Apocalipse 5

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 En ik zag aan de rechterhand van dengene die op den troon zat een boek, beschreven van binnen en van achter, verzegeld met zeven zegels.
1 E eu vi na destra do que estava assentado no trono um livro escrito por dentro e por fora, selado com sete selos.
2 En ik zag een sterken engel, die uitriep met een groote stem: wie is er waardig om dit boek open te doen en zijn zegelen los te maken?
2 E eu vi um forte anjo proclamando em alta voz: Quem é digno de abrir o livro e romper os seus selos?
3 En niemand, in den hemel, of op de aarde, of onder de aarde, kon het boek opendoen of het inzien.
3 E nenhum homem no céu, nem na terra, nem debaixo da terra, era capaz de abrir o livro, nem de olhar para ele.
4 En ik weende zeer, omdat niemand waardig bevonden was om het boek open te doen of het in te zien.
4 E eu chorei muito, porque nenhum homem foi achado digno de abrir e ler o livro, nem de olhar para ele.
5 En een uit de ouderlingen zeide tot mij: ween niet! zie, de Leeuw die uit den stam van Juda is, de Spruite Davids, heeft overwonnen, om het boek open te doen en zijn zeven zegelen.
5 E um dos anciãos me disse: Não chores; eis que o Leão da tribo de Judá, a Raiz de Davi, prevaleceu para abrir o livro e romper os seus sete selos.
6 En ik zag in het midden des troons en der vier levende wezens, en in het midden der ouderlingen, een Lam staan als geslacht, dat zeven hoornen had en zeven oogen; deze zijn de zeven Geesten Gods, die zijn uitgezonden tot de geheele aarde.
6 E eu olhei, e eis que estava no meio do trono e dos quatro animais, e no meio dos anciãos um Cordeiro em pé, como se tivesse sido morto; tendo sete chifres e sete olhos, que são os sete Espíritos de Deus enviados a toda a terra.
7 En het kwam en nam het boek uit de rechterhand van Hem die op den troon zat.
7 E ele veio e tomou o livro da destra do que estava assentado no trono.
8 En als het dat boek genomen had, vielen de vier levende wezens en de vier en twintig ouderlingen voor het aangezicht van het Lam, hebbende ieder een harp en gouden schalen, vol van reukwerk, dat zijn de gebeden der heiligen.
8 E havendo tomado o livro, os quatro animais e os vinte e quatro anciãos prostraram-se diante do Cordeiro; tendo cada um deles harpa e vasos de ouro cheios de incenso, que são as orações dos santos.
9 En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig om het boek te nemen en zijn zegelen open te doen, want Gij zijt geslacht en hebt Gode gekocht door uw bloed, menschen uit alle geslacht en taal en volk en natie,
9 E eles cantavam uma nova canção, dizendo: Tu és digno de tomar o livro, e de abrir seus selos; porque foste morto e nos resgatastes para Deus pelo teu sangue, de cada família, e língua, e povo e nação;
10 en Gij hebt hen voor onzen God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen regeeren op de aarde.
10 e nos fizeste reis e sacerdotes para o nosso Deus, e nós reinaremos sobre a terra.
11 En ik zag en hoorde als een stem van vele engelen rondom den troon en de levende wezens en de ouderlingen, en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden en duizenden van duizenden,
11 E eu olhei, e ouvi a voz de muitos anjos ao redor do trono, e dos animais, e dos anciãos; e o número deles era dez mil, vezes dez mil, e milhares de milhares;
12 zeggende met een groote stem: Waardig is het Lam dat geslacht is om te aanvaarden de macht, en rijkdom, en wijsheid, en kracht, en eerbied, en glorie, en dankzegging!
12 dizendo em alta voz: Digno é o Cordeiro que foi morto para receber poder, e riquezas, e sabedoria, e força, e honra, e glória, e bênção.
13 En alle schepsel dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en op de zee, en al wat daarin is, hoorde ik ook zeggen: aan Hem die op den troon zit, en aan het Lam, zij de dankzegging, en de eerbied, en de glorie, en de heerschappij, tot in alle eeuwigheid!
13 E cada criatura que está no céu, e na terra, e debaixo da terra, assim como as que estão no mar, e tudo o que neles há, eu as ouvi dizendo: Bênção, e honra, e glória, e poder, sejam àquele que está assentado sobre o trono, e ao Cordeiro, para sempre e sempre.
14 En de vier levende wezens zeiden: Amen! En de ouderlingen vielen neder en aanbaden.
14 E os quatro animais disseram: Amém. E os vinte e quatro anciãos se prostraram e adoraram aquele que vive para sempre e sempre.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.