, Cornélio olhou fixamente para o anjo e perguntou: “Que é, senhor?”. E o anjo respondeu: “Suas orações e esmolas subiram até Deus, e ele as guarda na memória.
5 en nu, zend mannen naar Joppe en ontbied zekeren Simon, wiens bijnaam Petrus is;
5 Agora, envie alguns homens a Jope e mande buscar Simão, também chamado Pedro.
6 deze is geherbergd bij zekeren Simon, een leerlooier, wiens huis bij de zee is; deze zal u zeggen wat gij doen moet.
6 Ele está hospedado com Simão, um homem que trabalha com couro e mora à beira do mar”.
7 Toen nu de engel, die tot Kornelius gesproken had, weggegaan was, riep hij twee zijner huisknechten en een godvruchtigen krijgsknecht, die steeds bij hem waren,
7 Assim que o anjo foi embora, Cornélio chamou dois servos de sua casa e um soldado devoto de seu grupo de auxiliares.
8 en hun alles verhaald hebbende, zond hij hen naar Joppe.
8 Ele lhes contou o que havia acontecido e os enviou a Jope.
9 Den volgenden dag nu, terwijl dezen op weg waren en de stad naderden, klom Petrus op het dak om te bidden, omtrent de zesde ure.
9 No dia seguinte, quando os mensageiros de Cornélio se aproximavam da cidade, Pedro subiu ao terraço para orar. Era cerca de meio-dia,
10 En hij kreeg honger en wilde wat eten. Maar terwijl zij het voor hem toebereidden, kwam er een geestverrukking over hem.
10 e ele estava com fome. Enquanto a refeição era preparada, entrou num êxtase.
11 En hij zag den hemel open en iets nederdalen als een groot linnen laken, dat bij vier hoeken werd nedergelaten op de aarde,
11 Viu o céu aberto e algo semelhante a um grande lençol ser baixado por suas quatro pontas.
12 waarin allerlei viervoetige– en wilde– en kruipende dieren der aarde waren, en vogelen des hemels.
12 No lençol havia toda espécie de animais, répteis e aves.
13 En er kwam een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet!
13 Então uma voz lhe disse: “Levante-se, Pedro; mate e coma”.
14 Maar Petrus zeide: Volstrekt niet, Heere, want nooit heb ik gegeten iets wat onheilig of onrein was!
14 “De modo nenhum, Senhor!”, respondeu Pedro. “Jamais comi coisa alguma que fosse considerada impura e imprópria.”
15 En wederom ten tweeden male kwam een stem tot hem: Wat God heeft gereinigd is voor u niet onheilig!
15 Mas a voz falou novamente: “Não chame de impuro o que Deus purificou”.
16 Dit geschiedde dan tot driemaal toe, en terstond werd het laken opgenomen naar den hemel.
16 A mesma visão se repetiu três vezes. Então, subitamente, o lençol foi recolhido ao céu.
17 Toen nu Petrus in zich zelven verlegen was, wat toch het visioen, dat hij gezien had, zijn mocht, ziet, de mannen die door Kornelius afgezonden waren, en naar het huis van Simon gevraagd hadden, stonden aan de poort;
17 Pedro ficou perplexo, pensando em qual seria o significado da visão. Nesse momento, os homens que Cornélio tinha enviado encontraram a casa de Simão. Eles se aproximaram do portão
18 en zij riepen en vroegen, of Simon, bijgenaamd Petrus, daar geherbergd was?
18 e perguntaram se estava hospedado ali Simão, também chamado Pedro.
19 Terwijl nu Petrus op dit visioen peinsde, zeide de Geest tot hem: Zie, drie mannen zoeken u!
19 Enquanto Pedro ainda refletia sobre a visão, o Espírito lhe disse: “Três homens vieram procurá-lo.
20 maar sta op en ga naar beneden, en ga zonder bedenken met hen, want Ik heb hen gezonden!
20 Levante-se, desça e vá encontrar-se com eles. Não hesite em acompanhá-los, pois eu os enviei”.
21 En Petrus ging naar beneden en zeide tot de mannen: Ziet, ik ben het dien gij zoekt; wat is de reden dat gij hier zijt?
