Apocalipse 12

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ

Sair da comparação
1 En een groot teeken werd gezien in den hemel; een vrouw bekleed met de zon, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
1 E apareceu uma grande maravilha no céu: Uma mulher vestida com o sol, com a lua debaixo de seus pés, e sobre a sua cabeça uma coroa de doze estrelas.
2 en zwanger zijnde, riep zij, in barensnood zijnde, en in de pijn der verlossing.
2 E ela, estando grávida gritava, com dores de parto, sofrendo para dar à luz.
3 En er werd een ander teeken gezien in den hemel, en ziet, een groote rosse draak, hebbende zeven koppen en tien hoornen, en op zijn koppen zeven kroonen.
3 E apareceu outro sinal no céu; e eis um grande dragão vermelho, tendo sete cabeças e dez chifres, e sete coroas sobre suas cabeças.
4 En zijn staart trok het derde deel der sterren van den hemel, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor het aangezicht der vrouw, die baren zou, om het kind te verslinden als zij het gebaard zou hebben.
4 E a sua cauda arrastou a terça parte das estrelas do céu, e lançou-as sobre a terra; e o dragão parou diante da mulher que estava pronta para dar à luz, para devorar o seu filho assim que nascer.
5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de volken zou hoeden met een ijzeren roede. En haar kind werd weggerukt tot God en tot zijn troon.
5 E ela deu à luz a um filho homem, que há de governar todas as nações com um cetro de ferro; e o seu filho foi arrebatado para Deus e para o seu trono.
6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, alwaar zij een plaats had van God toebereid, opdat zij daar haar voeden zouden, duizend twee honderd en zestig dagen.
6 E a mulher fugiu para o deserto, onde ela tem um lugar preparado por Deus, para que a alimentassem ali por mil duzentos e sessenta dias.
7 En er ontstond een oorlog in den hemel; Michael en zijn engelen voerden oorlog met den draak. En de draak voerde ook oorlog en zijn engelen;
7 E houve guerra no céu; Miguel e os seus anjos lutaram contra o dragão, e lutou o dragão e os seus anjos,
8 en zij konden er niet tegen op, en hun plaats werd niet meer gevonden in den hemel.
8 e não prevaleceram, nem o seu lugar se achou mais no céu.
9 En de groote draak, de oude slang, die genoemd wordt duivel en Satanas, die de geheele wereld verleidt, is geworpen: hij is geworpen op de aarde en zijn engelen zijn met hem geworpen.
9 E o grande dragão foi lançado fora, aquela antiga serpente, chamada de Diabo, e Satanás, que engana todo o mundo; ele foi lançado à terra, e os seus anjos foram lançados com ele.
10 En ik hoorde een groote stem in den hemel zeggen: nu is de verlossing, en de kracht, en het koninkrijk van onzen God en de macht van zijn Christus want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor Gods aangezicht aanklaagde, is nedergeworpen.
10 E eu ouvi uma alta voz dizendo no céu: Agora chegou a salvação, e a força, e o reino do nosso Deus, e o poder do seu Cristo; porque o acusador de nossos irmãos é derrubado, o qual os acusava dia e noite diante de nosso Deus.
11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.
11 E eles o venceram pelo sangue do Cordeiro, e pela palavra do seu testemunho; e eles não amaram as suas vidas até a morte.
12 Daarom verblijdt u, o hemelen en die daarin woont! Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u afgekomen, hebbende een groote gramschap, wetende dat hij maar korten tijd heeft!
12 Por isso regozijai-vos ó céus, e vós que neles habitais. Ai dos que habitam a terra e o mar! porque o diabo desceu até vós com grande ira, pois ele sabe que pouco tempo lhe resta.
13 En toen de draak zag dat hij naar de aarde geworpen was, vervolgde hij de vrouw die den mannelijken zoon gebaard had.
13 E, quando o dragão viu que fora lançado na terra, ele perseguiu a mulher que dera à luz o filho homem.
14 En aan de vrouw zijn de twee vleugelen van den grooten arend gegeven, opdat zij vliegen zou naar de woestijn, naar haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halven tijd, van voor het aangezicht der slang.
14 E à mulher foram dadas duas asas de uma grande águia, para que ela pudesse voar para o deserto, ao seu lugar, ali onde é alimentada por um tempo, e tempos, e meio tempo, longe da face da serpente.
15 En de slang wierp uit haar mond achter de vrouw water als een rivier, om haar door de rivier te doen wegvoeren.
15 E a serpente lançou da sua boca água como a de uma inundação atrás da mulher, para fazer com que ela fosse carregada pela inundação.
16 En de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn muil geworpen had.
16 E a terra ajudou a mulher; e a terra abriu a sua boca, e engoliu a inundação que o dragão lançara da sua boca.
17 En de draak werd vol gramschap tegen de vrouw, en hij ging om oorlog te voeren met de anderen van haar nakomelingen, die de geboden Gods bewaren en de getuigenis van Jezus hebben.
17 E o dragão irou-se com a mulher, e foi fazer guerra ao remanescente da sua semente, os que guardam os mandamentos de Deus, e têm o testemunho de Jesus Cristo.
18 En hij ging staan bij den oever der zee,
18 — ausente —

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.