Apocalipse 13
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat tien hoornen had en zeven koppen, en op zijn hoornen tien diademen, en op zijn koppen namen van lastering.
1 E eu fiquei sobre a areia do mar, e vi uma besta surgir no mar, tendo sete cabeças e dez chifres, e sobre os seus chifres dez coroas, e sobre suas cabeças o nome de blasfêmia.
2 En het beest dat ik zag was als een pardel, en zijn pooten als van een beer, en zijn muil was als een leeuwenmuil; en de draak gaf het zijn macht en zijn troon en groote kracht.
2 E a besta que eu vi era semelhante a um leopardo, e seus pés eram como os pés de um urso, e sua boca como a boca de um leão; e o dragão lhe deu seu poder, e seu trono e grande autoridade.
3 en een van zijn koppen zag ik als tot den dood toe gewond, en zijn doodelijke wonde werd genezen. En de geheele aarde verwonderde zich achter het beest;
3 E vi uma de suas cabeças como que ferida para a morte; e sua ferida mortal foi curada. E todo o mundo se maravilhou com a besta.
4 en zij aanbaden den draak, omdat hij de macht aan het beest gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: wie is gelijk aan dit beest, en wie kan daarmee oorlog voeren?
4 E eles adoraram o dragão que dera poder à besta, e adoraram à besta, dizendo: Quem é semelhante a besta? Quem é capaz de guerrear contra ela?
5 En er werd aan het beest een muil gegeven om groote dingen en lasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit te doen twee en veertig maanden.
5 E foi dada a ela uma boca falando grandes coisas e blasfêmias; e poder foi dado a ela para continuar por quarenta e dois meses.
6 En het opende zijn muil tot lasteringen tegen God, om zijn Naam te lasteren, en zijn tabernakel, en degenen die in den hemel wonen.
6 E ela abriu a boca em blasfêmia contra Deus, para blasfemar o seu nome, e o seu tabernáculo, e os que habitam no céu.
7 En aan het beest werd gegeven om oorlog te voeren met de heiligen en om hen te overwinnen; en het werd macht gegeven over alle stam, en volk, en taal, en natie.
7 Foi-lhe permitido guerrear contra os santos e de vencê-los; e foi-lhe dado poder sobre todas as famílias, e línguas, e nações.
8 En allen die op de aarde wonen zullen het aanbidden, wier naam niet geschreven is in het boek des levens des Lams, dat geslacht is van de grondlegging der wereld af.
8 E todos os que habitam na terra a adorarão, cujos nomes não estão inscritos no livro da vida do Cordeiro, morto desde à fundação do mundo.
9 Als iemand een oor heeft, dat hij hoore!
9 Se algum homem tem ouvido, ouça.
10 Als iemand naar de gevangenis leidt, die gaat naar de gevangenis; als iemand met het zwaard zal dooden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof der heiligen.
10 Aquele que leva ao cativeiro, irá para o cativeiro; aquele que mata com a espada deve ser morto com a espada. Aqui está a paciência e a fé dos santos.
11 En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee hoornen, gelijk aan een lam en het sprak als een draak.
11 E eu contemplei outra besta saindo da terra; e ela tinha dois chifres semelhantes aos de um cordeiro, e ele falava como um dragão.
12 En het oefent al de macht uit van het eerste beest voor zijn aangezicht, en het maakt dat de aarde en degenen die er op wonen zich nederbuigen voor het eerste beest, welks doodelijke wonde genezen was.
12 E ele exerce todo o poder da primeira besta antes dele, e fez a terra e os que nela habitam adorarem a primeira besta, cuja ferida mortal estava curada.
13 En het doet groote teekenen, zoodat het zelfs vuur uit den hemel doet afdalen naar de aarde, voor het aangezicht der menschen.
13 E ele faz grandes maravilhas, a ponto de fazer fogo descer do céu sobre a terra à vista dos homens,
14 En het bedriegt degenen die op de aarde wonen door de teekenen die het gegeven zijn om te doen voor het aangezicht van het dier, zeggende tot degenen die op de aarde wonen, dat zij een beeld zouden maken voor het beest, dat de wonde van het zwaard had en toch in leven was.
14 e engana aqueles que habitam na terra por meio daqueles milagres que tinha poder de fazer à vista da besta; dizendo para aqueles que habitam na terra, que eles fizessem uma imagem para a besta, que tinha sido ferida pela espada, e vivera.
15 En het werd aan hetzelve gegeven om aan het beeld van het beest een geest te geven, zoodat zelfs het beeld van het beest zou spreken en maken dat zoude gedood worden al wie zich niet nederbuigen zou voor het beeld van het beest.
15 E ele tinha poder de dar vida à imagem da besta, e que a imagem da besta poderia tanto falar quanto fazer com que tantos quantos não adorassem a imagem da besta fossem mortos.
16 En het maakt dat aan allen, aan de kleinen en de grooten, en aan de rijken en aan de armen, en aan de vrijen en aan de dienstbaren, een merkteeken gegeven worde, op hun rechterhand of op hun voorhoofd;
16 E ele fez com que todos, tanto pequenos quanto grandes, ricos e pobres, livres e escravos, recebessem uma marca em sua mão direita, ou em suas testas;
17 en dat niemand kan koopen of verkoopen dan alleen die het merkteeken, den naam van het beest heeft, of het getal van zijn naam.
17 e que nenhum homem possa comprar ou vender, a não ser aquele que tiver a marca, ou o nome da besta, ou o número de seu nome.
18 Hier is de wijsheid. Die verstand heeft berekene het getal van het beest; want het is een getal van een mensch. En zijn getal is 666.
18 Aqui há sabedoria. Deixa que aquele que tem entendimento calcule o número da besta; porque é o número de um homem; e seu número é seiscentos e sessenta e seis.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.