Mateus 23

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Daarna zei Jezus tegen de mensenmassa en tegen zijn leerlingen:
1 Então Jesus falou à multidão e aos seus discípulos.
2 “Het zijn de Schriftgeleerden en de farizeeën die de Wet van Mozes onderwijzen.
2 Ele disse:
3 Doe daarom alles wat ze zeggen dat jullie moeten doen en houd je daaraan. Maar gedraag je niet zoals zij, want ze leggen het wel uit, maar doen het zelf niet.
3 Por isso vocês devem obedecer e seguir tudo o que eles dizem. Porém não imitem as suas ações, pois eles não fazem o que ensinam.
4 Ze bundelen zware, moeilijk te dragen lasten en leggen die de mensen op, maar steken zelf geen vinger uit om die lasten te helpen dragen.
4 Amarram fardos pesados e os põem nas costas dos outros, mas eles mesmos não os ajudam, nem ao menos com um dedo, a carregar esses fardos.
5 Alles wat ze doen, doen ze om door de mensen gezien te worden. Ze maken hun gebedsriemen breed en de rituele kwasten aan hun kleren lang,
5 Tudo o que eles fazem é para serem vistos pelos outros. Vejam como são grandes os trechos das das suas
6 ze zijn gesteld op de ereplaatsen bij feestmalen en de beste plaatsen in synagogen,
6 Eles preferem os melhores lugares nos banquetes e os lugares de honra nas
7 en ze worden graag op de marktpleinen met respect begroet en door de mensen aangesproken met ‘rabbi’.
7 Gostam de ser cumprimentados com respeito nas praças e de ser chamados de “mestre”.
8 Maar jullie moeten je niet met ‘rabbi’ laten aanspreken. Er is er immers maar Eén die jullie Leraar is en jullie zijn allen broeders en zusters van elkaar.
8 Porém vocês não devem ser chamados de “mestre”, pois todos vocês são membros de uma mesma família e têm somente um Mestre.
9 Noem ook niemand op aarde jullie ‘vader’, want er is er maar Eén die jullie hemelse Vader is.
9 E aqui na terra não chamem ninguém de pai porque vocês têm somente um Pai, que está no céu.
10 Laat je ook geen ‘leermeester’ noemen, want er is er maar Eén die jullie Leermeester is: de Messias.
10 Vocês não devem também ser chamados de “líderes” porque vocês têm um líder, o
11 De belangrijkste van jullie zal jullie dienaar zijn.
11 Entre vocês, o mais importante é aquele que serve os outros.
12 Wie zichzelf een eervolle plaats toebedeelt, zal een geringe plaats krijgen, en wie zichzelf een geringe plaats toebedeelt, zal een eervolle plaats krijgen.
12 Quem se engrandece será humilhado, mas quem se humilha será engrandecido.
13 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie sluiten mensen buiten van Gods rijk en gaan het zelf niet binnen. En wie het wel binnengaat, proberen jullie tegen te houden.
13 — Ai de vocês,
14 — ausente —
14 [— Ai de vocês, mestres da Lei e fariseus, hipócritas! Pois vocês exploram as viúvas e roubam os seus bens e, para disfarçarem, fazem longas orações! Por isso o castigo de vocês será pior!]
15 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie reizen over zee en land om één bekeerling te maken, en wanneer hij dat geworden is, maken jullie er iemand van die tweemaal zozeer de hel verdient als jullie.
15 — Ai de vocês, mestres da Lei e fariseus, hipócritas! Pois vocês atravessam os mares e viajam por todas as terras a fim de procurar converter uma pessoa para a sua religião. E, quando conseguem, tornam essa pessoa duas vezes mais merecedora do inferno do que vocês mesmos.
16 Wee jullie blinde leraars, jullie die zeggen: ‘Wie zweert bij de tempel, is niet aan zijn eed gebonden, maar wie zweert bij het goud van de tempel, is dat wel.’
16 — Ai de vocês, guias cegos! Pois vocês ensinam assim: “Se alguém jurar pelo Templo, não é obrigado a cumprir o juramento. Mas, se alguém jurar pelo ouro do Templo, então é obrigado a cumprir o que jurou.”
17 Blinde dwazen! Wat is belangrijker, het goud of de tempel die het goud heilig maakt?
17 Tolos e cegos! Qual é mais importante: o ouro ou o Templo que
18 Jullie zeggen ook: ‘Wie zweert bij het altaar is niet aan zijn eed gebonden, maar wie zweert bij het offer op het altaar, is dat wel.’
18 Vocês também ensinam isto: “Se alguém jurar pelo altar, não é obrigado a cumprir o juramento. Mas, se jurar pela oferta que está no altar, então é obrigado a cumprir o que jurou.”
