Mateus 5

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Toen Jezus de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Hij ging zitten, zijn leerlingen kwamen bij Hem,
1 Quando Jesus viu aquelas multidões, subiu um monte e sentou-se. Os seus discípulos chegaram perto dele,
2 en Hij begon hun te onderwijzen. Hij zei:
2 e ele começou a ensiná-los. Jesus disse:
3 — ausente —
3 — Felizes as pessoas que sabem que são
4 — ausente —
4 — Felizes as pessoas que choram,
5 — ausente —
5 — Felizes as pessoas humildes,
6 — ausente —
6 — Felizes as pessoas que têm fome e sede
7 — ausente —
7 — Felizes as pessoas que têm misericórdia
8 — ausente —
8 — Felizes as pessoas que têm o coração puro,
9 — ausente —
9 — Felizes as pessoas que trabalham pela paz,
10 — ausente —
10 — Felizes as pessoas que sofrem perseguições
11 Je bent gezegend als de mensen je bespotten en vervolgen en valselijk van allerlei kwaad beschuldigen omwille van Mij.
11 — Felizes são vocês quando os insultam, perseguem e dizem todo tipo de calúnia contra vocês por serem meus seguidores.
12 Wees blij en verheugd, want jullie beloning in de hemel zal groot zijn. Voorheen werden de profeten namelijk op dezelfde wijze vervolgd.
12 Fiquem alegres e felizes, pois uma grande recompensa está guardada no céu para vocês. Porque foi assim mesmo que perseguiram os
13 Jullie zijn het zout van de aarde, maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan worden gezouten? Het deugt nergens meer voor, behalve om te worden weggegooid en door de mensen te worden vertrappeld.
13 — Vocês são o sal para a humanidade; mas, se o sal perde o gosto, deixa de ser sal e não serve para mais nada. É jogado fora e pisado pelas pessoas que passam.
14 Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
14 — Vocês são a luz para o mundo. Não se pode esconder uma cidade construída sobre um monte.
15 En wanneer een olielamp wordt aangestoken, wordt ze niet onder een bak gezet maar op een standaard, waar ze schijnt voor iedereen in huis.
15 Ninguém acende uma lamparina para colocá-la debaixo de um cesto. Pelo contrário, ela é colocada no lugar próprio para que ilumine todos os que estão na casa.
16 Laat op dezelfde manier jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze je goede daden zien en er je hemelse Vader voor verheerlijken.
16 Assim também a luz de vocês deve brilhar para que os outros vejam as coisas boas que vocês fazem e louvem o Pai de vocês, que está no céu.
17 Denk niet dat Ik ben gekomen om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen.
17 — Não pensem que eu vim para acabar com a
18 Want Ik verzeker jullie, zolang de hemel en de aarde bestaan, zal geen letter of streepje in de Wet vervallen voordat alles wat erin staat is gebeurd.
18 Eu afirmo a vocês que isto é verdade: enquanto o céu e a terra durarem, nada será tirado da Lei — nem a menor letra, nem qualquer acento. E assim será até o fim de todas as coisas.
19 Dus wie een van de geringste geboden naast zich neerlegt en anderen leert dat ook te doen, zal in Gods rijk de geringste zijn. Maar wie ze naleeft en aan anderen leert, zal in Gods rijk belangrijk zijn.
19 Portanto, qualquer um que desobedecer ao menor mandamento e ensinar os outros a fazerem o mesmo será considerado o menor no
20 Maar Ik zeg jullie: tenzij jullie een deugdzamer leven leiden dan de Schriftgeleerden en farizeeën, komen jullie Gods rijk in geen geval binnen.
20 Pois eu afirmo a vocês que só entrarão no Reino do Céu se forem mais fiéis em fazer a vontade de Deus do que os
21 Jullie hebben gehoord dat vroeger tegen de mensen is gezegd: ‘Pleeg geen moord’, en: ‘Wie moord pleegt, verdient het Oordeel’.