21 Pedro desceu e disse aos homens: “Eu sou quem vocês procuram. Por que vieram?”.
22 En zij zeiden: Kornelius, een hoofdman, een rechtvaardig en godvruchtig man, en die getuigenis heeft van het geheele volk der Joden, is door een heiligen engel van Gods wege vermaand om u naar zijn huis te ontbieden en van u woorden te hooren. En Petrus leidde hen binnen en herbergde hen.
22 Eles responderam: “Cornélio, um oficial romano, nos enviou. Ele é um homem devoto e temente a Deus, respeitado por todos os judeus. Um santo anjo o instruiu a chamar o senhor à casa dele para que ele ouça sua mensagem”.
23 Den volgenden dag nu stond Petrus op en ging met hen; en sommigen der broederen van Joppe gingen met hem.
23 Então Pedro convidou os homens para se hospedarem ali aquela noite. No dia seguinte, foi com eles, acompanhado de alguns irmãos de Jope.
24 En des anderen daags kwamen zij te Cesarea. En Kornelius was hen wachtende, en had zijn familie en naaste vrienden samengeroepen.
24 Chegaram a Cesareia no dia seguinte. Cornélio os esperava e havia reunido seus parentes e amigos íntimos.
25 En het geschiedde, toen Petrus binnenkwam, dat Kornelius hem te gemoet ging en aan zijn voeten vallende aanbad hij.
25 Quando Pedro chegou à casa, Cornélio veio ao seu encontro e prostrou-se diante dele, adorando-o.
26 Maar Petrus richtte hem op en zeide: Sta op, ik zelf ben ook een mensch!
26 Mas Pedro o levantou e disse: “Fique de pé! Eu sou apenas um homem como você”.
27 En al sprekende met hem ging hij binnen en vond er velen vergaderd.
27 Os dois conversaram e depois entraram na casa, onde muitos outros estavam reunidos.
28 En hij zeide tot hen: Gijlieden weet dat het een joodsch man niet geoorloofd is zich te voegen of te gaan bij een vreemdeling; doch mij heeft God getoond geen mensch onheilig of onrein te houden.
28 Pedro lhes disse: “Vocês sabem que nossas leis proíbem que um judeu entre num lar gentio como este ou se associe com os gentios. No entanto, Deus me mostrou que não devo mais considerar ninguém impuro ou impróprio.
29 Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen toen ik ontboden was. Ik vraag dan: Waarom hebt gij mij ontboden?
29 Por isso, vim assim que fui chamado, sem levantar objeções. Agora digam por que vocês mandaram me buscar”.
30 En Kornelius zeide: Vier dagen geleden was ik vastende tot op deze ure, en ter negender ure bad ik in mijn huis; en ziet, een man stond voor mij in een glinsterend kleed,
30 Cornélio respondeu: “Quatro dias atrás, eu estava orando em casa por volta deste mesmo horário, às três da tarde. De repente, um homem vestido com roupas resplandecentes apareceu diante de mim.
31 en zeide: Kornelius, uw gebed is verhoord en uw aalmoezen zijn gedacht voor Gods aangezicht;
31 Ele me disse: ‘Cornélio, Deus ouviu sua oração e se lembrou de suas esmolas.
32 zend dan naar Joppe en ontbied Simon, die Petrus bijgenaamd wordt; die is geherbergd in het huis van Simon, een leerlooier, bij de zee; die zal komen en tot u spreken.
32 Agora, envie mensageiros a Jope e mande buscar Simão, também chamado Pedro. Ele está hospedado na casa de Simão, um homem que trabalha com couro e mora à beira do mar’.
33 Ik heb dan terstond tot u gezonden, en gij hebt goed gedaan van te komen. Nu zijn wij dan allen hier voor Gods aangezicht om alles te hooren wat u door God bevolen is.
33 Assim, mandei buscá-lo de imediato, e foi bom que tenha vindo. Agora estamos todos aqui, esperando diante de Deus para ouvir a mensagem que o Senhor mandou que você nos trouxesse”.