19 Blind zijn jullie! Wat is belangrijker, het offer of het altaar dat het offer heilig maakt?
19 Cegos! Qual é mais importante: a oferta ou o altar que santifica a oferta?
20 Dus wie zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat erop ligt.
20 Por isso, quando alguém jura pelo altar, está jurando pelo altar e por todas as ofertas que estão em cima dele.
21 En wie heeft gezworen bij de tempel, zweert daarbij en bij Hem die er verblijft.
21 Quando alguém jura pelo Templo, está jurando pelo Templo e por Deus, que mora ali.
22 En wie zweert bij de hemel, zweert bij Gods troon en bij Hem die erop zit.
22 E, quando alguém jura pelo céu, está jurando pelo trono de Deus e pelo próprio Deus, que está sentado nele.
23 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie geven God een tiende deel van munt, dille en komijn, maar jullie negeren wat belangrijker is in de Wet: gerechtigheid, mededogen en geloof. Dat laatste moeten jullie nastreven zonder het eerste te verwaarlozen.
23 — Ai de vocês, mestres da Lei e fariseus, hipócritas! Pois vocês dão a Deus a décima parte até mesmo da hortelã, da erva-doce e do
24 Blinde leiders! Een mug wordt door jullie uit de drank gezeefd, maar een kameel slikken jullie door!
24 Guias cegos! Coam um mosquito, mas engolem um camelo!
25 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie reinigen wel de buitenkant van de beker en de schotel, maar jullie vullen die met zelfzucht en gebrek aan zelfbeheersing.
25 — Ai de vocês, mestres da Lei e fariseus, hipócritas! Pois vocês lavam o copo e o prato por fora, mas por dentro estes estão cheios de coisas que vocês conseguiram pela violência e pela ganância.
26 Blinde farizeeër, zorg eerst dat de beker vanbinnen rein is; dan wordt hij ook vanbuiten rein.
26 Fariseu cego! Lave primeiro o copo por dentro, e então a parte de fora também ficará limpa!
27 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie lijken op witgekalkte graven, die er vanbuiten mooi uitzien, maar vanbinnen zijn gevuld met doodsbeenderen en alles wat onrein is.
27 — Ai de vocês, mestres da Lei e fariseus, hipócritas! Pois vocês são como túmulos pintados de branco, que por fora parecem bonitos, mas por dentro estão cheios de ossos de mortos e de podridão.
28 In de ogen van de mensen zien jullie er vanbuiten rechtvaardig uit, maar vanbinnen zitten jullie vol hypocrisie en slechtheid.
28 Por fora vocês parecem boas pessoas, mas por dentro estão cheios de mentiras e pecados.
29 Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën! Hypocrieten! Jullie bouwen graven voor de profeten en versieren de grafmonumenten van de rechtvaardigen,
29 — Ai de vocês,
30 en jullie zeggen: ‘Als wij in de tijd van onze voorouders hadden geleefd, dan zouden we niet met hen hebben meegewerkt aan het vergieten van het bloed van de profeten.’
30 E dizem: “Se tivéssemos vivido no tempo dos nossos antepassados, não teríamos feito o que eles fizeram, não teríamos matado os profetas.”
31 Maar zo bevestigen jullie dat jullie de afstammelingen zijn van de moordenaars van de profeten!
31 Assim vocês confirmam que são descendentes daqueles que mataram os profetas.
32 Jullie zijn aan het voltooien wat jullie voorouders zijn begonnen!
32 Portanto, vão e terminem o que eles começaram!
33 Slangen, addergebroed, hoe denken jullie het Oordeel in de hel te ontlopen?
33 Cobras venenosas, ninhada de cobras! Como esperam escapar da condenação do inferno?
34 Het is daarom dat Ik profeten, wijzen en Schriftgeleerden naar jullie toe stuur. Jullie zullen sommigen van hen doden en kruisigen, terwijl jullie anderen van hen zullen geselen in jullie synagogen en van de ene stad naar de andere jagen.
34 Pois eu lhes mandarei profetas, homens sábios e mestres. Vocês vão matar alguns, crucificar outros, chicotear ainda outros nas
35 Daardoor nemen jullie zelf alle schuld op je voor het bloed van rechtvaardige mensen dat op aarde is gevloeid, van het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia de zoon van Berechja, die jullie hebben vermoord tussen de tempel en het altaar.
35 Por isso Deus castigará vocês pela morte de todas as pessoas inocentes que os antepassados de vocês mataram, desde a morte do inocente Abel até a de Zacarias, filho de Baraquias, que vocês mataram entre o Templo e o altar.
36 Ik verzeker jullie, dit alles zal jullie overkomen.
36 Eu afirmo a vocês que isto é verdade: o castigo por tudo isso cairá sobre o povo de hoje.
37 Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar jou toe gestuurd zijn! Ik heb zo vaak je inwoners willen bijeenbrengen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels bijeenbrengt. Maar jullie wilden dat niet.
37 Jesus terminou, dizendo:
38 Jullie tempel zal binnenkort verlaten achterblijven.
38 Agora a casa de vocês ficará completamente abandonada.
39 Ik zeg jullie: jullie zullen Mij niet meer zien totdat jullie uitroepen: ‘Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer!’”
39 Eu afirmo que vocês não me verão mais, até chegar o tempo em que dirão: “Deus abençoe aquele que vem em nome do Senhor!”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 23, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.