Apocalipse 2
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NTLH
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Schrijf aan den engel der gemeente die in Efesus is: Dit zegt Hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die wandelt in het midden der zeven gouden kandelaren:
1 — Ao anjo da igreja de Éfeso escreva o seguinte:
2 Ik ken uw werken, en uw moeite, en uw volharding, en dat gij de kwaden niet kunt verdragen, en dat gij beproefd hebt degenen die zich zelven apostelen noemen, en het niet zijn, en hebt ze leugenaars bevonden;
2 Eu sei o que vocês têm feito. Sei que trabalharam muito e aguentaram o sofrimento com paciência. Sei que vocês não podem suportar pessoas más e sei que puseram à prova os que dizem que são
3 en gij hebt volharding, en om mijns Naams wil hebt gij verdragen, en gij zijt niet moede geworden.
3 Vocês aguentaram a situação com paciência e sofreram por minha causa, sem desanimarem.
4 Maar Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
4 Porém tenho uma coisa contra vocês: é que agora vocês não me amam como me amavam no princípio.
5 Gedenk dan vanwaar gij zijt uitgevallen, en doe boetvaardigheid en uw eerste werken; want anders overval Ik u en Ik zal uw kandelaar uit zijn plaats wegnemen, als gij geen boetvaardigheid doet.
5 Lembrem do quanto vocês caíram! Arrependam-se dos seus pecados e façam o que faziam no princípio. Se não se arrependerem, eu virei e tirarei o candelabro de vocês do seu lugar.
6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaïeten haat, die Ik ook haat.
6 Mas vocês têm a seu favor isto: odeiam o que os nicolaítas fazem, como eu também odeio.
7 Die een oor heeft, hij hoore wat de Geest zegt aan de gemeenten. Den overwinnaar, dien zal Ik te eten geven van den boom des levens, die in het paradijs van God is.
7 “Portanto, se vocês têm ouvidos para ouvir, então ouçam o que o Espírito de Deus diz às igrejas.
8 En schrijf aan den engel der gemeente die in Smyrna is: Dit zegt de Eerste en de Laatste, die dood was en levend werd:
8 — Ao anjo da igreja de Esmirna escreva o seguinte:
9 Ik ken uw verdrukking en armoede— doch gij zijt rijk— en de lastering van de zijde dergenen die zich zelven Joden noemen, en het niet zijn, maar een synagoge des Satans zijn ze.
9 Eu sei o que vocês estão sofrendo. Sei que são pobres, mas, de fato, são ricos. Sei como aqueles que afirmam que são judeus, mas não são , falam mal de vocês. Eles são um grupo que pertence a Satanás.
10 Vrees niets van hetgeen gij zult lijden. Zie, de duivel zal er uit ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij beproefd zoudt worden, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood toe en Ik zal u geven de kroon des levens.
10 Não tenham medo do que vocês vão sofrer. Escutem! O Diabo vai pôr na prisão alguns de vocês para que sejam provados e sofram durante dez dias . Sejam fiéis, mesmo que tenham de morrer; e, como prêmio da vitória, eu lhes darei a vida.
11 Die een oor heeft, hij hoore wat de Geest zegt aan de gemeenten. De overwinnaar, hij zal geenszins beschadigd worden van den tweeden dood.
11 “Portanto, se vocês têm ouvidos para ouvir, então ouçam o que o Espírito de Deus diz às igrejas.
12 En schrijf aan den engel der gemeente die in Pergamus is: Dit zegt Hij die het scherpe zwaard heeft dat van beide kanten snijdt:
12 — Ao anjo da igreja de Pérgamo escreva o seguinte:
13 Ik weet waar gij woont, namelijk daar waar des Satans troon is. En gij bewaart mijn Naam en mijn geloof hebt gij niet verloochend in die dagen toen Antipas, mijn getrouwe getuige was, die gedood is bij ulieden waar de Satan woont.
13 Eu sei que vocês moram aí onde está o trono de Satanás . Vocês são fiéis e não abandonaram a fé que têm em mim, até mesmo quando Antipas, minha testemunha fiel, foi morto aí em Pérgamo, onde Satanás mora.
14 Doch Ik heb eenige dingen tegen u: dat gij er daar hebt die de leering vasthouden van Balaam, die aan Balak leerde om een aanstoot in den weg te werpen voor de kinderen Israels, om hen afgodsoffer te doen eten en te doen hoereeren.
