Romanos 10

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Broeders en zusters, mijn hartenwens en mijn gebed tot God voor de Joden is dat zij Gods redding mogen ervaren.
1 Irmãos, a boa vontade do meu coração e a minha súplica a Deus a favor deles são para que sejam salvos.
2 Ik kan over hen getuigen dat ze aan God toegewijd zijn, maar ze beschikken niet over inzicht.
2 Porque lhes dou testemunho de que eles têm zelo por Deus, porém não com entendimento.
3 Omdat ze niet weten hoe men met God in het reine komt en hun vrijspraak van schuld zelf proberen te bewerkstelligen, weigeren ze Gods recht te aanvaarden.
3 Porquanto, desconhecendo a justiça de Deus e procurando estabelecer a sua própria, não se sujeitaram à que vem de Deus.
4 De Wet leidt uiteindelijk tot Christus; iedereen die in Hem gelooft, wordt vrijgesproken van schuld.
4 Porque o fim da lei é Cristo, para justiça de todo aquele que crê.
5 Mozes schrijft over de vrijspraak op grond van de Wet: “De mens die zo handelt, zal daardoor leven.”
5 Ora, Moisés escreveu que o homem que praticar a justiça decorrente da lei viverá por ela.
6 De vrijspraak op grond van geloof zegt: “Vraag je niet af wie naar de hemel zal opstijgen” – om Christus naar de aarde te halen –
6 Mas a justiça decorrente da fé assim diz: Não perguntes em teu coração: Quem subirá ao céu?, isto é, para trazer do alto a Cristo;
7 “of wie in de afgrond zal afdalen” – om Christus uit het dodenrijk op te halen.
7 ou: Quem descerá ao abismo?, isto é, para levantar Cristo dentre os mortos.
8 Want wat staat er? “De boodschap is dicht bij je: in je mond en in je hart.” Dat gaat over de boodschap van het geloof, die wij verkondigen.
8 Porém que se diz? A palavra está perto de ti, na tua boca e no teu coração; isto é, a palavra da fé que pregamos.
9 Want als je met je mond belijdt dat Jezus je Heer is en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft doen verrijzen, zal je gered worden.
9 Se, com a tua boca, confessares Jesus como Senhor e, em teu coração, creres que Deus o ressuscitou dentre os mortos, serás salvo.
10 Wie in zijn hart gelooft, wordt vrijgesproken van schuld en wie dat openlijk belijdt, ontvangt redding.
10 Porque com o coração se crê para justiça e com a boca se confessa a respeito da salvação.
11 De Schriften leren: “Wie op Hem vertrouwt, zal niet beschaamd worden.”
11 Porquanto a Escritura diz: Todo aquele que nele crê não será confundido.
12 Er is dus geen onderscheid tussen Jood en niet-Jood: de Heer is Heer van iedereen, en iedereen die Hem aanroept, zal rijkelijk worden gezegend.
12 Pois não há distinção entre judeu e grego, uma vez que o mesmo é o Senhor de todos, rico para com todos os que o invocam.
13 Want: “Ieder die de Heer aanroept, zal gered worden.”
13 Porque: Todo aquele que invocar o nome do Senhor será salvo.
14 Maar hoe kunnen mensen Hem aanroepen als ze niet geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet van Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze horen zonder boodschapper?
14 Como, porém, invocarão aquele em quem não creram? E como crerão naquele de quem nada ouviram? E como ouvirão, se não há quem pregue?
15 En hoe zal men de boodschap verspreiden zonder gezonden te zijn? In de Schriften staat: “Hoe mooi is de komst van de boodschappers van goed nieuws!”
15 E como pregarão, se não forem enviados? Como está escrito: Quão formosos são os pés dos que anunciam coisas boas!
16 Toch heeft niet iedereen naar het goede nieuws geluisterd. Jesaja zegt namelijk: “Heer, wie geloofde wat wij vertelden?”
16 Mas nem todos obedeceram ao evangelho; pois Isaías diz: Senhor, quem acreditou na nossa pregação?
17 Geloof is dus een gevolg van horen, en horen is een gevolg van de verspreiding van het evangelie van Christus.
17 E, assim, a fé vem pela pregação, e a pregação, pela palavra de Cristo.
18 Ik vraag echter: hebben ze het werkelijk niet gehoord? Toch wel, want: “Hun stemgeluid klonk over de gehele aarde, en hun woorden tot de uiteinden van de wereld.”
18 Mas pergunto: Porventura, não ouviram? Sim, por certo: Por toda a terra se fez ouvir a sua voz, e as suas palavras, até aos confins do mundo.
19 Ik vraag verder: heeft Israël het dan niet begrepen? In de eerste plaats zegt God bij monde van Mozes: “Ik zal jullie jaloers maken op een volk dat niet van Mij is; Ik zal jullie uitdagen met een volk zonder inzicht.”
19 Pergunto mais: Porventura, não terá chegado isso ao conhecimento de Israel? Moisés já dizia: Eu vos porei em ciúmes com um povo que não é nação, com gente insensata eu vos provocarei à ira.
20 Jesaja durft zelfs te zeggen: “Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten; Ik heb mij vertoond aan wie niet naar Mij vroegen.”
20 E Isaías a mais se atreve e diz: Fui achado pelos que não me procuravam, revelei-me aos que não perguntavam por mim.
21 Maar over Israël zegt hij: “De hele dag reikte Ik mijn hand uit naar een ongehoorzaam en opstandig volk.”
21 Quanto a Israel, porém, diz: Todo o dia estendi as mãos a um povo rebelde e contradizente.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.