Mateus 8

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Nadat Jezus van de berg was afgedaald, werd Hij gevolgd door grote groepen mensen.
1 Quando Jesus desceu do monte, grandes multidões o seguiram.
2 Er was iemand met een huidziekte die hem onrein maakte. Hij kwam naar Jezus toe, knielde voor Hem en zei: “Heer, als U wil, kan U mij rein maken.”
2 E eis que um leproso aproximou-se e o adorou, dizendo: — Senhor, se quiser, pode me purificar.
3 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: “Ik wil het, word rein!” De man werd meteen van zijn huidziekte genezen.
3 E Jesus, estendendo a mão, tocou nele, dizendo: E, no mesmo instante, ele ficou limpo da sua lepra.
4 Toen zei Jezus tegen hem: “Zorg dat je dit aan niemand vertelt, maar ga jezelf aan de priester tonen en breng het offer dat Mozes heeft opgelegd, bij wijze van getuigenis voor de mensen.”
4 Então Jesus lhe disse:
5 Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe. Hij smeekte Jezus:
5 Tendo Jesus entrado em Cafarnaum, um centurião se aproximou dele, implorando:
6 “Heer, mijn knecht ligt thuis verlamd in bed met hevige pijn.”
6 — Senhor, o meu servo está na minha casa, de cama, paralítico, sofrendo horrivelmente.
7 Jezus vroeg hem: “Zal Ik hem komen genezen?”
7 Jesus lhe disse:
8 De centurio antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard dat U mijn huis binnengaat. Maar als U het bevel geeft, zal mijn knecht genezen.
8 Mas o centurião respondeu: — Senhor, não sou digno de recebê-lo em minha casa. Mas apenas mande com uma palavra, e o meu servo será curado.
9 Want ik ben ook iemand die onder gezag staat en zelf soldaten heeft. En als ik tegen de ene zeg: ‘ga’, dan gaat hij, en tegen een andere: ‘kom’, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘doe dit’, dan doet hij het.”
9 Porque também eu sou homem sujeito à autoridade, tenho soldados às minhas ordens e digo a este: “Vá”, e ele vai; e a outro: “Venha”, e ele vem; e ao meu servo: “Faça isto”, e ele o faz.
10 Jezus verbaasde zich over dat antwoord en zei tegen de mensen die Hem waren gevolgd: “Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo'n groot geloof gevonden!
10 Ao ouvir isso, Jesus ficou admirado e disse aos que o acompanhavam:
11 En Ik zeg jullie: er zullen veel mensen uit het oosten en het westen komen en in Gods rijk met Abraham en Isaak en Jakob aan tafel plaatsnemen.
11 Digo a vocês que muitos virão do Oriente e do Ocidente e tomarão lugar à mesa com Abraão, Isaque e Jacó no Reino dos Céus.
12 Maar de ‘onderdanen van het koninkrijk’ zullen worden buitengegooid, de verste duisternis in, en daar zal worden geweend en met de tanden geknarst.”
12 Mas os filhos do Reino serão lançados para fora, nas trevas; ali haverá choro e ranger de dentes.
13 En tegen de centurio zei Jezus: “Ga maar naar huis; datgene waarvoor u het geloof heeft, zal gebeuren.” Op dat moment werd de knecht van de centurio genezen.
13 Então Jesus disse ao centurião: E, naquela mesma hora, o servo do centurião foi curado.
14 Jezus kwam bij Petrus thuis en zag dat diens schoonmoeder met koorts in bed lag.
14 Tendo Jesus chegado à casa de Pedro, viu a sogra deste acamada, com febre.
15 Jezus nam haar hand vast en de koorts verdween. Ze stond op en bediende Hem.
15 Mas Jesus tomou-a pela mão, e a febre a deixou. Ela se levantou e passou a servi-lo.
16 Die avond bracht men veel mensen bij Hem die bezeten waren. Hij dreef de geesten uit met een enkel woord en genas iedereen die een aandoening had.
16 Ao cair da tarde, trouxeram a Jesus muitos endemoniados. E apenas com a palavra expulsou os espíritos e curou todos os que estavam doentes,
17 Zo gingen de volgende woorden van de profeet Jesaja in vervulling: “Hij was het die onze ziekten wegnam en ons lijden droeg.”
