Apocalipse 11
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 En aan mij werd een rietstok gegeven, gelijk een meetroede, en tot mij werd gezegd: sta op en meet den tempel Gods en den altaar, en degenen die daarin aanbidden!
1 E foi-me dado um caniço semelhante a uma vara, e o anjo que estava em pé, disse: Levanta e mede o templo de Deus, e o altar, e os que adoram nele.
2 En het voorhof, dat buiten den tempel is, laat dat uit en meet dat niet, want dat is aan de volken gegeven, en de heilige stad zullen zij vertreden, twee en veertig maanden.
2 Mas, o átrio que está fora do templo, deixa-o, e não o meças; porque foi dado aos gentios, e eles pisarão a cidade santa por quarenta e dois meses.
3 En ik zal aan mijn twee getuigen geven om te profeteeren, duizend twee honderd en zestig dagen, in zakken gekleed.
3 E eu darei poder às minhas duas testemunhas, e elas profetizarão por mil duzentos e sessenta dias vestidos de saco de crina.
4 Deze zijn de twee olijfboomen, en de twee kandelaars, die staan voor het aangezicht van den Heere der aarde.
4 Estas são as duas oliveiras, e os dois candelabros que ficam diante do Deus da terra.
5 En als iemand hen wil beschadigen, dan zal er vuur uit hun mond gaan en hun vijanden verteeren; en als iemand hen zal willen beschadigen, die moet alzoo gedood worden.
5 E se algum homem os ferir, fogo sairá de suas bocas e devorará seus inimigos; e se algum homem os ferir, ele deve desta forma ser morto.
6 Dezen hebben macht om den hemel te sluiten, opdat er geen regen valle in de dagen hunner profeteering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen, en om de aarde te slaan met allerlei plage, zoo dikwijls zij zullen willen.
6 Estes têm o poder de fechar o céu, para que não chova nos dias de sua profecia; e têm poder sobre as águas para transformá-las em sangue, e de ferir a terra com todas as pragas, sempre que quiserem.
7 En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, dan zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, met hen oorlog voeren, en hen overwinnen en hen dooden.
7 E quando tiverem terminado seu testemunho, a besta que sobe do abismo sem fundo fará guerra contra eles, e os vencerá, e os matará.
8 En hun lijken zullen liggen op de straat der groote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heere gekruisigd is.
8 E os seus corpos mortos jazerão na rua da grande cidade, que espiritualmente se chama Sodoma e Egito, onde também o nosso Senhor fora crucificado.
9 En menschen uit de volken, en stammen, en talen, en natiën, zullen hun lijken zien, drie en een halven dag, en zij zullen niet toelaten dat hun lijken in een graf worden gelegd.
9 E aqueles dos povos, e famílias, e línguas e nações verão os seus corpos mortos por três dias e meio e não permitirão que seus corpos mortos sejam postos em túmulos.
10 En die op de aarde wonen zullen over hen vroolijk zijn en verheugd, en zij zullen aan malkander geschenken zenden, omdat die twee profeten geplaagd hadden degenen die op de aarde wonen.
10 E aqueles que habitam na terra regozijar-se-ão sobre eles e alegrar-se-ão, e darão presentes uns aos outros; porque estes dois profetas haviam atormentado os que habitam sobre a terra.
11 En na die drie en een halven dag kwam de adem des levens uit God in hen; en zij stonden op hun voeten, en een groote vreeze viel op degenen die hen zagen.
11 E após os três dias e meio, o Espírito de vida, vindo de Deus, entrou neles, e eles ficaram de pé; e um grande temor caiu sobre aqueles que os viam.
12 En zij hoorden een groote stem uit den hemel, die tot hen zeide: klimt hier op! — En zij klommen op naar den hemel in de wolk, en hun vijanden zagen hen.
12 E eles ouviram uma grande voz do céu, dizendo-lhes: Subam para aqui! E eles subiram ao céu em uma nuvem; e os seus inimigos os contemplaram.
13 En in die zelfde ure geschiedde er een groote aardbeving; en het tiende deel der stad viel omver, en in die aardbeving stierven er zeven duizend namen van menschen; en de overigen werden bevreesd en gaven glorie aan den God des hemels.
13 E na mesma hora houve um grande terremoto, e a décima parte da cidade caiu, e no terremoto foram mortos sete mil homens; e os remanescentes estavam atemorizados, e deram glória ao Deus do céu.
14 Het tweede wee is voor bij; ziet, het derde wee komt haastig!
14 O segundo ai se passou; e eis que o terceiro ai se aproxima rapidamente.
15 En de zevende engel heeft getrompet; en er geschiedden groote stemmen in den hemel, zeggende: het koninkrijk der wereld is geworden van onzen Heere en van zijn Christus, en Hij zal heerschen tot in alle eeuwigheid!
15 E o sétimo anjo soou, e houve grandes vozes no céu, dizendo: Os reinos deste mundo se tornaram os reinos do nosso Senhor, e do seu Cristo; e ele reinará para sempre e sempre.
16 En de vier en twintig ouderlingen, die voor Gods aangezicht zijn, zittende op hun troonen, vielen op hun aangezichten en aanbaden God,
16 E os vinte e quatro anciãos que estavam assentados diante de Deus em seus assentos, prostraram-se sobre as suas faces, e adoraram a Deus,
17 zeggende: wij danken U, Heere God, de Almachtige, die is en die was, dat Gij uw groote macht hebt genomen en als Koning hebt geheerscht;
17 dizendo: A ti damos graças, ó Senhor Deus Todo-Poderoso, que és, e eras, e hás de vir; porque tomaste para ti teu grande poder, e reinaste.
18 en de volken waren toornig geworden, en uw gramschap is gekomen, en de tijd der dooden om geoordeeld te worden en om den loon te geven aan uw dienaren de profeten, en aan de heiligen, en aan degenen die uw Naam vreezen, aan de kleinen en de grooten, en om te verderven degenen die de aarde verdierven!
18 E iraram-se as nações e é chegada a tua ira, e o tempo dos mortos, para que sejam julgados, e para que tu dês recompensa aos teus servos, os profetas, e aos santos, e àqueles que temem o teu nome, pequenos e grandes; para que destruas os que destroem a terra.
19 En de tempel Gods die in den hemel is werd opengedaan, en de ark zijns verbonds werd gezien in zijn tempel, en er geschiedden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en een aardbeving, en een groote hagel.
19 E o templo de Deus foi aberto no céu, e foi visto no seu templo a arca do seu testamento; e houve relâmpagos, e vozes, e trovões, e um terremoto, e grande granizo.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 11, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.