Apocalipse 19
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs AAI
AAI TUR GEWASIN O BAIBASIT BOUBUN
1 Na dezen hoorde ik als een groote stem eener groote menigte in den hemel, zeggende: Hallelujah! de verlossing en de glorie en de kracht zij onzen Gode!
1 Iti ufunamaim ayu uruw gagamin maiyow anowar, sabuw rou’ay gagamin na’in fanah sib hiwow hio,
2 want zijn oordeelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de groote hoere geoordeeld heeft die door haar hoererij de aarde verdorven heeft, en omdat Hij het bloed zijner dienaren van haar hand gewroken heeft!
2 Anayabin i ana baibatiyen i turobe naatu mutufor.
3 En voor de tweede maal zeiden zij: Hallelujah! En haar rook gaat op tot in alle eeuwigheid.
3 Sabuw iban hiwow maiye hio, “Orokaiwa! Iti babin na’a’arah ana sow boro nayen wanatowan, wanatowan.”
4 En de vier en twintig ouderlingen en de vier levende wezens vielen neder en aanbaden God die op den troon gezeten is, zeggende: Amen, Hallelujah!
4 Regaregah ai’in etei 24 naatu sawar yawasih ma’anih etei yumatah aubabe hire God ana urama’ama tafanamaim ma’am hikwafir fanah sib hio, “Turobe! Orokaiwa!”
5 En er kwam een stem uit den troon die zeide: geeft lof aan onzen God, gij al zijn dienaren! gij die Hem vreest, de kleinen en de grooten!
5 Imaibo urama’amamaim fanan hinowar eo,
6 En ik hoorde als een stem eener groote menigte, en als een stem van vele wateren, en als een stem van sterke donderslagen, die zeiden: Hallelujah! Want de Heere, onze God, de Almachtige, regeert!
6 Naatu ayu sabuw rou’ay gagamin hai uruw, siku ere gurugur ebiwa’a na’atube, naatu farafarar erab kereker ebiwa’an na’atube anowar hio,
7 Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven, en laat ons de glorie aan Hem geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt!
7 It etei’imak taniyasisir naatu tanakawasa,
8 En haar is gegeven dat zij zich bekleede met fijn lijnwaad, helder en zuiver, want het fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigheden der heiligen.
8 Faifuw boubun gewasin biyan kousisi’arin anababatun hitin usin isan.”
9 En hij zeide tot mij: Schrijf: zalig degenen die geroepen zijn tot den maaltijd van de bruiloft des Lams! En hij zeide tot mij: deze zijn de waarachtige woorden Gods!
9 Imaibo tounamatar iuwu, “Abisa ku’i’itah inakirum, sabuw iyab Lamb ana tabin isan hifefeyanih hina tabin ana hiyuwmaim tirur boro baigegewasin hinab.” Naatu iuwu maiye, “Iti tur i turobe God ana tur.”
10 En ik viel neder voor zijn voeten om hem te aanbidden. En hij zeide tot mij: zie toe, doe het niet! ik ben de mededienaar van u en van uw broederen, die de getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie.
10 Iti turamaim ayu anamaim ara’iy akwafir, baise iuwu eo, “Men iti na’atube inasinaf. O ayu airit i God ana akir wairafit, taituwa baitumatumayah afa bairi, it etei i Jesu isan tao’orereb. God akisin inakwafir, anayabin sabuw iyab Jesu isan teorereb i Anun Kakafiyin ana fairamaim teo’orereb.”
11 En ik zag den hemel opengedaan, en ziet, een wit paard, en die daarop zat, genaamd Getrouw en Waarachtig; en Hij oordeelt en strijdt in rechtvaardigheid.
11 Imaibo ayu mar ana etawan botawiy aitin, naatu nau’umaim horse biyan kwes ana boyeyan wabin Bosunub naatu Turobe batabat aitin. Iti orot i sabuw hai ma gewas isan ibatiyih naatu ibiyow.
