Tiago 2

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Mijn broeders en zusters, jullie geloof in onze hemelse Heer Jezus Christus staat geen discriminatie toe.
1 Meus irmãos, não tenhais a fé de nosso Senhor Jesus Cristo, Senhor da glória, em acepção de pessoas.
2 Stel dat er iemand naar jullie samenkomst komt die een gouden ring en prachtige kledij draagt, en ook een arme in schamele kleren.
2 Porque, se no vosso ajuntamento entrar algum homem com anel de ouro no dedo, com vestes preciosas, e entrar também algum pobre com sórdida vestimenta,
3 Als jullie dan veel aandacht besteden aan de persoon in prachtige kledij, door te zeggen: ‘Gaat u hier zitten, op deze goede plaats’, terwijl jullie tegen de arme zeggen: ‘Ga jij daar staan, of kom aan mijn voeten zitten’,
3 e atentardes para o que traz a veste preciosa e lhe disserdes: Assenta-te tu aqui, num lugar de honra, e disserdes ao pobre: Tu, fica aí em pé ou assenta-te abaixo do meu estrado,
4 dan discrimineren jullie toch? Dan zijn jullie toch rechters met verkeerde motieven geworden?
4 porventura não fizestes distinção dentro de vós mesmos e não vos fizestes juízes de maus pensamentos?
5 Luister, mijn geliefde broeders en zusters, heeft God de armen van deze wereld niet uitgekozen om rijk te zijn in het geloof en om deel te krijgen aan het koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben?
5 Ouvi, meus amados irmãos. Porventura, não escolheu Deus aos pobres deste mundo para serem ricos na fé e herdeiros do Reino que prometeu aos que o amam?
6 Maar jullie vernederen de arme. Zijn het niet de rijken die jullie onderdrukken en jullie voor het gerecht slepen?
6 Mas vós desonrastes o pobre. Porventura, não vos oprimem os ricos e não vos arrastam aos tribunais?
7 Zijn zij het niet die de verheven naam die jullie dragen belasteren?
7 Porventura, não blasfemam eles o bom nome que sobre vós foi invocado?
8 Als je de wet van Gods koninkrijk naleeft zoals die in de Schriften is vervat – heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt – dan handel je juist.
8 Todavia, se cumprirdes, conforme a Escritura, a lei real: Amarás a teu próximo como a ti mesmo, bem fazeis.
9 Maar als je discrimineert, zondig je en word je door de Wet als overtreder beschouwd.
9 Mas, se fazeis acepção de pessoas, cometeis pecado e sois redarguidos pela lei como transgressores.
10 Immers, wie zich aan de hele Wet houdt maar op één punt struikelt, is volledig schuldig.
10 Porque qualquer que guardar toda a lei e tropeçar em um só ponto tornou-se culpado de todos.
11 Hij die zei: “Pleeg geen echtbreuk”, heeft immers ook gezegd: “Pleeg geen moord”. Dus als je bijvoorbeeld geen echtbreuk maar wel moord pleegt, ben je een overtreder van de Wet geworden.
11 Porque aquele que disse: Não cometerás adultério, também disse: Não matarás. Se tu, pois, não cometeres adultério, mas matares, estás feito transgressor da lei.
12 Jullie moeten dus spreken en handelen als mensen die worden beoordeeld op grond van de wet die bevrijdt.
12 Assim falai e assim procedei, como devendo ser julgados pela lei da liberdade.
13 In het Oordeel zal er namelijk geen mededogen zijn voor wie geen mededogen heeft betoond. Mededogen is echter sterker dan het Oordeel.
13 Porque o juízo será sem misericórdia sobre aquele que não fez misericórdia; e a misericórdia triunfa sobre o juízo.
14 Wat baat het, mijn broeders en zusters, als iemand gelovig zegt te zijn maar als dat niet blijkt uit zijn daden? Kan zijn geloof hem dan redden?
14 Meus irmãos, que aproveita se alguém disser que tem fé e não tiver as obras? Porventura, a fé pode salvá-lo?
15 Stel dat een van onze broeders en zusters niet over fatsoenlijke kledij beschikt en gebrek heeft aan voldoende eten.
15 E, se o irmão ou a irmã estiverem nus e tiverem falta de mantimento cotidiano,
16 Als een van jullie dan tegen die persoon zegt: ‘Ga in vrede, hou je warm en eet voldoende’, zonder te geven wat die persoon fysiek nodig heeft, dan heeft je advies toch geen nut?
16 e algum de vós lhes disser: Ide em paz, aquentai-vos e fartai-vos; e lhes não derdes as coisas necessárias para o corpo, que proveito virá daí?
17 Zo is het ook met het geloof: als het op zichzelf staat en er geen daden uit voortkomen, is het dood.
17 Assim também a fé, se não tiver as obras, é morta em si mesma.
18 Maar als iemand zou zeggen: ‘Jij hebt geloof, ik heb daden’, dan vraag ik: toon mij jouw geloof zonder daden, dan zal ik mijn geloof tonen aan de hand van mijn daden.
18 Mas dirá alguém: Tu tens a fé, e eu tenho as obras; mostra-me a tua fé sem as tuas obras, e eu te mostrarei a minha fé pelas minhas obras.
19 Je gelooft dat er slechts één God is? Dat is goed, maar de demonen geloven dat ook en zij sidderen!
19 Tu crês que há um só Deus? Fazes bem; também os demônios o creem e estremecem.
20 Jij dwaas, wil je dat ik aantoon dat geloof zonder daden nutteloos is?
20 Mas, ó homem vão, queres tu saber que a fé sem as obras é morta?
21 Is onze voorvader Abraham niet van schuld vrijgesproken op grond van zijn daden toen hij zijn zoon Isaak op het altaar zou offeren?
21 Porventura Abraão, o nosso pai, não foi justificado pelas obras, quando ofereceu sobre o altar o seu filho Isaque?
22 Je ziet dus dat zijn geloof gepaard ging met daden en dat zijn daden zijn geloof vervolledigden.
22 Bem vês que a fé cooperou com as suas obras e que, pelas obras, a fé foi aperfeiçoada,
23 Zo ging het volgende Schriftgedeelte in vervulling: “Abraham geloofde God en op grond daarvan werd hij vrijgesproken van schuld”. Hij werd zelfs Gods vriend genoemd.
23 e cumpriu-se a Escritura, que diz: E creu Abraão em Deus, e foi-lhe isso imputado como justiça, e foi chamado o amigo de Deus.
24 Je ziet dus dat men met God in het reine komt op grond van daden, en niet van geloof alleen.
24 Vedes, então, que o homem é justificado pelas obras e não somente pela fé.
25 Dat geldt ook voor Rachab, de prostituee. Werd zij niet met God in het reine gebracht op grond van haar daden, toen zij de verkenners verwelkomde en via een andere route wegstuurde?
25 E de igual modo Raabe, a meretriz, não foi também justificada pelas obras, quando recolheu os emissários e os despediu por outro caminho?
26 Daarom is geloof zonder daden dood, zoals een lichaam zonder geest dood is.
26 Porque, assim como o corpo sem o espírito está morto, assim também a fé sem obras é morta.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Tiago 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.