Tiago 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Mijn broeders en zusters, slechts weinigen bij jullie moeten leraar willen worden, want zoals jullie weten worden wij leraars strenger beoordeeld.
1 Meus irmãos, não vos torneis, muitos de vós, mestres, sabendo que havemos de receber maior juízo.
2 Wij allen struikelen in vele opzichten. Als iemand in zijn uitspraken niet struikelt, is hij een volmaakt mens, in staat om zijn hele lichaam in toom te houden.
2 Porque todos tropeçamos em muitas coisas. Se alguém não tropeça no falar, é perfeito varão, capaz de refrear também todo o corpo.
3 Wanneer we paarden een bit in hun mond steken om te zorgen dat ze gehoorzamen, kunnen we hun hele lichaam aansturen.
3 Ora, se pomos freio na boca dos cavalos, para nos obedecerem, também lhes dirigimos o corpo inteiro.
4 En de schepen, die groot zijn en door harde wind worden aangedreven, worden bestuurd met een klein roer, in de richting die de stuurman bepaalt.
4 Observai, igualmente, os navios que, sendo tão grandes e batidos de rijos ventos, por um pequeníssimo leme são dirigidos para onde queira o impulso do timoneiro.
5 Hetzelfde geldt voor de tong: zij is een klein lichaamsdeel, dat tot grote dingen in staat is. Door een klein vuur kan een groot bos afbranden.
5 Assim, também a língua, pequeno órgão, se gaba de grandes coisas. Vede como uma fagulha põe em brasas tão grande selva!
6 Ook de tong is een vuur; ze is de wereld vol ongerechtigheid voor onze overige lichaamsdelen. De tong bevuilt het hele lichaam, steekt de levensloop in brand en wordt op haar beurt aangestoken door de hel.
6 Ora, a língua é fogo; é mundo de iniquidade; a língua está situada entre os membros de nosso corpo, e contamina o corpo inteiro, e não só põe em chamas toda a carreira da existência humana, como também é posta ela mesma em chamas pelo inferno.
7 De mens kan alle soorten wilde dieren, vogels, reptielen en zeedieren temmen, en doet dat ook.
7 Pois toda espécie de feras, de aves, de répteis e de seres marinhos se doma e tem sido domada pelo gênero humano;
8 Maar de tong kan door niemand worden getemd; ze is een onberekenbaar kwaad vol dodelijk venijn.
8 a língua, porém, nenhum dos homens é capaz de domar; é mal incontido, carregado de veneno mortífero.
9 Met haar prijzen we de Heer en Vader en met haar verwensen we de mensen, die nog wel gemaakt zijn als Gods evenbeeld.
9 Com ela, bendizemos ao Senhor e Pai; também, com ela, amaldiçoamos os homens, feitos à semelhança de Deus.
10 Uit dezelfde mond komen dus zegen en vloek voort. Mijn broeders en zusters, zo hoort het niet.
10 De uma só boca procede bênção e maldição. Meus irmãos, não é conveniente que estas coisas sejam assim.
11 Zoet en brak water komen toch niet uit dezelfde ader van een bron?
11 Acaso, pode a fonte jorrar do mesmo lugar o que é doce e o que é amargoso?
12 Mijn broeders en zusters, aan een vijgenboom groeien toch geen olijven, of vijgen aan een druivelaar? En uit een zilte bron komt toch geen zoet water?
12 Acaso, meus irmãos, pode a figueira produzir azeitonas ou a videira, figos? Tampouco fonte de água salgada pode dar água doce.
13 Wie van jullie is wijs en verstandig? Laat hij dat tonen door middel van zijn goede gedrag, door daden die voortkomen uit wijze zachtmoedigheid.
13 Quem entre vós é sábio e inteligente? Mostre em mansidão de sabedoria, mediante condigno proceder, as suas obras.
14 Indien er echter bittere afgunst en geldingsdrang in je hart leeft, geef dan niet hoog op over je wijsheid, want zo spreek je de waarheid tegen.
14 Se, pelo contrário, tendes em vosso coração inveja amargurada e sentimento faccioso, nem vos glorieis disso, nem mintais contra a verdade.
15 Dat is geen wijsheid die van boven komt; ze is aards, ongeestelijk en demonisch.
15 Esta não é a sabedoria que desce lá do alto; antes, é terrena, animal e demoníaca.
16 Want waar afgunst en geldingsdrang zijn, vindt men onrust en allerlei soorten kwaad.
16 Pois, onde há inveja e sentimento faccioso, aí há confusão e toda espécie de coisas ruins.
17 Daarentegen is de wijsheid van boven allereerst zuiver, en verder vreedzaam, vriendelijk, redelijk, vol mededogen en goede vruchten, onpartijdig en oprecht.
17 A sabedoria, porém, lá do alto é, primeiramente, pura; depois, pacífica, indulgente, tratável, plena de misericórdia e de bons frutos, imparcial, sem fingimento.
18 Vredestichters die in vrede zaaien, oogsten gerechtigheid.
18 Ora, é em paz que se semeia o fruto da justiça, para os que promovem a paz.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Tiago 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.