12 Zijn oogen waren een vlam van vuur, en over zijn hoofd waren vele diademen; en Hij had een Naam geschreven dien niemand weet dan alleen Hij zelf.
12 Matan i wairaf woun etoto’ab na’atube, ukwarinamaim i kowas moumurih, wabin biyanamaim hikikirum anayabin men yait ta so’ob, baise i akisinamo so’ob.
13 En Hij was gekleed in een kleed dat met bloed besprenkeld was en zijn Naam wordt genoemd: het Woord van God.
13 Ana faifuw rara’amaim hibibour i bai ius, wabin i God ana Tur.
14 En de legers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn lijnwaad, helder en zuiver.
14 Mar ana baiyowayah hi’ufunun faifuw kwes gewasih hi’osen horse biyah kwes afe’eh hiyen hin.
15 En uit zijn mond ging een scherpsnijdend zwaard, opdat Hij daarmede de volken slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een staf van ijzer, en Hij treedt de wijnpers des toorns der gramschap van den almachtigen God.
15 Awanamaim tafaram afu’afuw ana kaiy wan so’arin tit. Naatu boro ana iron tu’emaim nabonawiyih. God fairin ana yaso’ar gagamin boro wine bunubunuw ana efanamaim nawas kweyakweyar natit.
16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup tot Naam geschreven: Koning van koningen en Heer van heeren.
16 Ana faifuwamaim naatu taiyanamaim wabin iti hikirum.
17 En ik zag één engel in de zon staan en hij riep met een groote stem, zeggende tot al de vogelen die vliegen in het hemelruim: komt, verzamelt u tot den grooten maaltijd Gods,
17 Imaibo tounamatar veya afe’en batabat aitin, naatu mamu yate hi’in hiroberob isah fanan aumetawat na’in eaf eo, “Kwa etei kwaru’ay God ana hiyuw gagamin isan.
18 opdat gij eten moogt het vleesch van koningen, en het vleesch van legeroversten, en het vleesch van sterken, en het vleesch van paarden en van degenen die er op zitten, en het vleesch van allen, zoowel van vrijen als van dienstbaren, en van kleinen en grooten.
18 Kwana saise aiwob sabuw, baiyowayah hai ukwarih, orot fairih, horse, naatu horse hai boyeyah, bai’akirayah, naatu men bai’akirayah, sabuw gagamih naatu sabuw gidigidih etei biyah finimih kwa’aa.”
19 En ik zag het beest en de koningen der aarde, en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard was gezeten en tegen zijn legers.
19 Imaibo ayu sawaidab naatu tafaram ana aiwob etei hai baiyowayah bairi hiru’ay orot ana horse afe’en ma’am ana baiyowayan bairi baiyow isan hinan aitih.
20 En het beest werd gegrepen en daarmede de schijnprofeet, die de teekenen gedaan had voor zijn aangezicht, waardoor hij verleid had degenen die het merkteeken van het beest hadden ontvangen en die voor zijn beeld hadden geknield. Levende zijn die twee geworpen in den poel des vuurs, die van sulfer brandt.
20 Baise sawaidab hibai hifatum naatu ana dinab orot baifuwenayan i wabinamaim ina’inan sisinaf auman hibai hifatum. Iti ina’inanamaim sabuw iyab sawaidab ana ewow hibai hima’am naatu sawaidab ana yumatabe ifufuwih hikwakwafir isan hairi’ika hifatum yawasih wairaf wanatowan etoto’ab ana kukuf yan hisrouwih hire eatuturih.
21 En de overigen werden gedood door het zwaard dat uit den mond kwam van Hem die op het paard was gezeten, en al de vogelen werden verzadigd van hun vleesch.
21 Baise hai sabuw ura’u’unin etei i orot nati horse tafaram ma’am, awanamaim kaiy titit, imaim yow tar himorob, naatu mamu etei hirob hire biyah finimih hi’aa.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 19, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.