17 para se cumprir o que foi dito por meio do profeta Isaías: “Ele mesmo tomou as nossas enfermidades e carregou as nossas doenças.”
18 Toen Jezus zag dat er een menigte om Hem heen stond, gaf Hij de opdracht om het meer over te steken.
18 Vendo Jesus muita gente ao seu redor, ordenou que passassem para a outra margem.
19 Er kwam een Schriftgeleerde naar Hem toe, die zei: “Leraar, ik zal U volgen, waarheen U ook gaat.”
19 Então, aproximando-se dele um escriba, disse a Jesus: — Mestre, vou segui-lo para onde quer que o senhor for.
20 Jezus zei tegen hem: “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats om zijn hoofd te laten rusten.”
20 Mas Jesus lhe respondeu:
21 Iemand anders, een van zijn leerlingen, zei tegen Hem: “Heer, laat mij eerst gaan om mijn vader te begraven.”
21 E outro dos discípulos lhe disse: — Senhor, deixe-me ir primeiro sepultar o meu pai.
22 Maar Jezus zei tegen hem: “Volg Mij en laat de doden hun doden begraven.”
22 Mas Jesus respondeu:
23 Jezus stapte in een boot en zijn leerlingen gingen mee.
23 Jesus entrou no barco e os seus discípulos o seguiram.
24 Op het meer stak plots een hevige storm op, zodat de golven over de rand van de boot sloegen. Maar Jezus sliep.
24 E eis que levantou-se no mar uma grande tempestade, de modo que as ondas cobriam o barco. Jesus, porém, estava dormindo.
25 De leerlingen kwamen Hem wakker maken en zeiden: “Heer, red ons, we vergaan!”
25 Mas os discípulos foram acordá-lo, dizendo: — Senhor, salve-nos! Estamos perecendo!
26 Jezus antwoordde: “Waarom zijn jullie bang? Wat hebben jullie weinig geloof!” Toen stond Hij op en Hij berispte de wind en het meer. Het werd heel stil.
26 Então Jesus perguntou: E, levantando-se, repreendeu os ventos e o mar; e tudo ficou bem calmo.
27 Iedereen was verbaasd en vroeg: “Wat voor iemand is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?”
27 E aqueles homens ficaram admirados, dizendo: — Quem é este que até os ventos e o mar lhe obedecem?
28 Toen Hij aan de overkant was gekomen, in het gebied van de Gadarenen, kwamen twee bezeten mensen van tussen de graven naar Hem toe. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs kon gaan.
28 Quando Jesus chegou à outra margem, à terra dos gadarenos, dois endemoniados foram ao seu encontro, saindo dentre os túmulos. Eles eram tão furiosos, que ninguém podia passar por aquele caminho.
29 Ze schreeuwden tegen Hem: “Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons voortijdig te folteren?”
29 E eis que gritaram: — O que você quer conosco, Filho de Deus? Você veio aqui nos atormentar antes do tempo?
30 Nu was er op enige afstand van hen een grote kudde varkens aan het grazen.
30 Ora, uma grande manada de porcos estava pastando não longe deles.
31 De demonen smeekten Jezus: “Als U ons uitdrijft, stuur ons dan alstublieft die kudde varkens in!”
31 Então os demônios pediram a Jesus com insistência: — Se você vai nos expulsar, mande-nos para a manada de porcos.
32 Hij zei tegen hen: “Ga!” En dus kwamen ze naar buiten en drongen ze de varkens binnen. De hele kudde stormde de helling af, het meer in, en ze verdronken in het water.
32 Jesus disse: E eles, saindo, entraram nos porcos; e eis que toda a manada se precipitou, despenhadeiro abaixo, para dentro do mar, e morreram nas águas.
33 De varkenshoeders renden weg, naar de stad, en maakten bekend wat er allemaal was gebeurd, ook met de mensen die bezeten waren geweest.
33 Os que tratavam dos porcos fugiram e, chegando à cidade, anunciaram todas estas coisas e o que tinha acontecido com os endemoniados.
34 Toen kwamen alle mensen de stad uit, naar Jezus toe, en toen ze Hem zagen, smeekten ze Hem uit hun streek te vertrekken.
34 Então a cidade toda saiu para encontrar-se com Jesus. E, ao vê-lo, pediram-lhe com insistência que se retirasse da terra deles.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 8, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.