Tiago 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Vanwaar komen die ruzies en conflicten bij jullie? Zijn ze niet het gevolg van de hartstochten die in jullie binnenste strijd voeren?
1 De onde procedem as guerras e brigas que há entre vocês? De onde, senão dos prazeres que estão em conflito dentro de vocês?
2 Jullie willen iets, maar krijgen het niet en daarom plegen jullie moord. Jullie verlangen naar iets, maar kunnen het niet bemachtigen en daarom vechten en ruziën jullie.
2 Vocês cobiçam e nada têm; matam e sentem inveja, mas nada podem obter; vivem a lutar e a fazer guerras. Nada têm, porque não pedem;
3 Jullie vragen aan God, maar ontvangen niet, omdat jullie vragen met de verkeerde bedoelingen – om jullie hartstochten te bevredigen.
3 pedem e não recebem, porque pedem mal, para esbanjarem em seus prazeres.
4 Jullie zijn ontrouw aan God! Beseffen jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap tegenover God is? Wie besluit om een vriend van de wereld te zijn, wordt daardoor een vijand van God.
4 Gente infiel! Vocês não sabem que a amizade do mundo é inimizade contra Deus? Aquele, pois, que quiser ser amigo do mundo se torna inimigo de Deus.
5 Of denken jullie dat er zonder reden in de Schriften staat dat God jaloers waakt over de geest die Hij in ons doet wonen?
5 Ou vocês pensam que é em vão que a Escritura diz: “É com ciúme que por nós anseia o Espírito, que ele fez habitar em nós?”
6 Toch is de genade die Hij schenkt groter. Daarom staat er: “God keert zich tegen arrogante mensen, maar schenkt genade aan wie bescheiden zijn.”
6 Mas ele nos dá cada vez mais graça. Por isso diz: “Deus resiste aos soberbos, mas dá graça aos humildes.”
7 Onderwerp je dus aan God en bied weerstand aan de duivel; dan zal die bij jullie wegvluchten.
7 Portanto, sujeitem-se a Deus, mas resistam ao diabo, e ele fugirá de vocês.
8 Nader tot God, dan zal Hij tot jou naderen. Zondaars, was je handen; twijfelaars, reinig je hart.
8 Cheguem perto de Deus, e ele se chegará a vocês. Limpem as mãos, pecadores! E vocês que são indecisos, purifiquem o coração.
9 Treur, rouw en ween! Rouw in plaats van te lachen en wees bedroefd in plaats van blij.
9 Reconheçam a sua miséria, lamentem e chorem. Que o riso de vocês se transforme em pranto, e que a alegria de vocês se transforme em tristeza.
10 Onderwerp je aan de Heer, dan zal Hij je een eervolle plaats geven.
10 Humilhem-se diante do Senhor, e ele os exaltará.
11 Broeders en zusters, bekritiseer elkaar niet. Wie zijn geloofsgenoot bekritiseert of over hem oordeelt, bekritiseert Gods wet en oordeelt erover. En als je over de wet oordeelt, leef je haar niet na, maar stel je je op als haar rechter.
11 Irmãos, não falem mal uns dos outros. Aquele que fala mal do irmão ou julga o seu irmão fala mal da lei e julga a lei; ora, se você julga a lei, não é observador da lei, mas juiz.
12 Er is echter slechts één Wetgever en Rechter en Hij kan zowel redden als vernietigen. Wie ben jij dat je over je naaste oordeelt?
12 Um só é Legislador e Juiz, aquele que pode salvar e fazer perecer. Mas quem é você para julgar o seu próximo?
13 Luister, jullie die zeggen: vandaag of morgen gaan we naar die en die stad, we blijven er een jaar, doen er zaken en maken winst.
13 Escutem, agora, vocês que dizem: “Hoje ou amanhã, iremos para a cidade tal, e lá passaremos um ano, e faremos negócios, e teremos lucros.”
14 Jullie weten niet wat er morgen zal gebeuren! Wat is jullie leven? Jullie zijn als nevel, die voor korte tijd verschijnt en vervolgens verdwijnt.
14 Vocês não sabem o que acontecerá amanhã. O que é a vida de vocês? Vocês não passam de neblina que aparece por um instante e logo se dissipa.
15 Jullie zouden beter zeggen: als de Heer het wil en wij nog in leven zijn, zullen we dit of dat doen.
15 Em vez disso, deveriam dizer: “Se Deus quiser, não só viveremos, como também faremos isto ou aquilo.”
16 Maar nu zijn jullie trots aan het pochen en al dat pochen is slecht.
16 Agora, entretanto, vocês se orgulham das suas arrogantes pretensões. Todo orgulho semelhante a esse é mau.
17 Als iemand weet wat hij zou moeten doen maar het niet doet, dan is dat een zonde.
17 Portanto, aquele que sabe que deve fazer o bem e não o faz, nisso está pecando.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Tiago 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.