34 En Petrus opende den mond en zeide: Waarlijk, ik bemerk dat God geen aannemer des persoons is,
34 Então Pedro respondeu: “Vejo claramente que Deus não mostra nenhum favoritismo.
35 maar dat onder ieder volk Hem aangenaam is degene die Hem vreest en rechtvaardigheid doet!
35 Em todas as nações ele aceita aqueles que o temem e fazem o que é certo.
36 Dit is het woord dat Hij den kinderen Israëls heeft gezonden, verkondigende vrede door Jezus Christus; deze is een Heere van allen.
36 Esta é a mensagem de boas-novas para o povo de Israel: Há paz com Deus por meio de Jesus Cristo, que é Senhor de todos.
37 Gij weet de zaak die door geheel Judea geschied is, begonnen van Galilea, na den doop dien Johannes heeft gepredikt;
37 Vocês sabem o que aconteceu em toda a Judeia, começando na Galileia, depois do batismo que João proclamou.
38 hoe God Jezus van Nazaret heeft gezalfd met den Heiligen Geest en kracht; die goeddoende rondtrok, en genezende allen die door den duivel overheerscht waren; want God was met Hem.
38 Sabem também que Deus ungiu Jesus de Nazaré com o Espírito Santo e com poder. Então Jesus foi por toda parte fazendo o bem e curando todos os oprimidos pelo diabo, porque Deus estava com ele.
39 En wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, zoowel in het land der Joden als te Jerusalem; dien zij ook aan een hout gehangen en omgebracht hebben.
39 “E nós somos testemunhas de tudo que ele fez em toda a Judeia e em Jerusalém, onde o mataram. Penduraram-no numa cruz,
40 Dezen heeft God op den derden dag opgewekt en openlijk doen verschijnen,
40 mas Deus o ressuscitou no terceiro dia e permitiu que ele fosse visto,
41 niet aan het geheele volk, maar aan ons, de getuigen, door God te voren verkozen, die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat. Hij was verrezen uit de dooden.
41 não por todo o povo, mas por nós que fomos escolhidos por Deus de antemão para sermos suas testemunhas. Nós fomos os que comemos e bebemos com ele depois que ele ressuscitou dos mortos.
42 En Hij heeft ons geboden den volke te prediken en te betuigen dat Hij het is die door God is verordend tot een Rechter van levenden en dooden.
42 E ele nos mandou anunciar sua mensagem em toda parte e testemunhar que Deus o designou juiz dos vivos e dos mortos.
43 Aan dezen geven al de profeten getuigenis, dat door zijn Naam vergiffenis van zonden ontvangt een ieder die in Hem gelooft.
43 É a respeito dele que todos os profetas dão testemunho, dizendo que todo o que nele crer receberá o perdão de seus pecados por meio de seu nome”.
44 Terwijl Petrus nog deze woorden sprak, Adel de Heilige Geest op allen die het woord hoorden.
44 Enquanto Pedro ainda falava, o Espírito Santo desceu sobre todos que ouviam a mensagem.
45 En de geloovigen uit de besnijdenis, zoovelen als er met Petrus medegekomen waren, stonden verbaasd, dat ook op de heidenen de gave des Heiligen Geestes was uitgestort.
45 Os discípulos judeus que acompanhavam Pedro ficaram admirados de que o dom do Espírito Santo também fosse derramado sobre os gentios,
46 Want zij hoorden hen met tongen spreken en God grootmaken.
46 pois os ouviram falar em outras línguas e louvar a Deus. Pedro perguntou:
47 Toen antwoordde Petrus: Kan iemand wel het water weigeren, dat dezen niet zouden gedoopt worden, die toch den Heiligen Geest hebben ontvangen zooals ook wij?
47 “Pode alguém se opor a que eles sejam batizados agora que, como nós, também receberam o Espírito Santo?”.
48 En hij gebood dat zij in den Naam van den Heere Jezus Christus zouden gedoopt worden. Toen verzochten zij hem eenige dagen te blijven.
48 Então ordenou que fossem batizados em nome de Jesus Cristo. Depois, pediram que Pedro ficasse com eles alguns dias.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.