14 Mas tenho algumas coisas contra vocês: há entre vocês alguns que seguem o ensinamento de Balaão, que mostrou a Balaque como fazer com que o povo de Israel pecasse, dizendo que os israelitas deviam comer alimentos oferecidos aos ídolos e cometer imoralidades.
15 Zoo hebt gij er ook die op gelijke wijze de leering der Nikolaïeten vasthouden.
15 Assim também estão entre vocês alguns que seguem os ensinamentos dos nicolaítas .
16 Doe boetvaardigheid! want anders overval Ik u haastig en ik zal tegen hen strijden met het zwaard mijns monds.
16 Arrependam-se! Se não, eu logo irei até aí e, com a espada que sai da minha boca, lutarei contra essa gente.
17 Die een oor heeft, hij hoore wat de Geest zegt tot de gemeenten. Den overwinnaar zal Ik geven van het verborgen Manna, en Ik zal hem geven een witten steen, en op dien steen een nieuwen naam geschreven, dien niemand kent dan die hem ontvangt.
17 “Portanto, se vocês têm ouvidos para ouvir, então ouçam o que o Espírito de Deus diz às igrejas.
18 En schrijf aan den engel der gemeente die in Thyatira is: Dat zegt de Zoon van God, die zijn oogen heeft als een vlamme vuurs, en wiens voeten gelijk zijn aan gloeiend koper:
18 — Ao anjo da igreja de Tiatira escreva o seguinte:
19 Ik weet uw werken, en liefde, en geloof, en bediening, en volharding, en uw laatste werken, die meer zijn dan de eersten.
19 Eu sei o que vocês estão fazendo. Sei que têm amor, são fiéis, trabalham e aguentam o sofrimento com paciência. Eu sei que vocês estão fazendo mais agora do que no princípio.
20 Maar Ik heb tegen u dat gij de vrouw Jesabel verdraagt, die zich zelve een profetesse noemt en onderwijs geeft, en mijn dienaren vervoert om te hoereeren en afgodsoffer te eten.
20 Porém tenho contra vocês uma coisa: é que toleram Jezabel , aquela mulher que diz que é
21 En Ik heb haar tijd gegeven om boetvaardigheid te doen, en zij heeft niet willen boetvaardigheid doen wegens haar hoererij.
21 Eu lhe dei tempo para abandonar os seus pecados, porém ela não quer deixar a imoralidade.
22 Zie, Ik werp haar te bed, en degenen die met haar gehoereerd hebben, tot groote verdrukking, zoo zij geen boetvaardigheid doen wegens hun werken.
22 Portanto, eu a jogarei numa cama, onde ela e os que com ela cometem adultério sofrerão horrivelmente. Farei isso agora, a não ser que eles se arrependam das coisas más que fizeram junto com ela.
23 En haar kinderen zal Ik in den dood ombrengen en al de gemeenten zullen weten dat Ik het ben die nieren en harten doorzoek, en Ik zal ulieden geven een ieder naar zijn werken.
23 Matarei os seguidores dela, e então todas as igrejas saberão que eu sou aquele que conhece os pensamentos e os desejos de todos. Eu pagarei a cada um de vocês de acordo com o que tiver feito.
24 Doch Ik zeg tot ulieden, tot de anderen die in Thyatira zijn, zoovelen deze leering niet hebben, die de diepten des Satans niet kennen, zooals zij zeggen: Ik zal op ulieden geen anderen last leggen.
24 “Porém aí em Tiatira o resto de vocês não seguiu esse mau ensinamento. Vocês não aprenderam o que alguns chamam de ‘os segredos profundos de Satanás’ . Afirmo que não porei mais nenhuma carga sobre vocês.
25 Alleenlijk, wat gij hebt houdt dat vast, totdat Ik zal komen!
25 Mas, até que eu venha, guardem bem aquilo que vocês têm.
26 En den overwinnaar en die mijn werken bewaart tot ten einde, dien zal Ik macht geven over de volken,
26 — ausente —
27 en hij zal ze hoeden met een ijzeren roede, zooals de vaten tot gruis verbrijzeld worden, gelijk Ik zelf de macht van mijn Vader ontvangen heb,
27 — ausente —
28 en Ik zal hem de morgenster geven.
28 — ausente —
29 Die een oor heeft, hij hoore wat de Geest zegt tot de gemeenten.
29 “Portanto, se vocês têm ouvidos para ouvir, então ouçam o que o Espírito de Deus diz às igrejas.”
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.