Romanos 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Broeders en zusters, ik spoor jullie aan op grond van Gods mededogen, geef jezelf aan God, als een levend offer dat aan Hem gewijd is en Hem vreugde geeft; dat is de juiste manier om God te eren.
1 Rogo-vos, pois, irmãos, pela compaixão de Deus, que apresenteis o vosso corpo em sacrifício vivo, santo e agradável a Deus, que é o vosso culto racional.
2 Pas je niet aan de huidige wereld aan, maar verander door je denken te laten vernieuwen. Dan zal je kunnen onderscheiden wat God wil: het goede, mooie en volmaakte.
2 E não vos conformeis com este mundo, mas transformai-vos pela renovação do vosso entendimento, para que experimenteis qual seja a boa, agradável e perfeita vontade de Deus.
3 Op grond van de genade die mij geschonken is zeg ik tegen ieder van jullie: schat jezelf niet te hoog in, maar oordeel nuchter over jezelf, in verhouding tot de hoeveelheid geloof die God je heeft toebedeeld.
3 Porque, pela graça que me é dada, digo a cada um dentre vós que não saiba mais do que convém saber, mas que saiba com temperança, conforme a medida da fé que Deus repartiu a cada um.
4 Een lichaam bevat namelijk veel delen, en al die lichaamsdelen hebben een andere functie.
4 Porque assim como em um corpo temos muitos membros, e nem todos os membros têm a mesma operação,
5 Zo is het ook met ons die bij Christus horen: we verhouden ons ten opzichte van elkaar als de vele delen van één lichaam.
5 assim nós, que somos muitos, somos um só corpo em Cristo, mas individualmente somos membros uns dos outros.
6 We hebben verschillende geestesgaven, afhankelijk van de genade die ons is geschonken. Wie de gave van profetie heeft, behoort de boodschap van God door te geven in overeenstemming met de mate van zijn geloof;
6 De modo que, tendo diferentes dons, segundo a graça que nos é dada: se é profecia, seja ela segundo a medida da fé;
7 wie de gave van dienstbetoon heeft, behoort te dienen en wie de gave van onderwijs heeft, te onderwijzen;
7 se é ministério, seja em ministrar; se é ensinar, haja dedicação ao ensino;
8 wie de gave van bemoediging heeft, behoort te bemoedigen en wie de gave van vrijgevigheid heeft, behoort vrijgevig te zijn; wie de gave heeft om leiding te geven, behoort enthousiast leiding te geven en wie de gave van mededogen heeft, behoort zich met een blijmoedig hart om anderen te bekommeren.
8 ou o que exorta, use esse dom em exortar; o que reparte, faça-o com liberalidade; o que preside, com cuidado; o que exercita misericórdia, com alegria.
9 Zorg dat je liefdebetoon oprecht is. Heb een afkeer van het kwaad, wees gehecht aan het goede.
9 O amor seja não fingido. Aborrecei o mal e apegai-vos ao bem.
10 Ga liefdevol en hartelijk met elkaar om; wees kwistig met je eerbetoon aan elkaar.
10 Amai-vos cordialmente uns aos outros com amor fraternal, preferindo-vos em honra uns aos outros.
11 Laat je ijver niet verslappen, maar blijf vol vuur de Heer dienen.
11 Não sejais vagarosos no cuidado; sede fervorosos no espírito, servindo ao Senhor;
12 Verheug je omdat je hoop hebt, volhard als je het moeilijk hebt, wijd jezelf toe aan het gebed.
12 alegrai-vos na esperança, sede pacientes na tribulação, perseverai na oração;
13 Lenig de nood van je medechristenen en wees gastvrij.
13 comunicai com os santos nas suas necessidades, segui a hospitalidade;
14 Zegen wie je vervolgt; zegen in plaats van te verwensen.
14 abençoai aos que vos perseguem; abençoai e não amaldiçoeis.
15 Wanneer anderen blij zijn, verheug je dan samen met hen. Wanneer anderen treuren, treur dan met hen mee.
15 Alegrai-vos com os que se alegram e chorai com os que choram.
16 Wees onderling eensgezind, niet hooghartig, maar stel je bescheiden op, en word niet eigenwijs.
16 Sede unânimes entre vós; não ambicioneis coisas altas, mas acomodai-vos às humildes; não sejais sábios em vós mesmos.
17 Vergeld nooit kwaad met kwaad, maar probeer te doen wat goed is in de ogen van alle mensen.
17 A ninguém torneis mal por mal; procurai as coisas honestas perante todos os homens.
18 Bewaar zo mogelijk, voor zover het van jullie afhangt, de vrede met alle mensen.
18 Se for possível, quanto estiver em vós, tende paz com todos os homens.
19 Beste vrienden, neem zelf geen wraak, maar laat de straf over aan God, want in de Schriften staat dat de Heer zegt: “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden.”
19 Não vos vingueis a vós mesmos, amados, mas dai lugar à ira, porque está escrito: Minha é a vingança; eu recompensarei, diz o Senhor.
20 Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten en als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken, want zo stapel je als het ware gloeiende kolen op zijn hoofd.
20 Portanto, se o teu inimigo tiver fome, dá-lhe de comer; se tiver sede, dá-lhe de beber; porque, fazendo isto, amontoarás brasas de fogo sobre a sua cabeça.
21 Laat je niet door het kwaad overwinnen, maar overwin het kwaad door middel van het goede.
21 Não te deixes vencer do mal, mas vence o mal com o bem.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.