21 — Vocês ouviram o que foi dito aos seus antepassados: “Não mate. Quem matar será julgado.”
22 Maar Ik zeg jullie: ieder die kwaad op zijn broeder of zuster blijft, verdient het Oordeel, wie ‘nietsnut’ tegen zijn broeder of zuster zegt, verdient het hoogste gerechtshof, en wie ‘dwaas’ tegen hem of haar zegt, verdient het vuur van de hel.
22 Mas eu lhes digo que qualquer um que ficar com raiva do seu irmão será julgado. Quem disser ao seu irmão: “Você não vale nada” será julgado pelo tribunal. E quem chamar o seu irmão de idiota estará em perigo de ir para o fogo do inferno.
23 Dus als je je offer naar het altaar brengt en je daar herinnert dat je broeder of zuster iets tegen je heeft,
23 Portanto, se você estiver oferecendo no altar a sua oferta a Deus e lembrar que o seu irmão tem alguma queixa contra você,
24 laat je offer dan bij het altaar liggen, ga je eerst met je broeder of zuster verzoenen, en kom dan terug om je offer te brengen.
24 deixe a sua oferta ali, na frente do altar, e vá logo fazer as pazes com o seu irmão. Depois volte e ofereça a sua oferta a Deus.
25 Leg het tijdig bij met je tegenstander, wanneer je nog met hem onderweg naar het gerecht bent; anders kan je tegenstander jou aan de rechter uitleveren, en de rechter kan je uitleveren aan de bewaker, zodat je in de gevangenis wordt gegooid.
25 — Se alguém fizer uma acusação contra você e levá-lo ao tribunal, entre em acordo com essa pessoa enquanto ainda é tempo, antes de chegarem lá. Porque, depois de chegarem ao tribunal, você será entregue ao juiz, o juiz o entregará ao carcereiro, e você será jogado na cadeia.
26 Ik verzeker je, je zal daar in geen geval uitkomen voordat je de laatste cent hebt betaald.
26 Eu afirmo a você que isto é verdade: você não sairá dali enquanto não pagar a multa toda.
27 Jullie hebben gehoord dat er is gezegd: ‘Pleeg geen echtbreuk.’
27 — Vocês ouviram o que foi dito: “Não cometa adultério.”
28 Maar Ik zeg jullie dat ieder die een vrouw begerig bekijkt, in zijn hart al echtbreuk met haar heeft gepleegd.
28 Mas eu lhes digo: quem olhar para uma mulher e desejar possuí-la já cometeu adultério no seu coração.
29 Als je rechteroog jou tot zonde aanzet, verwijder het dan en gooi het weg, want je kan beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je hele lichaam in de hel wordt gegooid.
29 Portanto, se o seu olho direito faz com que você peque, arranque-o e jogue-o fora. Pois é melhor perder uma parte do seu corpo do que o corpo inteiro ser atirado no inferno.
30 En als je rechterhand jou tot zonde aanzet, hak haar dan maar af en gooi haar weg, want je kan beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je hele lichaam naar de hel gaat.
30 Se a sua mão direita faz com que você peque, corte-a e jogue-a fora. Pois é melhor perder uma parte do seu corpo do que o corpo inteiro ir para o inferno.
31 Er is ook gezegd: ‘Wie zijn vrouw wegstuurt, moet haar een echtscheidingsakte geven.’
31 — Foi dito também: “Quem mandar a sua esposa embora deverá dar a ela um documento de divórcio.”
32 Maar Ik zeg jullie dat ieder die zijn vrouw wegstuurt om een andere reden dan seksueel wangedrag, zorgt dat er echtbreuk met haar wordt gepleegd. En ieder die met een weggestuurde vrouw trouwt, pleegt echtbreuk.
32 Mas eu lhes digo: todo homem que mandar a sua esposa embora, a não ser em caso de adultério, será culpado de fazer com que ela se torne adúltera, se ela casar de novo. E o homem que casar com ela também cometerá adultério.
