Apocalipse 9

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 En de vijfde engel heeft getrompet; en ik zag een ster uit den hemel gevallen naar de aarde, en aan haar werd de sleutel gegeven van den put des afgronds.
1 E o quinto anjo soou, e eu vi uma estrela cair do céu sobre a terra; e foi-lhe dada a chave do abismo sem fundo.
2 En zij deed den put des afgronds open; en er kwam rook op uit den afgrond, als rook van een grooten oven, en de zon en de lucht werden verduisterd door den rook des afgronds.
2 E ele abriu o abismo sem fundo, e dele subiu uma fumaça, como a fumaça de uma grande fornalha; e o sol e o ar se escureceram por causa da fumaça do abismo.
3 En uit den rook kwamen sprinkhanen naar de aarde, en aan dezen werd macht gegeven, zooals de schorpioenen der aarde macht hebben.
3 E da fumaça saíram locustas sobre a terra; e foi-lhes dado poder, como o poder dos escorpiões da terra.
4 En aan hen werd gezegd dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch eenig groen, noch eenigen boom, maar wel de menschen die niet het zegel van God op hun voorhoofden hebben.
4 E foi-lhes ordenado que não ferissem a grama da terra, nem nenhuma coisa verde, nem a nenhuma árvore, mas só aos homens que não têm o selo de Deus em suas testas.
5 En aan hen werd de macht gegeven, niet om die te dooden maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang; en hun pijniging was als de pijniging van een schorpioen, als hij een mensch steekt.
5 E foi-lhes designado que não os matassem, mas que os atormentassem por cinco meses; e o seu tormento era como o tormento do escorpião, quando fere o homem.
6 En in die dagen zullen de menschen den dood zoeken en zullen dien niet vinden, en zij zullen begeeren te sterven en de dood zal van hen vluchten.
6 E naqueles dias os homens buscarão a morte, e não a encontrarão; e desejarão morrer, e a morte fugirá deles.
7 En de gedaante der sprinkhanen was gelijk aan paarden die toegerust zijn tot den oorlog, en op hun hoofden waren als kroonen gelijk van goud, en hun aangezichten waren als aangezichten van menschen;
7 E o aspecto das locustas era semelhante a de cavalos preparados para a batalha; e sobre suas cabeças havia como se fossem coroas semelhantes ao ouro, e as suas faces eram como a faces de homens.
8 en zij hadden haren als haren van vrouwen, en hun tanden waren als van leeuwen;
8 E eles tinham cabelos como cabelos de mulheres, e seus dentes eram como os dentes dos leões.
9 en zij hadden harnassen als harnassen van ijzer, en het gedruisch hunner vleugelen was als een gedruisch van wagenen, van vele paarden die naar den oorlog loopen;
9 E eles tinham couraças como se fossem couraças de ferro; e o som de suas asas era como o som de carruagens de muitos cavalos correndo para a batalha.
10 en zij hadden staarten gelijk aan schorpioenen en angels, en in hun staarten is hun macht om de menschen te beschadigen, vijf maanden.
10 E eles tinham caudas semelhantes às dos escorpiões, e havia ferrões em suas caudas; e o seu poder era para ferir os homens por cinco meses.
11 Zij hadden tot hun koning den engel des afgronds, wiens naam in het Hebreeuwsch is Abaddon, en in het Grieksch is zijn naam Apollyon.
11 E eles tinham um rei sobre eles, que é o anjo do abismo sem fundo, cujo nome na língua hebraica é Abadom, mas na língua grega seu nome é Apoliom.
12 Het eene wee is voorbij; ziet, er komen nog twee weeën na dezen!
12 Um ai já se passou; e eis que dois outros ais vêm a seguir.
13 En de zesde engel heeft getrompet; en ik hoorde een stem uit de vier hoornen van den gouden altaar die voor Gods aangezicht is,
13 E o sexto anjo soou, e ouvi uma voz que vinha dos quatro chifres do altar de ouro que está diante de Deus,
14 zeggende tot den zesden engel, die de trompet hield: maak de vier engelen los, die gebonden zijn bij de groote rivier den Eufraat!
14 dizendo ao sexto anjo que tinha a trombeta: Solta os quatro anjos que estão presos no grande rio Eufrates.
15 En de vier engelen werden losgemaakt, die gereed waren tegen de ure en den dag en de maand en het jaar, opdat zij het derde deel der menschen zouden dooden.
15 E foram soltos os quatro anjos que estavam preparados para a hora, e o dia, e o mês, e o ano, para matarem a terça parte dos homens.
16 En het getal dergenen die te paard streden was tweemaal tienduizendmaal tienduizenden. Ik hoorde hun getal.
16 E o número do exército dos cavaleiros era de duzentos milhões; e ouvi o número deles.
17 En aldus zag ik de paarden in het visioen, en degenen die daarop zaten, die vurige, en hemelsblauwe, en sulferkleurige harnassen hadden; en de koppen der paarden waren als koppen van leeuwen, en uit hun monden gingen vuur en rook en sulfer.
17 E então eu vi os cavalos na visão, e os que estavam sentados neles tinham couraças de fogo, e de jacinto, e de enxofre; e as cabeças dos cavalos eram como as cabeças dos leões, e de suas bocas saíam fogo, e fumaça, e enxofre.
18 Van deze drie plagen werd het derde deel der menschen gedood, door het vuur, en den rook en het sulfer, die uit hun bekken gingen.
18 Por meio destes três foi morta a terça parte dos homens, pelo fogo, pela fumaça, e pelo enxofre que saíam de suas bocas.
19 Want de macht der paarden is in hun mond en in hun staarten. Want hun staarten zijn gelijk aan slangen, en hebben koppen, en daarmede beschadigen zij.
19 Porque o poder deles está em sua boca e em suas caudas; porque as suas caudas eram semelhantes as serpentes, e tinham cabeças e com elas ferem.
20 En de overigen van de menschen, die niet gedood waren in deze plagen, hebben geen boetvaardigheid gedaan over de werken hunner handen, opdat zij niet zouden nederbuigen voor de booze geesten, en de afgoden van goud en van zilver en van koper en van steen en van hout, die noch zien kunnen, noch hooren, noch gaan.
20 E o resto dos homens, os que não foram mortos por estas pragas, não se arrependeram das obras de suas mãos; não deixaram de adorar os demônios, e os ídolos de ouro, e de prata, e de bronze, e de pedra, e de madeira; os quais não podem ver, nem ouvir, nem andar.
21 En zij hebben geen boetvaardigheid gedaan over hun doodslagen, noch over hun tooverijen, noch over hun hoererijen, noch over hun diefstallen.
21 Nem se arrependeram de seus assassinatos, nem de suas feitiçarias, nem de sua fornicação, nem de seus roubos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 9, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.