33 Verder hebben jullie gehoord dat vroeger tegen de mensen is gezegd: ‘Houd je aan de geloften die je tegenover je Heer aflegt en breek ze niet.’
33 — Vocês ouviram o que foi dito aos seus antepassados: “Não quebre a sua promessa, mas cumpra o que você jurou ao Senhor que ia fazer.”
34 Maar Ik zeg jullie: zweer helemaal niet. Niet bij de hemel, want die is Gods troon.
34 Mas eu lhes digo: não jurem de jeito nenhum. Não jurem pelo céu, pois é o trono de Deus;
35 Niet bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, en niet bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
35 nem pela terra, pois é o estrado onde ele descansa os seus pés; nem por Jerusalém, pois é a cidade do grande Rei.
36 Zweer ook niet bij je eigen hoofd, want je bent zelfs niet in staat om één haar wit of zwart te maken.
36 Não jurem nem mesmo pela sua cabeça, pois vocês não podem fazer com que um só fio dos seus cabelos fique branco ou preto.
37 Laat je ‘ja’ gewoon ‘ja’ betekenen en je ‘nee’ ‘nee’. Alles wat verder gaat dan dat, komt van de duivel.
37 Que o “sim” de vocês seja sim, e o “não”, não, pois qualquer coisa a mais que disserem vem do Maligno .
38 Jullie hebben gehoord dat er is gezegd: ‘Oog om oog, tand om tand.’
38 — Vocês ouviram o que foi dito: “Olho por olho, dente por dente.”
39 Maar Ik zeg jullie: vecht niet terug wanneer iemand je kwaad doet. Als iemand jou een klap op je rechterwang geeft, keer dan ook je andere wang naar hem toe.
39 Mas eu lhes digo: não se vinguem dos que fazem mal a vocês. Se alguém lhe der um tapa na cara, vire o outro lado para ele bater também.
40 Als iemand je via het gerecht je hemd wil afnemen, geef hem dan ook je mantel.
40 Se alguém processar você para tomar a sua
41 En als iemand je beveelt een mijl met hem mee te gaan, ga dan twee mijl mee.
41 Se um dos soldados estrangeiros forçá-lo a carregar uma carga um quilômetro, carregue-a dois quilômetros.
42 Als iemand jou om iets vraagt, geef het dan en als iemand iets van je wil lenen, weiger het hem dan niet.
42 Se alguém lhe pedir alguma coisa, dê; e, se alguém lhe pedir emprestado, empreste.
43 Jullie hebben gehoord dat er is gezegd: ‘Heb je naaste lief en haat je vijand.’
43 — Vocês ouviram o que foi dito: “Ame os seus amigos e odeie os seus inimigos.”
44 Maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor de mensen die jullie vervolgen,
44 Mas eu lhes digo: amem os seus inimigos e orem pelos que perseguem vocês,
45 opdat jullie kinderen van jullie hemelse Vader mogen zijn, want Hij laat zijn zon schijnen op zowel de slechte als de goede mensen en geeft regen aan zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen.
45 para que vocês se tornem filhos do Pai de vocês, que está no céu. Porque ele faz com que o sol brilhe sobre os bons e sobre os maus e dá chuvas tanto para os que fazem o bem como para os que fazem o mal.
46 Want als jullie liefdevol behandelen wie jullie liefdevol behandelt, welke beloning krijg je dan? Dat doen de belastinginners toch ook?
46 Se vocês amam somente aqueles que os amam, por que esperam que Deus lhes dê alguma recompensa? Até os cobradores de impostos amam as pessoas que os amam!
47 En als jullie alleen je eigen mensen begroeten, wat doen jullie dan voor speciaals? Dat doen zij die niet bij Gods volk horen toch ook?
47 Se vocês falam somente com os seus amigos, o que é que estão fazendo de mais? Até os pagãos fazem isso!
48 Jullie moeten dus volmaakt zijn, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
48 Portanto, sejam perfeitos, assim como é perfeito o Pai de vocês, que está no céu.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.